Algemeen Adres-Comptoir (1799)

Titelbeschrijving
Algemeen Adres-Comptoir en Bureau van Verlichting.

Periodiciteit
Een weekblad, volgens de tekst zelf. Het eerste nummer komt voor in de Naamlijst van Saakes in mei 1799 (p. 39); het feitelijke verschijningsnummer van de eerste aflevering kan daar niet ver van af liggen, aangezien een advertentie in de Groninger Courant op 19 juli 1799 meldt dat er van dit wekelijkse blad dan al elf nummers verkrijgbaar zijn. In december 1799 zegt Saakes dat er vijftien afleveringen zijn verschenen (p. 95). De eerste tien zijn bewaard.

Bibliografische beschrijving
In octavo. Elke aflevering heeft acht bladzijden. Het bewaarde geheel is gepagineerd 1-80. Het titelblok bevat de nummeraanduiding; een vignet met de afbeelding van een tafel met heer waarvóór een menigte vragers zich verdringt; de titel; en een motto uit Horatius: ‘Omne tulit punctum qui miscuit utile dulci’ (vert. Alles is goed wanneer het maar het nuttige met het aangename verenigt). – Op p. 35 een illustratie van het voor het comptoir ontworpen uithangbord, tonend een liereman op de door de zon beschenen wereldbol.

Boekhistorische gegevens
Colofon: ‘Te Amsterdam, By de Erfgen. van de Weduwe C. Stichter, Boekverkoopers in de Warmoesstraat, schuinsch over de Oude Kerksteeg, in de Oude Berg Calvarie’.
De prijs per aflevering bedroeg volgens Saakes in mei 1799 ƒ 0:1:8 (p. 39); de vijftien afleveringen samen kostten in december 1799 ƒ 1:2:8 (p. 95).

Inhoud
Volgens de ‘wij’ in de eerste aflevering wil men een nuttig en aangenaam weekblad maken. Men heeft daartoe een personage ‘den verlichter Ambrosius’ geschapen, meer dan vijftig jaren oud, die zijn leven aan wijsbegeerte en fraaie letteren besteed heeft. In geestverrukking denkt hij een middel gevonden te hebben om het burgerdom gelukkig te maken. Dus ‘vormt hy zig een Plan om een algemeen Bureau van Raadgeeving en Verlichting op te richten’, met een uithangbord boven zijn huis (= het vignet). Wanneer allerlei zoekers met hun vragen langskomen, kan men op die manier een steeds nieuwe en afwisselende inhoud van het blad verwachten, met ‘onderhoudende samenspraken, ernstige, naïve en boertige brieven, advertentiën, berichten, dichtstukjens en beschaafde beoordeelingen van uitkomende boekwerken, voortbrengselen van kunst en en smaak’ en verder zaken. Inzendingen zijn welkom.
Op p. 5-8 vindt men de eerste tekst. Ambrosius leest in gedachten verzonken de Republiek van Plato. Zijn eenvoudige knecht Jan slaapt. Ambrosius raakt in geestverrukking: de nieuwe tijd komt, of is er. Jan levert kritisch commentaar.
In de daarop volgende tijd zijn Ambrosius en zijn gedienstigen druk in de weer met het inrichten van het comptoir, het vervaardigen van een uithangbord en dergelijke meer. Na het plaatsen van een advertentie worden zij belaagd door nieuwsgierigen: een achterdochtige roomskatholieke geestelijke, de kruiersbaas Arie, een student, een acteur (die het plan wil steunen door het oprichten van een toneel voor zedelijke toneelstukken) en nog anderen. Dit leidt tot allerlei licht absurdistische gesprekken, en tot scènes waarin Jan en dienstmaagd Martha in hun commentaar voor de luchtige noot zorgen: zij blijken niets te begrijpen van de verlichte doelstellingen van de kamergeleerde, Ambrosius.

Exemplaren
¶ Utrecht, Universiteitsbibliotheek: Br. 180-17 (nrs. 1-10).

André Hanou