Amstels Schouwtooneel (1808-1809)

Titelbeschrijving
Amstels Schouwtooneel.
Het gebundelde tijdschrift verscheen in twee delen. Op het titelblad van het eerste deel staat: Amstels Schouwtooneel, door A.L. Barbaz. Eerste deel. Van N°. I  tot N°. 43. Het titelblad van het tweede deel luidt: Amstels Schouwtooneel, door A.L. Barbaz. Tweede deel. Van N°. 44 tot N°. 86.

Periodiciteit
Het eerste nummer van dit weekblad verscheen op maandag 4 januari 1808, het laatste op maandag 30 december 1809. Het eerste deel van het gebundelde tijdschrift verscheen in 1808, het tweede in 1809. Het had een regelmatige verschijningsfrequentie en maakte twee jaargangen vol. Er was sprake van een dreigend verbod, maar dit werd afgewend (nr. 24, 15 augustus 1808, p. 217). De auteur staakte na twee jaar bewust zijn onderneming omdat hij het een te zware belasting vond om dagelijks opvoeringen in de schouwburg te bezoeken. Hij wilde zich bovendien weer op andere letterkundige activiteiten kunnen concentreren.

Bibliografische beschrijving
Elke aflevering telt 8 pagina’s in octavo. Elk deel is doorlopend gepagineerd en elke aflevering is gedateerd. Het voorwerk van beide delen bestaat uit een titelpagina met een prent en een motto. Het motto luidt: ’k Geef kunstverdiensten lof, ’k veröordeel kunstgebreken. De schryver.’ De prent toont een bijenkorf omgeven door lauwertakken. Daarop liggen een bazuin, een harp en een kroon. Verder is er per deel een uitgebreide inhoudsopgave.

Boekhistorische gegevens
Titelpagina: ‘Te Amsteldam, by Willem van Vliet.’ Onderaan elke aflevering wordt als verkooppunt vermeld: ‘Te Amsteldam, by Willem van Vliet, op den Heiligen Weg, en alöm.’ De prijs van het eerste deel was ƒ 3:15 (Saakes 1808, p. 479).

Medewerkers
De auteur van het tijdschrift was Abraham Louis BARBAZ (1770-1833). Hij was een productief schrijver, die veel toneelstukken uit het Frans vertaalde, onder andere van Voltaire, Racine en Corneille. Hij was patriotsgezind, maar steunde later het bewind van Lodewijk Napoleon. Hij schreef onder meer een allegorische voorstelling ter ere van het bezoek van de bewindhebber aan de Amsterdamse schouwburg op 3 mei 1808. Dat kwam hem op kritiek te staan van tijdgenoten die hem van opportunisme beschuldigden. Hij was teven redacteur van het weekblad De Fortuin (1804-1805).

Inhoud
Amstels Schouwtooneel was een toneeltijdschrift dat hoofdzakelijk was gevuld met recensies van opvoeringen in de Amsterdamse schouwburg en toneelgerelateerde beschouwingen. Barbaz gebruikte het blad ook om zichzelf te promoten: hij adviseerde de schouwburgcommissarissen om zijn stukken vaker te programmeren en nam geregeld voorpublicaties uit eigen werk op.
Barbaz had een sterke voorkeur voor toneelstukken in de Frans-classicistische traditie en rekende Huydecoper, De Lannoy, De Marre en Nomsz tot de beste Nederlandse toneelschrijvers. Van de nieuwe smaak voor opera’s en balletten moest hij niets hebben. Ook Kotzebue kreeg de wind van voren, al velde Barbaz ook vaak een genuanceerd oordeel over deze verguisde auteur. Hij waagde het zelfs een top drie van Kotzebues beste stukken samen te stellen, namelijk Menschenhaat en berouw (1792), De onechte zoon (1793) en De verzoening, of de broedertwist (1798). Hij noemde het bovendien een zegen voor het vaderlandse toneel dat Witsen Geysbeek het laatstgenoemde werk had vertaald (nr. 33, p. 44).
De ideale toneelcriticus was volgens Barbaz onpartijdig en hield zich verre van persoonlijke geschillen. Hij slaagde er maar ten dele in dat ideaalbeeld in de praktijk te brengen. Tot twee maal toe raakte hij in een conflict verzeild, dat hij via het medium van zijn eigen blad uitvocht. Het eerste ging over een in zijn ogen onterechte beoordeling in De Schouwburg van in- en uitlandsche letterkunde van zijn blijspel De lichtzinninge (1807). De anonieme auteur van de Tooneelkundige Brieven (1808) verweet Barbaz, na diens geïrriteerde reactie in Amsteldamsch Schouwtooneel, dat hij zelf niet tegen kritiek kon. Het tweede conflict betrof de acteerwijze van Dirk Sardet in De lichtzinnige. Barbaz had in zijn tijdschrift kritiek op deze speler geuit. Opnieuw wees de auteur van de Tooneelkundige Brieven hem terecht. De controverse escaleerde volledig en vulde vele afleveringen van Amstel Schouwtooneel.

Relatie tot andere periodieken
Barbaz distantieert zich in de openingsaflevering ten opzichte van eerdere toneeltijdschriften die zich op de Amsterdamse schouwburg hebben gericht. Hun korte bestaansduur wijt hij aan het feit dat de oordelen te ‘bedilzuchtig’ en ‘partydig’ waren. Hij noemt geen titels, maar doelt ongetwijfeld op tijdschriften als De Tooneelspel-Beschouwer (1783-1784), De Tooneelspel-Beöordeelaar (1784), De Amsteldamsche Nationale Schouwburg (1795) en De Tooneelmatige Roskam (1799). In een latere aflevering fulmineert hij tegen het de ‘valsche en overdreven oordeelvellingen’ in De Tooneelspectator (1792) van Nomsz (nr. 36, p. 325).

Exemplaar
Amsterdam: Universiteitsbibliotheek: 453 H 4-5.

Literatuur
¶ L. Jensen, ‘De toneelcriticus rond 1800. Ideaalbeeld en praktijk in Amstels Schouwtooneel van Barbaz’, in: H. van den Braber en I. Leemans (red.), Explosieve debatten. Kritische tradities in Nederlandse en Engelse tijdschriften 1750-1940 (Zutphen 2012)
¶ L. Jensen, ‘Een mijnenveld vol explosieven. Kritiek in Nederlandse toneeltijdschriften rond 1800’, in: De Negentiende Eeuw 34 (2010)
¶ H. van der Veen (samenst.), Register op het Amstels schouwtoneel van A:L: Barbaz, alsmede op het weekblad De Fortuin en op de kwartaal-uitgave Mengelwerken (s.n. 1987).

Lotte Jensen