Binnenlandsche Bataafsche Courant (1798-1803)

Titelbeschrijving
Binnenlandsche Bataafsche Courant.
Er verschenen ook Extra Couranten; Dubbele Extra Couranten en een Byvoegsel tot de Extra Binnenlandsche Bataafsche Courant.

Periodiciteit
De krant verscheen van 13 maart 1798 tot en met 29 oktober 1803. De frequentie was drie keer per week (dinsdag, donderdag en zaterdag), behalve in 1799 toen de krant dagelijks verscheen.
De verhuizing van de drukkerij naar Delft betekende het einde van de krant onder deze titel.

Bibliografische beschrijving
De tekst van de krant, een half of heel vel folioformaat, is in twee kolommen gedrukt, met advertenties overdwars.
Het titelblok bevat de leus ‘Gelykheid, Vryheid, Broederschap’, het jaar en afleveringsnummer, en aan weerszijden van het titelvignet: de titel, en vervolgens dag en datum. Onder de datum de vermelding ‘Het 4 Jaar der Bataafsche Vryheid’. Op 17 november 1801 verdwijnt zowel de leus als de toelichting op de datum.
Het vignet stelt de Nederlandsche maagd voor, steunend met de linkerhand op een schild waarop de woorden ‘Gelyke Rechten’ voorkomen. In haar rechterhand draagt ze een speer met vrijheidshoed. Ze staat naast een altaar met daarop de woorden ‘Een en Ondeelbaar’; boven het altaar verrijst een piramide.
Op 30 oktober 1802 worden de woorden ‘Gelyke Rechten’ vervangen door de klimmende leeuw met zwaard en pijlbundel. Bovendien wordt de tekst op het altaar vervangen door acht ovalen wapenschildjes. Tegelijkertijd worden in het titelblok de woorden ‘Bataafsche Courant’ cursief gedrukt.

Boekhistorische gegevens
Het impressum op de achterzijde meldt: ‘Door Stuerman en Compagnie, in de Hage’. Een week na de staatsgreep van 12 juni 1798 veranderde dit in ‘Door J.J. Stuerman in de Hage’ (19 juni 1798), en vanaf 10 november 1798 in ‘in den Hage’. Daarna varieert het impressum enigszins.
De eerste drie nummers geven het enorme verspreidingsgebied van de krant aan:

Deeze Courant word uitgegeven by de Eigenaars Stuerman & Comp. ter Drukkery van van Schelle & Comp. en by van Cleef en Leeuwestyn in de Hage; verders te Amsterdam by Dronsberg, Alkmaar Koster, Arnhem Moeleman, Afferden Postcomptoir, Alphen Postcomptoir, Bergen op Zoom van Riemsdyk en Bronkhorst, Bommel de Meyere, Breda Morjoux, Brielle Boers en Merkenburg, ’s Bosch Postcomptoir, Campen de Erve Valkenier, Delft Roelofswaard, Deventer Brouwer, Drune Postcomptoir, Dordrecht Postcomptoir, Enkhuisen Franx, Eindhoven Postcomptoir, Gouda Verblaauw, Gorinchem van de Wal, Groningen Zuidema, Geertruidenberg Postcomptoir, Haarlem Loosjes, Hoorn Breebaart, Heusden Postcomptoir, Leyden Herding en van Tiffelen, Leeuwaarden Cahais, Maassluis Postcomptoir, Middelburg Keel en de Wed. Abrahams, Nymegen van Campen, Rotterdam van Santen en van den Dries, Schiedam Poolman en Sweben, Tilburg Postcomptoir, Utrecht van Paddenburg, Westzaandamm van Aaken, Vlissingen Corbelyn, Z. Zee van den Thoorn, Zwolle Clement Jun., Zutphen van Beest. (13 maart 1798)

Blijkens een advertentie in het Dagverhaal der Handelingen van de Nationale Vergadering (nr. 864) was de Binnenlandsche Bataafsche Courant verkrijgbaar bij de directeur-eigenaar Jan Jacob Stuerman, alsmede bij diens Haagse collega’s J. van Cleef en J. Leeuwenstijn, ‘en verder by de meeste Boekhandelaars en postmeesters daar het Dagverhaal word uitgegeeven.’ Op 5 augustus 1802 meldt Stuerman dat de krant te Amsterdam verkrijgbaar is bij ‘J. Ten Houten en Zoon, op het Rockin, op de hoek van de Gapersteeg’.
Achter de anonieme compagnon van Jan Jacob Stuerman, voorheen corrector van het genoemde Dagverhaal dat uitgegeven werd bij Van der Schelle en Comp., moet een der vijf directeuren van het Uitvoerend Bewind worden gezocht: Wybo Fijnje. Zijn drukkerij met toebehoren, waarmee hij ooit in Delft zijn Hollandsche Historische Courant vervaardigde, was na 1795 uit Duinkerken overgebracht naar Den Haag. Op de voormalige krantenpers van Fijnje werd nu de Binnenlandsche Bataafsche Courant gedrukt. Zijn drukke werkzaamheden hebben er echter toe geleid dat het zijn broer Hendrik Fijnje was, die met Stuerman het prospectus voor de nieuwe krant ondertekende.
Het gematigde Uitvoerend Bewind dat na de staatsgreep van 12 juni 1798 aan de macht kwam, liet op eigen kosten in diverse kranten zijn aankondigingen plaatsen, waaronder in de Binnenlandsche Bataafsche Courant. Intussen besprak men de (financiële) wenselijkheid van een staatskrant die in overheidshanden was. Jan Christiaan Hespe had daarvoor al vlak na de staatsgreep bij het Uitvoerend Bewind een lans gebroken, ‘samengesteld in den smaak van den Moniteur der Franschen’. Hespe zag zichzelf vanuit de Landsdrukkerij graag de positie van hoofdredacteur bekleden. In november 1801, toen de oprichting van een staatskrant bij het zojuist ingestelde Staatsbewind opnieuw aan de orde was, bleken ook Stuerman, Abraham Sloos (redacteur van het Dagverhaal der Handelingen van het voormalig Vertegenwoordigend Lichaam) en de Leidse advocaat en taalkundige Jacob Arnoud Clignett te hebben gesolliciteerd. Vooralsnog werd echter niets besloten en had de Binnenlandsche Bataafsche Courant geen concurrentie van een staatskrant te vrezen.
In 1804 verplaatste Stuerman de drukkerij naar het woon- en zakenpand van Wybo Fijnje in Delft. Stuerman had niet alleen het pand van Fijnje gekocht, maar ook het recht om in Delft een krant te drukken en uit te geven. Voor dit privilege moest Stuerman aan Fijnje ƒ 10.000 betalen, in termijnen te voldoen per ultimo 1 mei 1810.

Medewerkers
Behalve compagnon was de ultraradicale unitariër Wybo FIJNJE (1750-1809) in de beginjaren van de krant zeer waarschijnlijk ook (hoofd)redacteur, al zullen zijn politieke werkzaamheden veel van zijn tijd hebben opgeslorpt.
Het eigenlijke courantierswerk was vermoedelijk in handen van zijn broer Hendrik FIJNJE (1752-1807). Na de juni-staatsgreep in 1798 werd Wybo Fijnje tot het einde van het jaar gevangengezet, waardoor zijn betrokkenheid bij de krant nog slechts in naam bleef voortbestaan. Ook zijn broer stopte ermee. Voor hem in de plaats kwam Jean Etienne FIJNJE (1777-1866), de zoon van Wybo Fijnje.

Inhoud
De staatsgreep der unitariërs, op 22 januari 1798, vormde blijkens nr. 1 de aanleiding om de Binnenlandsche Bataafsche Courant uit te geven. De krant had aanvankelijk een officiële status, zo blijkt uit de notulen van het toenmalige Uitvoerend Bewind waar Wybo Fijnje deel van uitmaakte.
De secretaris van de bewindvoerders gelastte reeds op 13 maart 1798 dat alle ingekomen stukken en besluiten van de diverse staatsmachten binnen de Republiek, indien van algemeen belang, in de Binnenlandsche Bataafsche Courant gepubliceerd moesten worden. Verder werden alle agenten (ministers) gemaand hun brieven en aankondigingen te doen plaatsen in deze krant. Op 9 juni werd aan dit persbeleid paal en perk gesteld en moest alle kopij voortaan eerst door het Bureau van het Uitvoerend Bewind worden gekeurd.
Toen Fijnje en zijn collega-politici bij de staatsgreep van 12 juni 1798 aan de kant werden gezet, kwam er een einde aan het officiële karakter van de krant.

Relatie tot andere periodieken
Op 1 november 1803 verscheen als opvolger: de Binnenlandsche Bataafsche, nu Delftsche Courant (1803-1804).

Exemplaar
Den Haag, Koninklijke Bibliotheek: 490 A 3-8.

Literatuur
¶ P.C. Visser, Delft, bladzijden uit zijn geschiedenis (Delft 1969), p. 145-148
¶ C. Kroes-Ligtenberg, Dr. Wybo Fijnje (1750-1809). Belevenissen van een journalist in de patriottentijd (Assen 1957), p. 211-214
¶ W.P. Sautijn Kluit, ‘De Staats-courant vóór 1814’, in: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde (1881), p. 1-86
¶ W.P. Sautijn Kluit, ‘Delftsche couranten’, in: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde (1872), p. 70.

Rietje van Vliet