Artz, of Genees-Heer (1765-1771)

Titelbeschrijving
De Artz, of Genees-Heer; in aangenaame Spectatoriaale Vertoogen, op eene klaare en eenvoudige wyze leerende, wat men moet doen, om gezond, lang, en gelukkig te leeven. Eerste [enz.] deel.

Periodiciteit
Anders dan het Duitse origineel kwam de Nederlandse versie niet uit als tijdschrift. De titelpagina’s van de delen hebben de volgende jaartallen: deel 1-1 en 1-2 (1765), deel 2-1 en 2-2, deel 3-1 (1766), deel 3-2 (1767), deel 4-1 (1768), deel 4-2 (1769), deel 5-1 en 5-2, deel 6-1 (1770) en deel 6-2 (1771).

Bibliografische beschrijving
In octavo. De zes delen, elk onderverdeeld in twee ‘stukken’, bevatten in totaal 250 vertogen en worden afgesloten in deel 6 met een overkoepelend register. Het portret van Unzer op 38-jarige leeftijd, gegraveerd door Reinier Vinkeles, dateert van 1767.

Boekhistorische gegevens
Op de titelpagina van deel 1 staat: ‘Te Amsterdam, By Kornelis van Tongerlo.’ Vanaf deel 2-1 luidt het impressum ‘Te Amsterdam, By de Wed. Kornelis van Tongerlo en Zoon.’ Met ingang van deel 5-1 prijkt alleen de naam van Kornelis van Tongerlo in het impressum. Deel 6-2 draagt de naam van de firma ‘de Erven van F. Houttuyn’.
Het geneeskundige tijdschrift was net als in Duitsland een bestseller. Diverse malen moesten de uitgevers losse delen bijdrukken. Zo is er uit 1766 een uitgave bekend van de tweede druk van deel 2-1, door Wed. Kornelis van Tongerlo en Zoon, en een derde druk van deel 1-1 uit hetzelfde jaar van dezelfde firma. In 1767 verscheen een derde druk van deel 1-2, een vierde druk van deel 1-1 en (opmerkelijk) opnieuw een tweede druk van deel 2-1.
Nadat Van Tongerlo junior in maart 1771 overleden was, werd zijn zaak verkocht. De Erven F. Houttuin verwierven het recht van kopij op De Artz, zo maakten deze firma bekend in de Leydse Courant van 15 november  1771. Daar kondigde ze tevens aan thans deel 6-2 af te leveren, ‘behelzende het Slot van ’t Werk, nevens een bladwyzer op alle de Deelen, van welke nog eenige Compleet te bekomen zyn’. Uit ditzelfde jaar dateert blijkens de titelpagina’s een complete reeks van De Artz op naam van Houttuyn; voor het merendeel betreft het titeluitgaven van eerdere drukken.
In de jaren tachtig was de Amsterdamse uitgeversfirma Jacobus van der Burgh en Zoon vermoedelijk eigenaar van het kopijrecht. Hij bracht een prospectus uit waarin hij De Artz en het vervolg daarop voor ƒ 12:10 te koop aanbood: Bericht van de boekverkoopers Jacobus van der Burgh en Zoon te Amsteldam, wegens de afleevering van het by alle geleerden hooggeschatte, en voor ieder mensch volstrekt onontbeerelyk werk, ten tijtel voerende, De artz; of geneesheer […] Bij dit werk is gevoegd, een Naleezing, of aanhangzel […].

Medewerkers
Johann August UNZER (1727-1799), medicus te Hamburg/Altona en hoogleraar aan de universiteit van Rinteln, tekende voor het origineel, Der Artz (1759-1764). Het tijdschrift maakte zo veel opgang dat Unzer zelf de bekendste arts in het Duitse taalgebied werd. Ook in de Republiek was zijn reputatie glansrijk.
De Nederlandse uitgave is een vrije vertaling, ‘waar in men eene oordeelkundige keus heeft gedaan’ door allerlei teksten weg te laten ‘welke onze Natie min, de Duitschers meest betreffen’ (Vaderlandsche Letteroefeningen 1765, p. 523).

Inhoud
Met het blad wil de schrijver, aldus het voorwoord, de gewone burger de grondregels van een gezond leven bijbrengen om ‘de hulp der Geneesheeren te kunnen ontbeeren’ en goede en slechte artsen van elkaar te kunnen onderscheiden. De boodschap was voortdurend die van matigheid en soberheid. De mens moet zijn leefwijze inrichten naar jaargetijde, lucht- en weersgesteldheid, en bovendien beter luisteren naar de ‘Natuurlyke werkingen van alle de deelen onzes lighaams’.
De vertogen gaan over voedsel (oesters, vis, champignons, aardbeien, boter, wijn, thee, koffie), voedselbereiding (vlees braden), lichaamsbeweging (dansen), middeltjes om allerhande kwalen zelf te genezen (tandpijn, ingrediënten van een goede huisapotheek), en behandelmethoden van artsen (aderlaten, elektrificeren); een en ander gelardeerd met tot de verbeelding sprekende toepasselijke voorvallen. In enkele vertogen wordt uitvoerig stilgestaan bij het thema dronkenschap. Ook onderwerpen die meer met de algemene gezondheidszorg te maken hebben, worden ter sprake gebracht, zoals het begraven in kerken.
De opzet is steeds spectatoriaal, met brieven, antwoorden, verhaaltjes en reflecties. Met bijvoorbeeld vertoog nr. 4, over verwijfdheid van bepaalde lieden van stand, of vertoog nr. 247, over de invloed van deugd en ondeugd op de gezondheid van de mens, laat de schrijver zien dat hem behalve een gezonde ook een beschaafde burger voor ogen staat.
De Vaderlandsche Letteroefeningen was van meet af aan enthousiast over De Artz. De recensent van deel 1-1 citeert in 1765 uitvoerig diverse lovende besprekingen in de Bibliothèque des Sciences et des Beaux Arts, ‘omdat het zelve volmaakt strookt met de gunstige gedagten, welke wy van dit uitmuntend Werk hebben’ (p. 521-529). Ook in 1766 (p. 369-377), 1767 (p. 413-419), 1770 (p. 308-310) krijgt De Artz een positieve bespreking. In 1772, over het laatst verschenen deel van Houttuyn, is de recensent wat kritischer: ‘alleen zou men konnen zeggen, dat ’er wat meer doorgaande redeneering en minder scherts dan wel in voorgaanden gevonden wordt’ (p. 110-113).

Relatie tot andere periodieken
De Artz werd vervolgd met een Naleezing van den Artz (1773-1775).

Exemplaren
¶ Leiden, Universiteitsbibliotheek: 3831 D 5:1-2; 1073 E 18-27 (editie 1765-1771)
¶ Den Haag, Koninklijke Bibliotheek: 83 D 2 (editie 1771)
¶ Amsterdam, Universiteitsbibliotheek: kvb ppa 608:2 (prospectus).

Literatuur
¶ Matthias Reiber, Anatomie eines Bestsellers. Johann August Unzers Wochenschrift ‘Der Arzt’ (1759-1764) (Göttingen 1999)
¶ J.C. van der Stel, Drinken, drank en dronkenschap. Vijf eeuwen drankbestrijding en alcoholhulpverlening in Nederland (Hilversum 1995), p. 91-93
¶ C.C. Delprat, De geschiedenis der Nederlandsche geneeskundige tijdschriften van 1680-1857, Amsterdam 1927, p. 33-36.

Rietje van Vliet