Amsteldamsche Nationale Schouwburg (1795)

Titelbeschrijving
De Amsteldamsche Nationale Schouwburg.

Periodiciteit
Er zijn 6 afleveringen bekend, die alle in de tweede helft van 1795 zijn verschenen. Blijkens de openingsaflevering was de redacteur van plan wekelijks een nummer uit te geven, maar de verschijningsfrequentie was zeer onregelmatig. Van de laatste vijf afleveringen valt een verschijningsdatum post quem te reconstrueren op grond van de besproken toneelopvoeringen. De tweede en derde aflevering moeten zijn verschenen na 12 september, de vierde na 19 oktober, de vijfde na 27 oktober en de zesde op 12 december.

Bibliografische beschrijving
Elke aflevering telt 8 pagina’s in octavo.

Boekhistorische gegevens
Onder aan elke aflevering: ‘Te Amsteldam, by Pieter Johannes Uylenbroek, in de Nes.’

Medewerkers
Schotel en Van Doorninck noemen beiden als redacteurs Pieter Johannes UYLENBROEK (1748-1808), Hendrik OGELWIGHT JR  (1764-1841), Cornelis LOOTS (1764-1834), Jan Gerard DOORNIK (ca. 1765-1807) en Jan Fredrik HELMERS (1767-1813).
Van Hattum heeft echter op grond van stilistische argumenten aannemelijk gemaakt dat De Amsteldamsche Nationale Schouwburg moet worden toegeschreven aan Helmers. Eén bijdrage was volgens Van Hattum niet van de hand van Helmers, namelijk een bespreking in de nrs. 2 en 3 (p. 9-26) van een opvoering van Feiths C. Murcius Cordus (1795).

Inhoud
De Amsteldamsche Nationale Schouwburg was een toneeltijdschrift. De titel verwijst naar de nieuwe naam die de schouwburg had gekregen bij de heropening door het ‘Comité Revolutionnair’ op 21 januari 1795. Het blad bevat zowel theoretische vertogen als recensies van uitvoeringen in de Amsterdamse schouwburg. Het doel was drieledig: het bevorderen van de goede smaak, het herstellen van het nationale toneel en het verbeteren van de vaderlandse dichtkunst. De bijdragen kenmerken zich door een zakelijke toon: de oordelen gingen altijd gepaard met een grondige, theoretische argumentatie.
De kritiek werd gestuurd vanuit een duidelijke programmatische visie: het Frans-classicisme was de norm en de onbetwistbare leidsmannen waren Aristoteles en Corneille, Voltaire en Racine. Kritiek was er op het werk van patriotsgezinde auteurs als Feith en Nomsz. Ook de Duitse schrijver Kotzebue moest het ontgelden. Zijn Bruder Moritz (1791, vertaald in 1792 als Broeder Morits) werd beschouwd als het meest verwerpelijke toneelstuk dat ooit geschreven was, omdat het zedenbederf zou aanwakkeren. Het schouwburgbestuur werd mede verantwoordelijk gehouden voor het verval van het toneel, omdat het recettes boven de kunst zou laten prevaleren.

Exemplaar
Amsterdam, Theaterinstituut: spec M 22 (fotomechanische herdruk, editie M. van Hattum, 1992).

Literatuur
¶ L. Jensen, ‘Een mijnenveld vol explosieven. Kritiek in Nederlandse toneeltijdschriften rond 1800’, in: De negentiende eeuw 34 (2010)
¶ M. van Hattum, Jan Fredrik Helmers (1767-1813). Leven en werk van een Amsterdamse wereldburger (Amsterdam 1996), p. 54-57
¶ J.F. Helmers, De Amsteldamsche Nationale Schouwburg, ed. M. van Hattum (Amstelveen 1992)
¶ G.D.J. Schotel, ‘Herinnering aan Jan Fredrik Helmers’, in: Europa (1858), p. 45-65
¶ J.I. van Doorninck, Vermomde en naamlooze schrijvers opgespoord op het gebied der Nederlandsche en Vlaamsche letteren, deel 2 (Leiden 1885), p. 504.

Lotte Jensen