Algemeene Schiedamsche Courant (1804-1810)

Titelpagina
Algemeene Schiedamsche Courant.
Bij de oprichting schijnt de krant te hebben geheten: Algemeene Weekelijksche Schiedamsche Courant.
Ook verscheen de Buitengewone Algemeene Schiedamsche Courant.

Periodiciteit
Het blad verscheen driemaal per week, op dinsdag, donderdag en zaterdag. Vanaf augustus 1809 werd het maandag, woensdag en zaterdag.
Het eerste nummer zag op 14 januari 1804 het licht: door de verhuizing van de uitgever en het ongunstige jaargetijde een week later dan gepland. In 1808 ging het gerucht dat de krant verboden zou zijn, hetgeen in de Rotterdamse Courant van 4 februari 1808 stellig werd ontkend. In maart 1810 kreeg het blad voor een week een verbod opgelegd omdat er in de rubriek Mengelingen een stukje had gestaan ‘Zonderlinge instructie bij het vragen van de hand eener Princes’, dat kennelijk niet in goede aarde was gevallen. Het laatste nummer was van 28 april 1810. Het sterk teruggelopen debiet had de uitgever, zo meldt hij, doen besluiten te stoppen met de krant.

Bibliografische beschrijving
Heel of half vel folioformaat. In het titelblok prijkt het wapen van Schiedam, aan weerszijden opgehouden door twee leeuwen als schildhouders. Onder het titelblok bevindt zich een paginabreed tekstblok met mededelingen van de uitgever, variërend van inhoudsopgave tot en met gegevens over de verkrijgbaarheid en het impressum. De tekst zelf is opgemaakt in drie kolommen.

Boekhistorische gegevens
Op 3 november 1803 behandelde de raad het verzoekschrift van Abraham van Kerssen, ‘burger en inwoonder der stad Amsterdam’. Hij wilde met zijn Rotterdamse compagnon William Locke een drukkerij oprichten in Schiedam en daar twee kranten uitgeven: een ‘Algemeene Nederlandsche Schiedamsche Courant’ of iets dergelijks en een Engelse krant The New Merchant. Deze combinatie was aantrekkelijk omdat voor de laatste titel toch al ‘buitenlandsche correspondentiën’ moesten worden gevoerd. Op 15 december 1803 gaf het stadsbestuur aan Van Kerssen en Locke toestemming om met ingang van 1 januari 1804, voor de tijd van vijf jaar, een krant uit te geven tegen betaling van een jaarlijks bedrag ad ƒ 200 aan recognitiegeld.
Van Kerssen stopte al spoedig: volgens zijn voormalige compagnon uit wangedrag. Tot en met december 1806 staat de krant op naam van J. Locke en Comp. Onduidelijk is hoe binnen deze compagnie de zakelijke verhoudingen waren tussen William en zijn zoon John Locke. Met ingang van 1 januari 1807 is de firma F.H. Goede en Comp. de uitgever, maar deze voormalige schoolopziener zag al snel dat krant en drukkerij minder lucratief waren dan zijn overheidsbaan. Hij deed zijn bedrijfsaandeel dan ook een maand later over aan de meesterknecht Molenaar (zie bericht op 31 januari 1807). In februari 1807 komen we dan ook als uitgever J. Locke en W. Molenaar tegen, en vanaf 3 januari 1809 is het alleen nog W. Molenaar.
De krant was volgens vermelding onder het titelblok van 1 januari 1808 ook verkrijgbaar te Amsterdam, bij Wed. H.W. en C. Dronsberg, boekverkopers op de Dam. Op 1 januari 1810 is de Amsterdamse distributeur J.F. Nieman, ‘in de Warmoesstraat, nr. 197, over de St. Jans straat.’
De krant kostte 2 stuivers per nummer; abonnees betaalden ƒ 5 per jaar, zo meldt Saakes in maart 1804 (p. 23). Vanaf 1807 bedroeg de abonnementsprijs ƒ 6, aldus Saakes in december 1806 (p. 384). In december 1810 worden de  nrs. 1-51 (januari tot en met april) ‘compleet’ aangeboden voor ƒ 2 (p. 191).

Medewerkers
De rubrieken werden door verschillende personen geschreven. Het politieke gedeelte werd samengesteld door ‘een onervaren en traag jongeling’, die door het weeshuis te Gouda onder de hoede was gebracht van de courantier.
Volgens de schrijver van de Bijdragen betrekkelijk den staat en de verbetering van het schoolwezen (deel 6, p. 69-70) was ook Willem GOEDE (1764-1839) redacteur van de Algemene Schiedamsche Courant. Goede was remonstrants predikant en schoolopziener in het zuidelijk gedeelte van het departement Holland. Willem Goede is de vader van de kortstondige uitgever uit begin 1807, F.H. Goede. Hij heeft waarschijnlijk het school- en academienieuws voor zijn rekening genomen.

Inhoud
De krant doet door haar vele rubrieken modern aan:

I. Al het Staatkundig Nieuws, dat men in andere Couranten aantreft, in een kort bestek en vaak voorzien van de noodige Geographische Ophelderingen, mitsgaders de Zeetijdingen; II. De Schiedamsche, Rotterdamsche en Zeeuwsche graanprijzen; III. De Schiedamsche Geneverprijzen; IV. De wisselcours van de Koopsteden in alle landen; V. De Amsterdamsche Effectenlijst; VI. De getrokkene Prijzen en Premiën in de Haagsche en Utrechtsche Loterij; VII. Vertogen over allerlei onderwerpen van wetenschap en zedelijkheid in Proza en Poëzy; VIII. Kleine Mengelstukjes van allerlei aard, in rijm en onrijm, waaronder ook Raadsels, Charaden, Logogryphen, Versjes op opgegeven eindrymwoorden, woorden ter vervaardiging van korte opstellen, rekenkundige opgaven, Toneelanekdoten, schoone gedachten uit voorname schrijvers etc.; IX. Belangrijke Berigten omtrent kunsten, wetenschappen, uitvindingen, luchtgesteldheid, gezondheid, modes, enz.; X. Belangrijke vragen van allerlei aard, met derzelver beantwoordingen; XI. Allerlei Letternieuws, School & Akademienieuws uit de gansche beschaafde wereld, beoordeelingen van in- en Berigten van buitenlandsche boeken of kunstgewrochten, Antikritieken en waarschuwingen voor slechte boeken.

Vanaf 31 januari 1807 komt er de rubriek ‘Tooneel-kritiek’ bij, met recensies van opvoeringen in de Rotterdamse, Amsterdamse en Haagse schouwburg.
Opmerkelijk is de oriëntatie op Engeland. Het waren de ‘Engelsche Tydingen’ die de krant zo’n groot debiet hadden bezorgd, schreef de uitgever op 28 april 1810:

Toen derhalve de onmiddellijke gemeenschap met Grootbrittanje werd afgebroken, was niets natuurlijker, dan dat deze krant, met een gedeelte van derzelver waarde als nieuwsblad, ook een aanmerkelijk gedeelte van haar debiet verloor.

Relatie tot andere periodieken
Het is onduidelijk hoe de krant zich verhoudt tot de twee Engelstalige bladen uit het fonds van Locke: The New Merchant (1804) en de opvolger ervan, The Mercury (1804-1807). Toen de uitgave van de Algemeene Schiedamsche Courant niet meer haalbaar bleek, besloot Molenaar de populaire rubriek Mengelingen als apart tijdschrift uit te brengen: de Gezellige (1810-1811).
Vanaf 1847 verscheen de Schiedamsche Courant (1847-1943).

Exemplaren
¶ Schiedam, Gemeentearchief: toegang 392 (Algemene Schiedamsche Courant 1805-1810)
¶ Amsterdam, Stadsarchief: toegang 376 (archief hervormde gemeente), inv.nr. 287 (een enkele aflevering uit 1804, 1805)
¶ Vlaardingen, Streekmuseum Jan Anderson (aflevering van 25 december 1804).
¶ Het door Van der Poest Clement beschreven exemplaar van de eerste aflevering in de Gemeentebibliotheek Rotterdam is onvindbaar.

Literatuur
¶ Louis, ‘De oudste krant van Schiedam’, in: Scyedam 23 (1997), p. 142.
¶ A. van der Poest Clement, Uit het verleden van Schiedam (Schiedam 1985), p. 100-104 (herdruk van artikel in Rotterdamsch Parool 19 augustus 1949).

Rietje van Vliet