Antwoorder (1791-1793)

Titelbeschrijving
De Antwoorder.
De Antwoorder op de Vragen van De Vraag-Al.

Periodiciteit
Van dit blad verschenen tussen 1791 en 1793 totaal 130 ongedateerde afleveringen, in 2 gebundelde delen. De advertentie in de Rotterdamse Courant van 12 juli 1791, waarin de nrs. 1 en 2 worden aangekondigd, wijst erop dat De Antwoorder vanaf medio 1791 van start is gegaan.
In 1793 lijkt er enige stagnatie te zijn opgetreden. In nr. 223 van de Vraag-al stelt de schrijver ervan de vraag ‘Waar blijft het?’, refererend aan het tijdelijk uitblijven van De Antwoorder,

die in eenige weeken niet verscheenen was, maar, nadien nu weder Nommers van het zelve zijn uitgekomen, zou men kunnen vragen, of mijne vraag niet nutteloos en overtollig is: Waar blijft het? Dit zij zoo! (deel 5, p. 120)

In juli 1794 verbood het Dordtse gerecht de verdere distributie van nr. 129. Het slaagde er alleen in de voorraad bij De Leeuw in Dordrecht in beslag te nemen. De voorraad bij zijn compagnon Jan Krap in Zwijndrecht bleef uit de greep van het gerecht, maar De Antwoorder verscheen na nr. 130 niet meer.

Bibliografische beschrijving
In octavo. Elke aflevering telt 8 pagina’s en heeft als motto: Candide et modeste (vert. Oprecht en gematigd).

Boekhistorische gegevens
Jan de Leeuw en Jan Krap te Dordrecht gaven De Antwoorder uit, ‘en alöm bij de Boekverkoopers; daar dezelven weeklijks voor één en een halven stuiver te bekomen zijn’.
De auteur van De Antwoorder meldt op het einde van deel 1 (p. 304) dat zijn blad met genoegen is ontvangen en dat de uitgevers erop aandringen in een apart deel ook de vragen uit de eerste twee delen van De Vraag-Al te beantwoorden. Zo’n uitgave is echter niet bekend.

Medewerkers
André Hanou (2009) denkt om stilistische reden aan Petrus DE WACKER VAN ZON, de redacteur van Janus (1787), als schrijver. Ook Pieter VAN WOENSEL is kandidaat omdat er gerefereerd wordt aan diens De Lantaarn. Verder: Gerrit PAAPE, omdat er verwezen wordt naar de door hem vertaalde historie van de Abderieten en Paape de auteur is van een vraagal-achtig blad: De Revolutionnaire Vraagal. Ook komt Ysbrand VAN HAMELSVELD in aanmerking, aan wie De Vraag-Al (1790-1796) doorgaans wordt toegeschreven, aldus Hanou.
Er zijn ook bijdragen die met R.V.H. en P.W. zijn ondertekend. Het blad heeft enkele correspondenten, zoals Joris Oprecht.

Inhoud
De Antwoorder bevat vooral essays met een algemener politiek-maatschappelijke strekking, over toen heikele kwesties. Het is echter niet partijpolitiek gericht, het blad bewaarde neutraliteit en lijkt verwant met patriotse ideeën. Dat is overigens allerminst zeker:

Tot heden toe is ‘er nog niemand, die uit den ANTWOORDER zeker kan besluiten, of de Schrijver een Patriot of een Prinsman is – niet waar Lezer? (deel 2, p. 575)

Hanou karakteriseert De Antwoorder als kritisch-verlicht met een ironische ondertoon, hier en daar een beetje sterniaans van aard. De Antwoorder beantwoordde vragen zoals deze:

– ‘Wordt het wel beter?’
– ‘Hebben de Joden en Boeren ook al reden van klagen’?
– ‘Wat is dan gelijkheid?’

Deze en andere vragen zijn al eerder gesteld in het tijdschrift De Vraag-Al (1789-1796) en worden door De Antwoorder opnieuw gesteld en beantwoord. De vraag is of de antwoorden in beide weekbladen verschillen of niet: is De Antwoorder een herhalingsoefening van De Vraag-Al met een commerciëler doel?

Relatie tot ander bladen
De Antwoorder reageert op vragen die De Vraag-Al zijn gesteld.

Exemplaar
¶ Den Haag: Koninklijke Bibliotheek 595 K 53-54
¶ Full text deel 1 en deel 2.

Bronnen
¶ GA Dordrecht: oudrechtelijk archief, inv.nr 23: resoluties van 15 en 17 juli 1794.

Literatuur
¶ [André Hanou], Herkauwer’s blog van 27 januari 2009
¶ Gerrit Paape, Mijne vrolijke wijsgeerte in mijne ballingschap, ed. Peter Altena (Nijmegen 1996), p. 61-62.

Pieter van Wissing