Algemeene Postbode, of Vrolyke en Geheime Staatsspion (1758-1761)

Titelbeschrijving
Algemeene Postbode, of Vrolyke en Geheime Staatsspion, verhandelende op een aangenaame, oordeelkundige en nuttige wyze, alle nieuwe voorkomende merkwaardigheden van staats, oorlogs en andere zaken; toetzende aan de regels van ’t gezond verstand het regt der natuur en der volkeren. In een beroemde schryftrant beschreven, verrykt met nuttige berigten, en opgehelderd door konst-platen. Voor ’t jaar MDCCLVIII [enz.]. I. [enz.] deel. Dit is de titel voorin elk der 8 delen.
Titelvarianten:
¶ De 24 afleveringen van deel 1 en 2 verschenen onder de titel Algemeene Duitsche- Ryksch- en Nederlandsche Postbode; medebrengende al het merkwaardigste staats- en oorlogs-nieuws, zo in als buiten dit waereld-deel voorgevallen; mitsgaders een kortbondige beschryving van alle de landen en steden, welke daarin voorkomen, beneffens eene meenigte merkwaardige, nuttelyke en wetenswaardige zaken, rakende de Vereenigde Nederlanden en inzonderheid de stad Amsterdam; alles onzydig en naauwkeurig beschreven en met de nodige ophelderingen en konstplaten verrykt. Voor ’t jaar 1758. I. deels, eerste [tweede] stukje.
¶ De afleveringen in deel 3 en 4 hebben als titel Veertiendaagsche Algemeene Duitsche- Rijksch- en Nederlandsche Postbode; bevattende in een beknopte zamenhang, al het merkwaardigste staats- en oorlogs nieuws, zoo in als buiten Europa voorgevallen; mitsgaders een menigte byzondere stukken, welken van tyd tot tyd, over verscheide onderwerpen worden voortgebragt. Verrykt met de historie van den oorlog in Duitschland, bestaande in een chronyk tusschen de kinderen van Pruissen en die van Oostenryk, Bohemen en Hongaryen. Alles onzydig en naauwkeurig beschreven en met schrandere aanmerkingen, nevens met eenige konst-plaaten voorzien. Voor de maand januari MDCCLIX. III. deel [enz.].
¶ De afleveringen in de delen 5-8 hebben dezelfde titel als de overkoepelende titels van de delen.

Periodiciteit
In de Leydse Courant van 16 januari 1758 wordt geadverteerd voor de Algemeene Duitsche- Ryksch- en Nederlandsche Postbode. In de ‘Voorreden’ van deel 1 wordt over de frequentie opgemerkt: ‘Van veertien dagen tot veertien dagen, zal ’er een Stukje, als dit is, het ligt zien, dewelke zes in getal, ten einde van drie maanden, een ordentlyk Boekdeel, zullen kunnen uitmaken’ (p. 4). De laatste aflevering (‘stukje’) eindigt abrupt met de woorden ‘Eynde van dit Werk’ (p. 272). De kwaliteit van de laatste afleveringen doet vermoeden dat bij de schrijver en/of uitgever het elan was verdwenen.

Bibliografische beschrijving
De afleveringen in octavo zijn in 8 halfjaarlijkse delen gebundeld: met uitzondering van de delen 5 en 8 (die 10 resp. 6 nrs. tellen) bevatten ze 12 nrs. die per deel doorlopend gepagineerd zijn. De nrs. 1 en 2 tellen 44 pagina’s, de overige afleveringen doorgaans 32 pagina’s.
De delen hebben een eigen titelpagina in rood en zwart, en zijn voorzien van een vignet, voorstellend een boekhandel (of postcomptoir) waar knechten bezig zijn met een zojuist gearriveerde baal papier. De guirlandes rond het vignet monden uit in een monogram met de letters D.E. (‘T.J. Walter, inv. et fec.’).
Iedere aflevering is voorzien van een eigen, in de paginanummering niet meegetelde titelpagina. Deze titelpagina’s zijn alleen in zwart gedrukt en hebben met ingang van deel 5 het vignet met het postcomptoir; en met ingang van deel 7 een vignet, bestaande uit een monogram van de uitgever, omlijst door guirlandes en voorzien van een kroon. Vanaf deel 3 staat onder het impressum een groot en opvallend volgnummer. Op de versozijde van de titelpagina’s staat dikwijls een fondslijst of een anderssoortig bericht van de uitgever. Zo geeft hij op deze plaats, in een reeks afleveringen van deel 2, in de vorm van een feuilleton een samenvatting van de door hem gedrukte Krygskundige geaartheid der Fransche en Duitschers (geen exemplaar bekend).
De tekst zelf begint met een short title, waarna de postbode van wal steekt. In de marges staan het jaartal en de locatie waarop zijn relaas betrekking heeft. Na de verandering van uitgever begint nr. 3 uit deel 1 met een ‘Voorbericht’. In het enige bewaard gebleven exemplaar eindigen alle delen met een ‘Register der voornaamste Zaken’ (die van deel 5 en 7 bevinden zich in deel 6 respectievelijk 8). Zoals de titels al aangeven zijn de afleveringen voorzien van diverse ‘konst-platen’. Blijkens een bericht voorin nr. 12 van deel 1 is er ook sprake geweest van een titelprent (niet aanwezig in het bestudeerde exemplaar).

Boekhistorische gegevens
Het impressum op de titelpagina van de nrs. 1 en 2 van deel 1 luidt: ‘t’Amsterdam, By Jan van Clarestein, Boekverkoper op de Heilige Weg’.
Vanaf nr. 3 heet het: ‘t’Amsterdam, By S.J. Baalde, Boekverkoper op ’t Water, ’t derde Huys van den Dam’. De titelpagina’s van alle delen noemen: ‘Te Amsteldam, By S.J. Baalde, Boekverkoper’.
Uit de Leydse Courant van onder andere 6 december 1758 blijkt dat belangstellenden drie stuivers per aflevering moesten neertellen. In diezelfde krant meldt Baalde op 21 januari 1761 dat er inmiddels 6 delen zijn verschenen, à ƒ 10:10.
Over de oplage is niets bekend. Dat het blad een zekere populariteit genoot, moge blijken uit het feit dat nr. 14 van deel 8 herdrukt moest worden (Oprechte Haarlemsche Courant 9 september 1761).

Inhoud
Aanvankelijk als postbode maar gaandeweg steeds meer als een staatsspion doet de onbekend gebleven auteur verslag van wat er in Europa gebeurt. In beide functies heeft hij toegang tot officiële brieven, memories en plakaten, die regelmatig in het tijdschrift zijn afgedrukt. Soms zijn de berichten voorzien van ‘aanmerkingen’ van de schrijver.
De berichtgeving concentreert zich op de Zevenjarige Oorlog (1756-1763), een Europese oorlog waar Engeland en Pruisen tegenover Saksen, Oostenrijk, Frankrijk en Rusland stonden. Centraal-Europa – met name Silezië, Moravië, Bohemen en Hongarije – was in de jaren het krijgstoneel; in 1759 vond een voor de Pruisen vernietigende veldslag plaats bij Kunersdorf (Kunowice). Omdat er over al deze krijgsverrichtingen uitgebreid verslag wordt gedaan, met indrukwekkende illustraties van krijgslustige huzaren, lijkt het erop dat er een Duitse bron ten grondslag ligt aan de Algemeene Postbode. Ook de berichten van de ‘Berlynsche nouvellist’, en de geografische beschrijvingen van landen/streken als Slavonië, Kroatië, Bosnië, Zevenbergen, Europees Turkije, Griekenland en Indië, die zijn opgenomen aan het begin van de laatste afleveringen, wijzen op een externe bron.
Oorlog is überhaupt een thema dat blijkens de titel van het blad veelvuldig ter sprake komt. Nieuws over oorloghandelingen, ooggetuigenverslagen, dagverhalen, een persoonlijk relaas over een veldslag, meldingen over het aantal doden daarbij: het zijn geen vrolijk stemmende berichten. In deel 4 wordt de lezer zelfs opgeroepen met een vertoog te reageren op de vraag: ‘Welk Voordeel eenen Burger of Ingezeeten zig uit den Oorlog voorspellen kan?’ (nr. 10, p. 351).
Toch bevat de Algemeene Postbode veel binnenlands nieuws. De schrijver is stadhoudersgezind, zo blijkt onder meer uit een ‘Vertrouwelyk berigt van Broer Theunissen over de ruchtbaare val van een voornaame Star uit de Loevensteinsche Factie’ (deel 2, nr. 8). Er staan verder namenlijsten in van Nederlanders die tot een politiek ambt zijn benoemd. Ook statistisch materiaal over het aantal overlijdensgevallen in diverse Hollandse steden, en aankondigingen van verkopingen van allerhande goederen (zoals thee, boeken, obligaties, tapijten, paarden, schilderijen) zijn erin te vinden.
Deel 2 bevat bijvoorbeeld een verslag van een pachtersoproer te Rotterdam op 25 en 26 juli 1759, alsmede een vertoog over het financiële conflict tussen Holland en Groningen, dat uitmondde in beslaglegging op ieder Gronings schip dat een Hollandse haven aandeed. In deel 7 treft men een gedetailleerd overzicht aan van schepen die in 1760 in Texel zijn aangekomen, met daarbij vermeld de havenstad vanwaaruit zij waren vertrokken. Indrukwekkend is de lijst met in 1760 verongelukte Nederlandse schepen, met de vermelding van de kapitein en de plaats waar ze ten onder zijn gegaan.
In het laatst genoemde deel staat voor het eerst een uitvoerig bericht van de schrijver aan zijn ‘Begunstigers’. Hij bedankt hen ‘voor derzelver oplettendheid, waar mede zy zyne ontdekkingen en het verhaal der merkwaardige gebeurtenissen hebben gelieven te ontfangen, gedurende een reeks van drie Jaaren.’
Het wordt nu tijd dat de lezer grondig onderricht wordt van de ware aard van de Staatsspion:

Zeker is het dat zyne natuurlyken vrolyken aard hem eenige schertseryen en vrolyke bewoordingen doet ontvallen, die aan eenige wat te wulps voorkomen. Maar de Lezer gelieve te begrypen, dat de meeste zaaken, welke in het ondermaansche geschieden, of te belachen of te beschreyen zyn. Van het schryen is hy een dood Vyand, en om niet beschuldigt te kunnen worden dat hy zyne Lezers aan het schryen helpt, gelyk veele Schryvers met hunne lammentable styl, helpt hy dezelven aan ’t lachen, dat is immers vermakelyker dan het eersten (p. 3-4).

Voorts legt de schrijver uit dat hij zijn commentaar steeds vanuit een onpartijdige positie levert. Bovendien heeft hij het niet gemunt op mensen alswel op misstanden en misbruiken. Om die reden richt hij zijn pijlen vooral op de Jezuïeten:

het zyn Monsters, die de hel uitgespogen heeft om de waereld te beschadigen; de Koningen te vermoorden, de wetten, die de zamenleving der Menschen bevorderen, verbreken; dit zyn de Gedrogten, welke hy zynen haat heeft gezwooren (p. 5).

Maar gekroonde hoofden spaart hij, in die zin, dat hij ze met eerbied bejegent: ‘Nooit denkt, spreekt of schryft hy van dezelve, of het is altoos met die eerbiedigheid verzeld, welke men aan dezelve verschuldigt is’ (p. 5).
Na deze uiteenzetting trekt de schrijver weer ‘het Spions pakje’ aan en begint aan zijn gewone werk:

Hy zal de legging en de beweging der Legers observeeren; zig weder voor en tusschen de gescheurde slagorde des Legers begeven, en toonen dat hy geenszins van zyne stoute ondernemingen ontaart is. De ongunstige Fortuin zal beschikken dat hy ’er heel huits van zal koomen. De Pandouren, Hussaren en Croaten zal hy allerwegen in het ponderen verzellen, zonder evenwel daar van een duit in zyn zak te steeken. (p. 6)

Relatie tot andere periodieken
Baalde combineerde de Algemeene Postbode met twee andere periodieken. Abonnees kregen die extra bladen er gratis bij en konden ze apart laten inbinden: Historie van het Keyzerryk (1758-1759) en Chronyk of Historie van den Tegenwoordigen Oorlog in het Algemeen (1759). Met ingang van deel 5 (1760) werden de bijbladen losgekoppeld van de Postbode. Dit verklaart tevens de titelwijziging met ingang van dit deel.
Daarnaast recyclede Baalde fragmenten uit eigen en/of andermans fonds. Het Vertrouwelyk berigt, van Broer Theunissen (1758) bijvoorbeeld, over het ontslag van de voormalige geheime secretaris van Oranje, Jan de Back, was ook als los pamflet uitgegeven (Knuttel 18709). De naam van Baalde komt wel voor als verkooppunt maar het is niet duidelijk of hij ook de uitgever was. Voorts nam Baalde in de Algemeene Postbode diverse onderdelen over uit zijn Kortbondige beschryving van de Pruyssische groene en zwarte huzaren (1758), waaronder de prenten van een zwarte en een groene huzaar.

Exemplaren
¶ Leiden, Universiteitsbibliotheek: 659 F 16-23

Rietje van Vliet