Bijdragen tot de Beoefening en Geschiedenis der Godgeleerde Wetenschappen (1813-1826)

Titelbeschrijving
Bijdragen tot de Beoefening en Geschiedenis der Godgeleerde Wetenschappen. Eerste [enz.] deel.

Periodiciteit
Tweemaandelijks blad, verschenen van 1813 tot en met 1826 (14 delen). Voor dit naslagwerk zijn slechts de jaargangen 1813 en 1814 bestudeerd.
Deel 1 is niet opgedeeld in stukken en wordt in Saakes’ Naamlijst van januari 1814 als één geheel aangeboden (p. 1). Deel 2 verschijnt wel in stukken, aldus Saakes in maart 1814:

Van dit Werk zal nu om de twee maanden een stukje […] in het licht komen, van welke zes stukjes één Deel zullen uitmaken. (p. 17)

De afleveringen zijn echter als zodanig alleen te herkennen aan de woorden ‘II DEEL 2 STUK’, of vergelijkbaar, in de voettekst van de openingspagina’s.

Bibliografische beschrijving
In groot octavo.
Deel 1 heeft 333 pagina’s, deel 2 (in twee banden) 946 pagina’s; beide delen hebben bovendien een ‘Voorberigt’. Achterin deel 2 zitten zes registers: (1) van de verhandelingen, (2) van beoordeelde binnenlandse werken, (3) van beoordeelde buitenlandse werken, (4) van de levensberichten, karakterschetsen en anekdoten, (5) van opgehelderde bijbelteksten, (6) van hoofdonderwerpen.
De omvang van de afleveringen in deel 2 is, aldus Saakes in 1814, ‘omstreeks 10 Vellen’ (p. 17).

Boekhistorische gegevens
Het impressum op de titelpagina van deel 1 luidt: ‘Te Amsterdam bij W. Brave. Ter Drukkerij van P.E. Briët, te Amsterdam’. In deel 2 is de vermelding van de drukker achterwege gelaten.
De prijs van deel 1 is bij Saakes in januari 1814 ƒ 2:4 (p. 1); voor de losse afleveringen van deel 2 moest men volgens Saakes in 1814 ƒ 1:2 neertellen (p. 17, 41, p. 57, 73, 89).

Medewerkers
De schrijver zegt in het Voorberigt van deel 1 dat hij geen journalist is, ‘wiens taak het wezen kan, elk uitkomend geschrift; gewigtig of ongewigtig, aantekondigen’. Hij spreekt over zijn ‘Medebroederen’, waaruit geconcludeerd kan worden dat hij predikant is.
Het Voorberigt van deel 2 is overigens ondertekend met ‘de Schrijvers der Theol. Bijdragen.’ Het blijft ongewis wie deze redacteurs van het eerste uur waren. Het NNBW noemt drie predikanten die ooit geschreven hebben voor de Bijdragen. Allereerst was dat Wessel Albertus VAN HENGEL (1779-1871), publicist en na een carrière als predikant in West-Friesland vanaf 1815 hoogleraar theologie te Franeker. Van Hengel heeft ook bijdragen geleverd aan de Bibliotheek van Theologische Letterkunde (1803-1811), voorloper van de Bijdragen. De predikant Isaäc PRINS (1781-1879), in de beginjaren van het blad werkzaam in Friesland, schreef voor de Bijdragen boekbeoordelingen. En van de Noord-Hollandse predikant Simon Dirk DE KEIZER (1781-1847) is bekend dat hij voor de Bijdragen ‘opstellen’ vervaardigde.

Inhoud
In het Voorberigt van deel 1 verklaart de schrijver (‘de uitgever’) de titel, waarmee hij tevens de inhoud karakteriseert: in navolging van Gottlieb Jakob Planck, hoogleraar kerkgeschiedenis te Göttingen, betekenen de woorden ‘godgeleerde wetenschappen’ apologetica, oordeelkunde (kritiek), bijbelexegese, dogmatica, moraal, ascetica, homilitica, catechetica en pastoraal-theologie. Dit alles, samen met kerkgeschiedenis en de geschiedenis der leerstukken, komt in de Bijdragen aan de orde.
Tot de doelgroep behoren onder anderen studenten godgeleerdheid en de predikanten. Zij zijn financieel te weinig daadkrachtig om de vorderingen in de godgeleerde wetenschappen op de voet te volgen. De Bijdragen stelt hen in staat zich op hun vakgebied bij te houden.
Hoewel de schrijver veel bemoedigende woorden kreeg over zijn deel 1, werd hem tevens flink de les gelezen. In het Voorberigt van deel 2 gaat hij uitgebreid in op de ‘lage en onwaarachtige aanteigingen’ aan zijn adres in het Letterkundig Magazijn van Wetenschap, Kunst en Smaak (nr. 7, p. 289 e.v.) naar aanleiding van zijn bespreking van De Brieven van Paulus (1813), van de Franeker hoogleraar J. Greve.

Relatie tot andere periodieken
De Bijdragen zijn te beschouwen als een voortzetting van de Bibliotheek van Theologische Letterkunde (1803-1811).
Ze kregen zelf een vervolg met de Godgeleerde Bijdragen (1827-1870).

Exemplaar
Leiden, Universiteitsbibliotheek: 1426 D 1-27

Rietje van Vliet