Blaadje Zonder Titel (1785-1786)

Titelbeschrijving
Blaadje Zonder Titel, voor Burger en Boer in Overyssel.

Periodiciteit
Van dit donderdags weekblad zijn 50 gedateerde afleveringen verschenen, van 15 september 1785 t/m 31 augustus 1786. Er is bij wijze van prospectus ook een nulnummer verschenen, gedagtekend 1 september 1785.
Nr. 48 is op verzoek van de drukker met een week vertraagd ‘om dat de pers door het CONCEPT-REGLEMENT OP DE REGERING DER STAD DEVENTER te zeer bezet was, en wy het van te veel aanbelang rekenden dat het zelve hoe eerder hoe beter wierde afgedrukt’.

Bibliografische beschrijving
Alle afleveringen tellen 8 pagina’s in octavo.

Boekhistorische gegevens
Uitgegeven ‘Te Deventer, by G. Brouwer’. Het blad is ook te koop (de lijst varieert):

te Zwolle by Clement, Hoogop en Tyl, Campen de Erve Valkenier, en V. Laar Mahuet, Almelo Henrichs, Zutphen van Beest en van Eldik, Arnhem Moeleman, Utrecht Wild en G.T. van Paddenburg, Leyden Herding, Dordt Blussé, Amsterdam Wynands en Verlem.

Prijs per aflevering: 1 stuiver.

Medewerkers
Hoewel er meerdere aanwijzingen zijn dat de schrijver van het Blaadje Zonder Titel Gerhard DUMBAR (1743-1802) is – patriot, wonend in Deventer, vriend van Van der Capellen tot den Pol – is het nog altijd niet zeker of het tijdschrift aan hem kan worden toegeschreven. Enerzijds voldoet Dumbar als auteur van meerdere rechtshistorische werken over Overijssel aan de eis die hijzelf heeft verwoord in nr. 1 met betrekking tot het Blaadje, namelijk dat de schrijver ‘de gesteldheid van onze Provintie’ goed moest kennen. Daar staat tegenover dat hij in het Blaadje enkele ingezonden brieven beantwoordt met de initiaal ‘M.’ of ‘M.J.’. Ook publiceert hij officiële Deventerse documenten die door hemzelf, als secretaris van de stad, zijn ondertekend (nr. 31, 32).
De identiteit van Tubanter, schrijver van een tweetal ingezonden brieven (nrs. 21, 28), is wel bekend: achter dit pseudoniem gaat de Oldenzaalse jurist Jan Willem RACER (1736-1816) schuil. Hoewel hij aanvankelijk pro Oranje was, had hij op verzoek van Van der Capellen onderzoek gedaan naar de drostendiensten en naar de rechten die de kleine steden van Overijssel waren kwijtgeraakt aan de drie hoofdsteden Zwolle, Deventer en Kampen. Gaandeweg voelde hij zich steeds meer verbonden met de strijd die Van der Capellen voerde tegen de onwettige drostendiensten in Overijssel. In de Politieke Kruyer (1782-1787) staan ook enkele ingezonden brieven over het specificeren van de rechten van de veertien verongelijkte kleine steden van Overijssel, ondertekend door Tubanter.

Inhoud
Patriots blaadje, fel gekant tegen de tirannie van Oranje, het ‘zevenënveertiger juk’ ofwel de regenten, omdat die los staan van de burgerij en alleen nog stadhuistaal spreken. De schrijver wil alleen Overijsselse onderwerpen behandelen.
Een belangrijk thema wordt gevormd door de vermeende rechten van de drie hoofdsteden van Overijssel. Dit gaat iedere burger aan, aldus het Blaadje, onverschilligheid bij rekwesten hierover is uit den boze (nr. 5). Ook de vrijheid van drukpers is een recht dat nog altijd bevochten moet worden: ‘de Drukpers kan niet ten deele vry zyn; om dat elke bepaaling, die men ‘er aan zoude kunnen geven, misbruikt kan worden tot onderdrukking’ (nr. 6). Godsdienstvrijheid, met name die van rooms-katholieken, is eindelijk in Kampen goed geregeld; andere Overijsselse steden volgen (nr. 16), maar het blijft een aandachtspunt.
De patriotse vrijheidsthema’s worden doorgaans ingeleid met een persoonlijk anekdote, bijvoorbeeld in de vorm van een samenspraak. De schrijver gedraagt zich als een wijze spectatorfiguur door in die samenspraken als ik-figuur op te treden. Ook beantwoordt hij de ingezonden brieven. Naar aanleiding van lokale voorvallen wordt de politieke situatie in de kleine steden van Overijssel uit de doeken gedaan. In Steenwijk werd het vrijkorps het exerceren vrijwel onmogelijk gemaakt. In Almelo maakt men zich kwaad om de bestuurlijke willekeur van de steenrijke gravin van Almelo, bij wie Racer als advocaat in dienst is (nr. 11).
Er staat in het Blaadje een lang rechtshistorisch essay: ‘Geschiedenis van de Reglementen op de Regering in 1675 en 1747 aan de Provintie van Overyssel voorgeschreven’ (nrs. 10, 12, 13, 15, 17, 20, 23, 25, 26). Er zijn ook ingezonden brieven met uitvoerige rechtshistorische uiteenzettingen.
Een voorstel tot een landmilitie wordt besproken (nr. 19), alsmede het Afsonderlyk advys en consideratie van de Wel Ed:: Gestr: Heer en Mr. H.W. Ravesteyn, burgemeester der stad Zwolle (1786), waarover nogal wat commotie was ontstaan omdat de ‘Gemeenslieden in de steden […] voor al hun leven moeten blyven zitten, en niet door het Volk maar door het lichaam der Gemeente zelve verkozen worden’ (nr. 46). De laatste afleveringen hebben betrekking op het concept-regeringsreglement van Deventer, waarin niet alleen volkssoevereiniteit werd geproclameerd, maar ook burgerrechten voor iedereen, ongeacht afkomst en geloof.
Een reactie is de Brief van een Camper, rakende het verschil tusschen Louw en Krelis, aan de schryver van het Blaadje zonder Titel [1786], geschreven door ene Pacificus Campensis.

Exemplaren
¶ Deventer, Stadsarchief en Athenaeumbibliotheek: BORG 704
¶ Den Haag, Koninklijke Bibliotheek: 556 J 94 (nrs. 0-50)
Full text

Literatuur
¶ Suzan Folkerts en Garrelt Verhoeven (red.), Deventer boekenstad. Twaalf eeuwen boekcultuur aan de IJssel (Zutphen 2018)
¶ Matthijs A.M. Wanrooij, ‘Jan Willem Racer en zijn relatie met Joan Derk van der Capellen tot den Pol’, in: Overijsselse Historische Bijdragen 131 (2016), p. 63-108
¶ Simon Vuyk, ‘Dumbar gevangen! De internering van Gerhard Dumbar uit Deventer in 1798 op slot Honselaarsdijk’, in: Overijsselsche Historische Bijdragen 120 (2005), p. 129-159
¶ C.M. Hogenstijn, Het Algemeen Welzijn van het Volk. Deventer in de Patriottentijd (Nijmegen 2005)
¶ W.Ph. te Brake, ‘Burgers and boeren in the Dutch patriot revolution’, in: Th.S.M. van der Zee, J.G.M.M. Rosendaal en P.G.B. Thissen (red.), De Nederlandse revolutie? (Amsterdam 1988), p. 84-99
¶ Gerh. J. Hebben, ‘Oldenzaal’, in: Overijsselse Historische Bijdragen 99 (1984), p. 98-112, aldaar p. 109.

Rietje van Vliet