Bijdragen tot Theoretische en Practische Geneeskunde (1810-1813)

Titelbeschrijving
Bijdragen tot Theoretische en Practische Geneeskunde, uitgegeven door het Genootschap onder de zinspreuk Arti Salutiferae te Amsterdam.

Periodiciteit
In december 1809 werd een prospectus verspreid van dit geneeskundige tijdschrift waarin het eerste nummer wordt aangekondigd, te verschijnen in 1810. Dit nummer (‘stuk’) wordt in maart 1810 door Saakes in zijn Naamlijst vermeld (p. 115-116). Er verschenen zonder regelmatige frequentie drie afleveringen per jaar die gebundeld werden in drie delen. De titelpagina’s vermelden als jaartal 1810, 1811 en 1813.
De redactie hield het na deel 3 voor gezien. Het genootschap wilde namelijk een uitgebreider tijdschrift uitgeven.

Bibliografische informatie
In groot octavo. De omvang van de afleveringen varieert van 136 tot 176 pagina’s. De afleveringen van deel 1 zijn niet doorlopend gepagineerd; achterin bevindt zich een inhoudsopgave.

Boekhistorische informatie
Op de titelpagina van deel 1 staat: ‘Te Amsterdam, bij Lodewijk van Es’. Vanaf deel 3, nr. 1 (1812) wordt de naam van J. Breeman in het impressum vermeld. Deze had doorgegeven aan de redactie van de Bibliographie de l’Empire français dat de oplage 300 exemplaren telde (deel 2, 1812, p. 559).
Saakes noemt in zijn Naamlijst op diverse plaatsen (1810-1813) de prijs: ƒ 1:16 per aflevering. Alleen nr. 1 was met ƒ 1:6 goedkoper.

Medewerkers
Het Amsterdams medisch genootschap Arti Salutiferae, opgericht in 1800, had een commissie samengesteld die de redactie van de Bijdragen op zich zou nemen. In genoemd prospectus werden vakgenoten uitgenodigd bijdragen ter goedkeuring en plaatsing naar de redactie toe te sturen.
Over de identiteit van de redactieleden wordt in de Bijdragen niets prijsgegeven. Kandidaten zijn de leden van het eerste uur. Dat waren onder anderen voorzitter Andreas Coenraad Bonn (1783-1809), stadsgeneesheer van Amsterdam; de in Duitsland opgeleide Amsterdamse arts Christiaan Johannes Nieuwenhuys (1773-1837); en de latere hoogleraar pathologie en gerechtelijke geneeskunde Frans VAN DER BREGGEN (1784-1843). Het is echter niet bekend of zij zitting hadden in de redactie. De laatste leverde wel enkele vertalingen van Duitstalige artikelen en onder meer een artikel over roodvonk. De recensent van de Algemeene Vaderlandsche Letteroefeningen vermoedde in 1810 dat Van der Breggen bij de redactie hoorde (p. 494).
De Bijdragen bevatten een in drieën opgesplitste verhandeling van Hartog de Hartog LEMON (1755-1823) over het Browniaanse stelsel, dat onder geneeskundigen op een warm onthaal kon rekenen. Vermeldenswaard is voorts een bijdrage van de Amsterdamse arts Wilhelmus Henricus BLOEMRÖDER (geboren 1787) over narcotica, waarin hij de werking ervan vergeleek met het dierlijk magnetisme.
De waarnemingen in het blad zijn doorgaans oorspronkelijk werk van Nederlandse artsen, zoals Willem Frederik BÜCHNER (Gouda), Johannes HOUTMAN (Weesp), Isaac DONSELAAR, Wilhelmus Reinerus VAN BAERLE en de eerdergenoemde Nieuwenhuys (Amsterdam).

Inhoud
De reden om met dit periodiek te beginnen, aldus het door Delprat (1927) aangehaalde prospectus, was omdat het menig geneesheer aan tijd en gelegenheid ontbrak kennis te nemen van recent in het binnen- en buitenland verschenen vakliteratuur. Het bevat oorspronkelijke bijdragen en vertalingen van theoretische en praktische verhandelingen, inclusief waarnemingen op het gebied van de genees-, heel, schei- en verloskunde.
Arti Salutiferae stond open voor de speculatieve theoretische geneeskunde zoals die in Duitsland werd beoefend. In samenhang daarmee groeide de belangstelling voor het dierlijk magnetisme. Dit komt tot uiting in de bladen van Arti Salutiferae, waarin de Nederlandse medici voor het eerst kennis konden maken met de nieuwe natuurfilosofische geneeskunde.
De Bijdragen kregen steun maar ook kritiek. Ze zouden te weinig oorspronkelijk werk bevatten en men ergerde zich eraan dat verhandelingen werden opgesplitst.

Relatie tot andere periodieken
Recensies verschenen in de Algemeene Vaderlandsche Letter-Oefeningen 1810 (p. 492-497), 1813 (p. 482-487) en 1814 (p. 58-63) en in de Onpartijdige en Vrijmoedige Geneeskundige Beoordeelaar, deel 1 (1811).
In het Voorbericht van deel 1 verklaart de redactie geen concurrentie te willen met het gerespecteerde Geneeskundig Magazijn (1801-1815) van Van Stipriaan Luïscius.
De Bijdragen werden opgevolgd door de Jaarboeken der Genees- Heel- en Natuurkunde (1812-1818).

Exemplaar
Amsterdam, Universiteitsbibliotheek: ubm Y 2521

Literatuur
¶ Joost Vijselaar, De magnetische geest. Het dierlijk magnetisme, 1770-1830 (Nijmegen 2001), p. 377-380.
¶ M.J. van Lieburg, ‘Geneeskunde en medische professie in het genootschapswezen van Nederland in de eerste helft van de negentiende eeuw’, in: De Negentiende Eeuw 1983, p. 123-145, aldaar 129-130.
¶ C.C. Delprat, Geschiedenis van de Nederlandsche geneeskundige tijdschriften van 1680 tot 1857 (Amsterdam 1927), p. 114-117.

Rietje van Vliet