Antipolitiek Haspelstertje (1795)

Titelbeschrijving
Anti-politiek Haspelstertje

Periodiciteit
Het eerste van de ongedateerde nummers verschijnt eind mei 1795 te Amsterdam. Er komen niet meer dan vijf afleveringen uit – vier reguliere nummers en een extranummer – dus in juli houdt het Antipolitiek Haspelstertje op te bestaan.

Bibliografische beschrijving
In kwarto, de twee bekende nummers tellen elk acht bladzijden met doorgenummerde paginering.

Boekhistorische gegevens
Het colofon van het eerste nummer vermeldt louter Amsterdamse boekhandelaren: Keizer, Van den Burg, Wijnands, Ten Brink, Langeveld en Van Laar Mahuet. Het weekblad zal dus alleen in Amsterdam verspreid zijn. Een los nummer kost anderhalve stuiver.

Medewerkers
In verschillende advertenties in de Amsterdamsche Courant van juli 1795 wordt een nieuw weekblad aangekondigd, het anonieme Antipolitiek Haspelstertje. ‘Het komt mij voor’, zegt de historicus Sautijn Kluit, ‘dat een tijdgenoot dit blad rangschikt onder de Pennevruchten van een Volksverleidend Huurling, van den Broodschryver Philippus VERBRUGGE, voorheen Pensioentrekkend Dagblad-Schryver van den Exstadhouder’.
Van Doorninck schrijft het blad voorzichtig aan een ander toe: ‘Mogelijk door den uitgever J.L. VAN LAAR MAHUET zelven, die zich meer op litterarisch-politisch terrein bewoog’.
Sautijn Kluit heeft gelijk, de inmiddels 45-jarige orangistische Philippus VERBRUGGE (1750-1806) is de redacteur van het Haspelstertje, zoals uit een van zijn latere publicatie blijkt.

Inhoud
In het openingsnummer schrijft Verbrugge dat het in deze tijd van meest ‘gelievkoosde, fijnst-gesponne Staatkunde’ vermetel is om met een haspelstertje (= spinstertje) te komen. Zijn vader Flip, allang dood, was een goede haspelaar – zijn zoon moet dat ambacht nog bewijzen.
Direct na de val van het ancien régime in januari 1795 gaan de revolutionaire republikeinen er stevig tegen aan. De meest radicale patriotten, nu Bataven genoemd, betogen dat Nederlanders nooit echte vrijheid hebben gekend omdat ze nimmer soeverein zijn geweest.
Hun permanent, intellectueel, openbaar debat over de herinrichting van het staatsbestel ontaardt regelmatig in politieke chaos, koren op de conservatieve molen van Verbrugge. Hij kan op dat moment in zijn Antipolitiek Haspelstertje deze – in zijn ogen – radicale Bataven nog hekelen zonder risico te worden gearresteerd:

In een tijd, dat Bollen van een allerijsselijkst groot verstand, schranderheid, doorzigt en oordeel, – Koppen, zóó opgepropt met zuiver extract der (helaas!!!) zoo zeer gelievkoozde, fijnstgesponne staatkunde, dat zij tot eene monstreuse dikte, breette, lengte, en hoogte zijn opgezwollen, – vernuften van zulk eene hoogdravende welsprekendheid, dat men zeggen zoude, de tong moest hun ’s avonds, door het geduurig berg-op-klauteren, vooral niet minder uit den hals hangen, als eenen hond, die eenen geruimen poos in den kern-molen gelopen heeft, – mannen, van de voetzoolen af, tot aan de keel toe, zoo onmanierlijk vol oude en nieuwe geleerdheid, dat bij de minste beweging hunnes lichaams, het Latijn, benevens allerhande soort van bastaart- en kunst-woorden, hun met gansche golven den hals uitloopen.

De politiek geïnteresseerde lezer kan in die hectische tijd wel wat relativerende opmerkingen gebruiken, vindt hij. Gedurende de eerste maanden van 1795 heerst er een sfeer van vreugde, optimisme, maar ook van verwarring over de vraag hoe het politiek verder moest. Zo moeten we de naam Haspelstertje voor het nieuwe blad zien.
De reden dat die naam door Antipolitiek wordt vooraf gegaan wordt, zo belooft Verbrugge, in het tweede nummer uiteengezet, maar aangezien slechts de nummers 1 en 4 bekend zijn, weten we dat niet. Die vierde aflevering – een extra nummer – bestaat geheel uit een brief van ene Batavus Justus van 27 juni 1795. Dat betekent dat er nog een regulier vierde nummer is uitgekomen, maar ook daarvan is geen vindplaats bekend.

Exemplaar
Particuliere collectie (er zijn twee nummers bekend).

Bronnen
Tresoar: FA Van Beyma thoe Kingma, inv.nr 2529 (brief van Batavus Justus).

Literatuur
¶ P. van Wissing, In louche gezelschap. Leven en werk van de broodschrijver Philippus Verbrugge (1750-1806) (Hilversum 2018)
¶ W.P. Sautijn Kluit, ‘De Post naar den Neder-Rhijn, enz.’ in: De Nederlandsche Spectator 29 (1876), 230-233, 239-240, 247-249, 257-259
¶ J.I. van Doorninck, Bibliotheek van Nederlandsche anonymen en pseudonymen (’s-Gravenhage-Utrecht 1868-1870), nr 1928.

Pieter van Wissing