Amsterdamse Mercurius (1689)

Titelbeschrijving
Amsterdamse Mercurius, Behelsende de voornaamste Zaaken in Europa, Voorgevallen in […]. Soms luidt de spelling: Amsterdamze Mercurius, Behelzende […].

Periodiciteit
Van dit maandblad zijn acht afleveringen bekend, lopend van januari tot en met augustus 1689.

Bibliografische beschrijving
Een aflevering telt doorgaans 48 bladzijden in kwartoformaat. De paginering begint steeds opnieuw. Elke aflevering heeft een nieuwe titelpagina, met maandvermelding. Daarop staat een bijna altijd zelfde vignet: een bloemtuil. Colofons ontbreken.

Boekhistorische gegevens
Het impressum is in alle afleveringen: ‘t’Amsterdam, By Johannes Landsmeer, Boekverkooper op den Dam, bezyden ’t Stadthuys, 1689’.

Medewerkers
De onbekende auteur heeft mogelijk een Zeeuwse achtergrond: hij laat zich herhaaldelijk bewonderend uit over de inwoners van die provincie.

Inhoud
De Amsterdamse Mercurius is een degelijke mercuur, die in zakelijke stijl uitsluitend nieuws geeft: veelal oorlogsnieuws, ook uit de Duitse landen en Italië. Een sterk punt is de documentatie. Officiële brieven en staatsstukken worden in hun geheel geciteerd.
De auteur laat zich leiden door een eigen historisch programma waarbij hij alle gebeurtenissen ingekaderd ziet in een groter geheel: het verschijnsel-Lodewijk xiv. De openingszin van het eerste nummer heeft dan ook veel van een historische beginselverklaring:

Den Koning van Vrankryk, de eernaam van Groot zig aan gematigt hebbende, heeft zedert twintig en meer Jaaren, door zijn daaden hem zelven roemrugtig in de waerelt willen maaken, de reedenen die hy daar toe gehad mag hebben, of de waare loffelykheyt die ’er in mogte resideren, is myn meening tegenwoordig niet om te ondersoeken; maar alleen verhaalens wyse op het papier ter needer te stellen, wat ’er voornamelijk door deszelfs toedoen, en waar van hy de Principale oorsaak genaamt werden, in Europa gebeurt is.

Hij begint daarop met een overzicht van het gebeurde vanaf de invasie door Willem III van Engeland in 1688, waarmee hij zich impliciet een aanhanger van de politiek van Oranje verklaart. Hoewel de schrijver redelijk objectief blijft schroomt hij niet voorvallen te vermelden die een ongunstig licht werpen op het Franse karakter:

Monsr. de Choiseul […] trok den 9. van dese Maant met een Camp Volant van 4000. Ruyters over den Rhyn in het Markgraafschap van Baden Duurlag […] tot aan Richen dat onder Basel behoort, ter neer, deeden in den beginne niemant geen quaat, versochten ook daags van te voren, aan den Markgraafs bedientens, dat zy haar onderdanen wilden beveelen, by huys te blyven, alsoo sy Franssen slegts wilden Fourageren, en haar geen quaat soude wedervaaren. Dit wiert niet alleen van de zelve gelooft, maar zelfs de Boeren aangezegt datse niets hadden te vresen. Dog waren beyde niet weinig bedroogen als de Franssen het land, aan de Soldaaten ten roof hebbende gegeven, alles wat zy hadden van Hoenders, Schaapen, Ossen en Koeyen, onder de voet schooten en slagte. De opgeseetenen wierden van hun Paarden, Broot, Zout, Kleederen en alles wat zy hadden berooft, Vrouwen en Jonge Dogters wierden naakt uyt gekleet en geschoffeert, sonder zelfs de Vrouwen der Predikanten, en de Kerken te verschoonen. En dus saagen die van Baazel onder de Protextie van de Cantons staande, als voor haar Poorten wat staat dat men op het Woort en de Beloften der Fransse had te maken (juni 1689, p. 3-4).

Exemplaar
Leiden, Universiteitsbibliotheek: thyspf 11712.

André Hanou