Bijenkorf (1807-1810)

Titelbeschrijving
De Bijenkorf van zaterdag den [datum].

Periodiciteit
Zaterdags weekblad, dat tussen 1807 en 1810 in drie delen verscheen. Elk deel bevat 52 afleveringen. Deel 1 loopt van 2 mei 1807 tot en met 23 april 1808, deel 2 van 30 april 1808 tot en met 29 april 1809 en deel 3 van 6 mei 1809 tot en met 28 april 1810.
Volgens Kruseman was het één van de weinige nationale bladen die gedurende de Franse jaren mocht blijven bestaan. Het was volgens hem zonneklaar dat de ‘regeering, of althans de franschgezinde partij, de hand in deze uitgaaf’ had (p. 197). Desondanks ging in 1808 het gerucht dat het blad verboden zou zijn. Dit werd in de Rotterdamse Courant van 4 februari 1808 stellig ontkend.

Bibliografische beschrijving
De afleveringen in deel 1 tellen elk 4 pagina’s in folio. Het heeft geen afzonderlijke titelpagina. Onder het titelblok begint direct de tekst, verdeeld over drie kolommen. Op de eerste bladzijde van iedere aflevering, ook in de latere delen, is een prent afgedrukt, die een bijenkorf laat zien, en verder onder meer boeken en een kroon.
Volgens het prospectus, dat in zijn geheel is opgenomen in de Algemeene Schiedamsche Courant van 25 april 1807, was het gedrukt op groot mediaan papier. Het was de bedoeling dat er ieder jaar een titelpagina plus bladwijzer zou verschijnen.
In het nummer van 23 april 1808 wordt deel 2 aangekondigd. Daarbij wordt vermeld dat er bij de uitgevers klachten zijn binnengekomen over het grote formaat van het tijdschrift. Daarom wordt besloten om voor deel 2 ‘het Quarto, als gemakkelijker, boven het Folio de voorkeur, te geven’ (p. 208). Deel 2 en 3 zijn inderdaad uitgegeven in het kleinere kwartoformaat en tellen 8 pagina’s per aflevering en 2 kolommen per pagina.
Het tijdschrift bevat geen illustraties. Alleen tussen p. 44 en 45 van deel 2 is een bladzijde gevoegd met daarop een voor-, achter- en zijaanzicht van een menselijke schedel met de daarbij behorende ‘verklaring der figuur’.

Boekhistorische gegevens
Het blad werd aanvankelijk uitgeven door J. Locke en W. Molenaar, ‘Courantiers te Schiedam’. Vanaf deel 2, nr. 36 (8 januari 1809) trad alleen W. Molenaar nog als uitgever op.
In het pospectus worden tevens de verkoopadressen genoemd:

Locke, in de Engelsche drukpers, te Rotterdam; J.F. Nieman, Boekhandelaar in de Warmoesstraat, te Amsterdam; de Wed. J. van Terveen en Zoon in Utrecht; P. van Braam, te Dordrecht; H.S. de Groot, te ’s Hage; J. Poelman, te Delft; D. du Mortier en zoon, te Leiden; J. van Walré en Comp. te Haarlem; H. Koster te Alkmaar; P. Nyhoff, Boekh. te Arnhem; Robyn te Deventer; P. Wiarda, te Leeuwarden; W. Wouters te Groningen; J. van Kasteele te Harderwyk; E. Pekhof te Embden; de Wed. W. Abrahams te Middelburg; G. Maarsman, te Vlissingen; F. Kleeuwkens te Zierikzee, en verder bij al de Uitgevers dezer en op al de Postkantoren door het geheele Koningryk.

Daarna wordt in de Algemeene Schiedamsche Courant voor vrijwel iedere aflevering van de Bijenkorf apart geadverteerd.
Het tijdschrift kostte 3 stuivers per nummer. Een jaarabonnement kostte 7 gulden. In de Leydse Courant van 11 januari 1808 werd gemeld dat het ‘alom gezochte Weekblad’ vanaf 1 januari 1808 niet meer in Amsterdam bij J.F. Nieman werd verkocht, maar bij de Weduwe H.W. en C. Dronsberg op de Dam.
Afleveringen werden incidenteel herdrukt, zoals dat het geval is met deel 2, nr. 22 (zie bericht Algemeene Schiedamsche Courant van 21 februari 1809).

Medewerkers
Wie de redacteuren van het blad waren, is niet bekend. In een opmerking van de uitgevers in de aflevering van 23 april 1808 staat dat ‘Bijdragen van kundige mannen’ steeds welkom zullen zijn (p. 208). Volgens het genoemde prospectus moet de kopij vijf dagen voor publicatie, portovrij, bij de uitgever binnen zijn.

Inhoud
Het prospectus noemt als onderdelen van dit tijdschrift: staatkunde, koophandel, letterkunde, merkwaardigheden, nieuwe uitvindingen, natuurkunde, geneeskunde, rekenkundige uitwerkingen en schone kunsten.
Op 23 april 1808 geven de uitgevers een treffende karakterisering van de inhoud van hun tijdschrift. Het bevat volgens hen

hoofdzakelijk staatkundige daarstellingen, afbeelding der openbare meening, levensschetsen van beroemde veldheeren, staatsmannen en uitstekende personen, bydragen tot de geschiedenis der volkenbeschaving, berigten van de jongste ontdekkingen in verre oorden, korte reisbeschryvingen, berigten van belangryke verschynselen in de handelwereld, ondervindingen in de natuurlyke geschiedenis, natuurleer, sterrekunde, geneeskunde, enz., de belangrykste uitvindingen van allerlei aard, ook rekenkundige uitwerkingen, enz. (p. 208).

Met dat laatste werden de oplossingen bedoeld op wiskundige opgaven die eerder in de Algemeene Schiedamsche Courant waren opgegeven.
Het is opvallend dat het blad in het geheel geen berichten bevat over Nederlandse gebeurtenissen. Dat zou kunnen betekenen dat het blad een vertaling is. Kruseman schrijft:
Van de eerste tot de laatste letter was het waar het slechts pas gaf een bewierooking van den keizer en van het keizerrijk, terwijl er geen enkele hollandsche aangelegenheid, geen enkele hollandsche nieuwstijding, bijna geen enkele hollandsche naam in ter spraak gebracht werd. Men zou kunnen zeggen: één van onze weinig overgebleven nationale bladen, was het zoo weinig nationaal mogelijk. (p. 197)

Relatie tot andere periodieken
Het tijdschrift kent als opvolger: het zaterdags weekblad De Nieuwe Bijenkorf (1810).

Exemplaren
Den Haag, Koninklijke Bibliotheek: 580 A 1 [-3]
Full text deel 1, deel 2 en deel 3

Literatuur
A.C. Kruseman, De Fransche wetten op de Hollandsche drukpers, 1806 tot 1814 (Amsterdam 1889), p. 196 e.v.

Rick Honings