Algemeene Oefenschoole van Konsten en Weetenschappen (1757-1782)

Titelbeschrijving
Algemeene Oefenschoole van Konsten en Weetenschappen, met Printverbeeldingen verrykt.

Periodiciteit
Het blad verscheen maandelijks tussen 1757 en 1783 in een onregelmatige frequentie, totaal 30 afleveringen. De eerste gebonden reeks jaargangen verscheen in 1760, de tweede in 1770 en de derde in 1782 met een extra register. Elke gebonden reeks bevatte tien delen.

Bibliografische beschrijving
In octavo. De titel van het register is: ‘Algemeene bladwyzers van de voornaamste zaaken, welke voorkomen in de ses afdeelingen’.

Boekhistorische gegevens
Uitgevers en drukkers zijn Pieter Meijer (1746-1781) en Gerrit Warnars (1768-1804) te Amsterdam.

Medewerkers
De Algemeene Oefenschoole werd geschreven door de lutheraan Johannes LUBLINK (1736-1816) en de doopsgezinde uitgever Pieter MEIJER (1718-1781). Zij voegden vijftien delen toe aan het origineel van Benjamin Martin. De doopsgezinde predikant Pieter VAN DEN BOSCH schreef ook een aantal stukken.
De met initialen ondertekende bijdragen kunnen gedeeltelijk opgelost worden: Ahasverus van den Berg, Anthony Hartsen, Henri Jean Roullaud, Lucas Pater, Johannes Nomsz, Harmanus Asschenberg en J. Lublink de Jonge. C.P. is mogelijk Catharina Brakonier-de Wilde (1688-1766), een predikantsvrouw, ambachtsvrouw van Alphen en Rietveld (De Vries 2005, p. 83). Andere medewerkers gaan nog schuil achter de initialen R.; A.B.; A.K.; T.B.; W.A.; R.M.; S.C.S.; W.M.; N.B.H.M.; N.E.Z.; B.M.H.; J.H.M.; B.; C. ; V.V.D.; M.E.M. en P.E.M.

Inhoud
Kossmann (1966) beschrijft de Algemeene Oefenschoole als een populair encyclopedisch leer- en leesboek. Elke reeks bestaat uit vijf delen, elk gewijd aan een bepaalde groep wetenschappen, en vijf delen mengelwerk in proza en poëzie.
Het is in werkelijkheid een tijdschrift: een vertaling (en bewerking) van The General Magazine of Arts and Sciences, Philosophical, Philological, Mathematical and Mechanical, een maandblad dat de Engelse schrijver Benjamin Martin (1705-1782) tussen 1755-1765 bij de Londense uitgever William Owen in ‘Fleet Street’ liet verschijnen. Met vele prachtige prenten worden talloze onderwerpen vooral uit de natuurwetenschappen toegelicht. Er is ook aandacht voor kunst in relatie tot andere cultuurgebieden.

De onderwerpen in het tijdschrift zijn verdeeld over vijf ‘afdeelingen’ met ‘stukken’ van een wisselend aantal pagina’s, de kleinste eenheid. Lublink en Meijer voegden zelf de zesde afdeling over ‘Geesteswetenschappen’ toe. Zo bevat boekdeel 2 (1763) de Zesde afdeling met 89 stukken en stukjes met ‘Mengelwerk van vernuft, konst, geleertheid etc.’; deel 7 (1782) bevat de Tweede afdeling met stukken over ‘De natuurlyke historie des aardryks’.

Exemplaren
¶ Nijmegen, Universiteitsbibliotheek OD 241 c 26
¶ Full text deel 2, zesde afdeling (1763)deel 3, eerste afdeling (1782), deel 3, tweede afdeling (1782)

Literatuur
¶ H.J. Zuidervaart, ‘Science for the public. The translation of popular texts on Experimental Philosophy into the Dutch language in Mid-Eighteenth Century’, in: S. Stockhorst (ed.), Cultural Transfer through Translation. The Circulation of Enlightened Thought in Europe by Means of Translation (Amsterdam-New York 2010), p. 231-262 (over Martin)
¶ Marleen de Vries, ‘Uitgegeven … en uitgebuit. Over achttiende-eeuwse bestsellersauteurs, liegende uitgevers, stiekeme privileges en het gedeeld auteurschap’, in: De Achttiende Eeuw 37/1 (2005), p. 36-52
¶ Marleen de Vries, ‘Pieter Meijer (1718-1781), een uitgever als instituut’, in: Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman 28/2 (2005), p. 81-103
¶ F.K.H. Kossmann, Opkomst en voortgang van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden. Geschiedenis van een initiatief (Leiden 1966), p. 77-78.

Pieter van Wissing/Cor de Vries