Artz, of Genees-Heer voor het Vrouwelyk geslacht (1772)

Titelbeschrijving
De Artz, of Genees-Heer voor het Vrouwelyk geslacht in ’t gemeen. In Spectatoriaale Vertoogen. Op eene duidelyke en eenvoudige wyze onderrichtende, wat de schoone Sexe, tot bevorderinge van haare gezondheid, in ’t oog moet houden. Uit het Hoogduitsch vertaald. Eerste deel, eerste stuk.

Periodiciteit
Waarschijnlijk conform de originele Duitse uitgave wordt hier de idee van een ‘blad’, maar nu als bundeling van de oorspronkelijk los uitgekomen vertogen gehandhaafd. Men vindt 24 vertogen die elk 14 tot 16 pagina’s bevatten. Zij beginnen steeds op een nieuwe bladzijde, met short-title, nummeraanduiding, en opgave van het onderwerp. Het geheel is doorgenummerd.
Naar de onderliggende periodiciteit verwijst ook de opmerking in de voorrede, p. viii, dat er geen echte opbouw zit in de behandelde stof. Dat is nu eenmaal ‘een voorrecht, het welk de periodike schryvers zich toeëigenen konnen, en waarmede zy wel te vreede zyn’.
In de voorrede van deze uitgave wordt tevens gezegd dat elk deel twee stukken zal gaan bevatten en elk stuk 24 vertogen. Een uitgave van latere stukken is echter niet bekend.

Bibliografische beschrijving
Dit eerste deel bestaat uit xiv en 350 bladzijden, in octavo.
Het voorwerk bevat titelpagina, een ‘Voorreden’ (waarin een bespreking van de geschiedenis der traktaten over gezondheid, met auteurs en titels), en de ‘Inhoud der vertoogen’.

Boekhistorische gegevens
De titelpagina meldt: ‘In ’s Graavenhaage, By Pieter van Cleef, 1772.’
De prijs was ƒ 1:10 (zie 10).

Medewerkers
De oorspronkelijke auteur is waarschijnlijk de Duitse arts te Altona, Johann August UNZER (1727-1799). Vele van zijn werken over gezondheid zijn bij zijn leven al in het Nederlands vertaald. De vertaler/bewerker van deze uitgave is niet bekend.

Inhoud
In een heldere stijl, gelardeerd met voorbeelden van medische probleempjes uit de gehele geschiedenis der mensheid, worden medische en psychologische problemen van vrouwen besproken. De aanpak en de oplossingen (frisse lucht, beweging) doen nog steeds modern aan; gezond verstand regeert. Die directe benadering en benoeming van vrouwenproblemen viel echter niet in de smaak bij de Vaderlandsche Letteroefeningen: ‘de voorwerpen worden niet altijd kiesch genoeg behandeld om aan de schoone Sexe te kunnen behagen’ (1772, p. 592).
Enkele voorbeelden van onderwerpen van deze vertogen: (nr. 1) ‘Onderzoek der vraage, waarom de vrouwelyke Sexe, méér dan die van het manlyk geslacht, tot ziektens geneigd is’; (nr. 15) ‘Van de liefdekoorts, derzelver natuur en werkingen, insgelyks dat zo wel vrouwen als mannen daardoor somwylen bezocht worden’; (nr. 17) ‘Een diaetetisch Allerley: van het waaijen met de waeijers; van de hooge en puntige schoenen; van de knie- of koussebanden; van de vreeslyke gedachten; van de zogenaamde nachtmerry, by sommigen de Alp genoemd.’
Deze vertogen zijn antwoorden op vragen die in ingezonden brieven gesteld worden. De briefschrijvers zijn doorgaans waarschijnlijk fictieve personen: Everhardina Koudepleun, Maria Magdalena Kommerin, E.B.G. Libertina, Andreas Grappelman, Constantin Eerlyk, Johan Regenvoet, Eleonora Etcetera, Rosimunda Q., Barbara Baazin, Leonard Troostloos, Clara Lonkster, Dorothea Veelweetster.

Exemplaar
¶ Amsterdam, Universiteitsbibliotheek: og 63-5631.
¶ Full text deel 1

Literatuur
¶ C.C. Delprat, Geschiedenis van de Nederlandsche geneeskundige tijdschriften van 1680 tot 1857 (Amsterdam 1927), p. 36.

André Hanou