Arlequin Distelateur (1725-1726)

Titelbeschrijving
Arlequin Distelateur, of de Overgehaalde Nouvelles, Zynde een werk immers zo dwaas, als de maaker zelfs, dewyl het in twee-en-vyftig weekelykse afdeelingen, aan een gezond oordeel zonneklaar vertoont alle de hokken van het dolhuis dezer geheele wéreld, met weinig geest, dog veel woorden, meest, ex tempore, (tot vermaak dier Wysaarts, die uit gebrek van onderzoek naar hemelse dingen, op dezen aardbol met hun tyd verleegen zyn) by den ander geflanst, door een pelgrom van Zutphen, die, onder den zinspreuk van: Virgilius zonder Mecaenas langs Amsterdam, den dollen trommel roerst, om soldaaten voor den kwynenden Parnas te werven.

Periodiciteit
Het tijdschrift verscheen wekelijks, op donderdag, van 1 februari 1725 t/m 24 januari 1726 (52 nrs.).

Bibliografische beschrijving
Iedere aflevering telt 8 pagina’s in kwarto. De jaargang is doorlopend gepagineerd (p. 1-416).
De gebonden jaargang wordt voorafgegaan door één ongepagineerd katern (met als signatuur één asterisk) waarin de Franse titelpagina wordt gevolgd door een gedicht onder de titel: ‘De Voorlezer, uit het Amsterdamse Doolhof, Verklaart aan zyne Toehoorders de Historische Printverbeelding van David, en de Reus’.

Tussen de Franse titelpagina en het titelblad is een gravure van Pieter Tanjé ingevoegd, naar een ontwerp van Gerrit Melder. Op de voorgrond in het midden staat Arlequin, die voor de ingang van ‘In de vier winden’ gedestilleerde drank uitdeelt.

Na de prent vervolgt het katern met het titelblad, een ‘Aanspraak, aan de Heer Gerrit Melder’ en een vier pagina’s tellende ‘Opdragt, aan haar gewaande Majesteit Minerva van Geenenhuizen, geboore Princes tot armoede, en gebrek, althans Gemaalin van den alomzwervenden Pretendent, en Moeder aller zukkelende Digters, en Wysgeeren, enz.’ De opdracht is gedateerd 28 januari 1726.

Boekhistorische gegevens
Arlequin Distelateur is in Amsterdam gedrukt voor de auteur. De prijs van een aflevering was 10 cent. Het colofon meldt:

Te Amsterdam, gedrukt voor den Auteur, en zyn te bekoomen by de Wed. A. van Aaltwyk, in de Pylsteeg en verdere Boekverkoopers binnen Amsterdam. Als mede tot ’s Gravenhage, P. van Thol; L[e]yden, H. van Damme; Delft, R. Boitet; Haarlem van Lee; Alkmaar, van Beyeren, &c.

Medewerkers
Willem VAN SWAANENBURG (1679-1728) werd op 16 mei 1679 gedoopt te Zutphen, waar zijn vader, Cornelius, de functie bekleedde van conrector aan de Latijnse school. Zijn moeder, Margareta Voster, is afkomstig uit een familie van Amsterdamse goudsmeden. Zij hertrouwde in 1692, zes jaar na de dood van Cornelius, met Samuel Nethenus, de hofpredikant van de graaf van Isenburg te Birstein. Nethenus was een vertegenwoordiger van het gereformeerd piëtisme.
Over de jeugd van Willem van Swaanenburg is niets bekend. In 1714 duikt hij op als acteur in het gezelschap van Jacob van Rijndorp. Twee jaar later verbleef hij temidden van Gelderse landadel als huisleraar van de kinderen van Hendrik van Laer. In die tijd begon hij met het schrijven van gedichten. Hij vestigde zich als schilder te Antwerpen, waar zijn dochter Sofia in maart 1719 werd aangenomen als lidmaat van de hervormde gemeente De Olijfberg.
Van 1722 tot zijn dood op 18 april 1728 woonde Swaanenburg in de Oude Looiersstraat, destijds aan de rand van Amsterdam. In amper vier jaar verschenen daar vier tijdschriften, losse gelegenheidsgedichten naast een poëziebundel, Parnas, of de zang-godinnen van een schilder (1724), en een bijtend pamflet gericht tegen een separatist uit zijn directe omgeving: Hans Christoffel Ludeman, afgerost door zyn eigen harderstaf (1727).

Inhoud
Arlequin Distelateur is eenvoudiger van opzet dan De Herboore Oudheit (1724-1725), een ander tijdschrift van Van Swaanenburg. De hermetische samenspraken uit dit blad zijn in Arlequin Distelateur verdwenen en hebben plaats gemaakt voor de monologen van een stokende harlekijn. Als hospes in ‘De vier winden’, een kroeg in de buurt, biedt Arlequin zijn benevelende extracten aan: sterk geconcentreerde feiten, gedestilleerd, ‘overgehaald’ uit vooral de Leidse Courant: ingedikt nieuws.
De religieuze boodschap blijft aanwezig maar op een wat terloopse manier. Vast item blijft de jacht op Jan Mol en zijn trawanten, waaronder Arnold Nachtegael.
Swaanenburg lijkt niet tevreden met de nieuwe opzet. In nr. 1 van Arlequin Distelateur schrijft hij:

[…] en zo hatelyk als de Herbore Oudheits Schryver is geweest, door de uitgerekte aaneenkoppeling van fantastike influentien, zo beminnelyk zal zig Arlequin zoeken te maaken by de verwyfde snotneuzen zyner eeuw […]. Wat dunktje van myn drogeryën, snaaken, die ik beuzel om uwen dorren hals te verfrissen? zynze niet fletser als de gepeperde Ragoeën, en Duiv..s zaussen der Herboore Oudheit, die den geest heeft gegeven op het moortbed der Pars? (p. 6-7).

Exemplaren
STCN 143859374
Full text

Literatuur
¶ F. van Lamoen, ‘Het losgeraakte spiegelbeeld van Willem van Swaanenburg’, in: Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman 28 (2005) 1, p. 13-24
¶ F. van Lamoen, ‘Willem van Swaanenburg’, in: W. van Bunge, H. Krop, B. Leeuwenburgh e.a. (red.), The dictionary of seventeenth and eighteenth-century Dutch philosophers (Bristol 2003), p. 958-959
¶ F. van Lamoen, ‘Est Deus in nobis! Over Swaanenburg en Ludeman’, in: Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman 24 (2001) 1, p. 1-8
¶ F. van Lamoen, ‘Willem van Swaanenburg (1679-1728), Hermes Trismegistus, en de alchemie’, in: De Nieuwe Taalgids 84 (1991) 1, p. 39-52
¶ A. Hanou, S. Janssens, F. van Lamoen e.a. (red.), Een hel vol weelde. Teksten uit het werk van Willem van Swaanenburg (1679-1728) (Assen 1986)
¶ C.M. Geerars, ‘De hermetische filosofie en Willem van Swaanenburg’, in: De Nieuwe Taalgids 62 (1969), p. 177-186
¶ J.P.A. van Alphen, Willem van Swaanenburg achttiende-eeuwer en tijdgenoot (Epe 1966)
¶ E.A. Serrarens, ‘De ratio in ’t gedrang’, in: Tijdschrift voor Taal en Letterkunde 26 (1938), p. 207-220
¶ E.A. Serrarens, ‘Willem van Swaanenburg, een zonderling uit het begin der 18e eeuw’, in: De Gids 100 (1936) 4, p. 201-223.

Frank van Lamoen