Blygeestige Momus (1708)

Titelbeschrijving
Blygeestige Momus, Discourerende over de Hedendaegse Nouvelles.

Periodiciteit
Maandags weekblad waarvan vijf afleveringen verschenen zijn, in de periode 26 maart tot en met 23 april 1708. Aan het einde van de nr. 4 vindt men de mededeling dat Momus afscheid moet nemen ‘voor eenige maanden’ wegens een onverwachte reis naar het buitenland. Wel wil hij na terugkomst voortgaan (p. 20). Van zo’n vervolg is (nog) niets bekend.

Bibliografische beschrijving
Elk van de in kwarto gedrukte afleveringen bevat vier bladzijden. Het geheel is doorgepagineerd 1-20. Aan het einde van nr. 1 staat een houtsnede (een kopje van een god of engel). Het titelblok bevat de titel, en nummer- en datumaanduiding.

Boekhistorische gegevens
Colofon nr. 1: ‘Men vindse in alle de Steden, by de Boekverkoopers’.

Inhoud
Volgens het eerste nummer heeft Momus besloten zijn zetel nabij Neptunus te vestigen (hetgeen duidt op een Haagse achtergrond van het blad) en wekelijk nieuws te geven.
Dat gebeurt volgens de mercuriale traditie van Hendrik Doedijns. Op een wat spottende manier wordt vooral het buitenlandse nieuws gevolgd, bijvoorbeeld de belevenissen van de ridder van St. Joris, de Pretender.
De bewoordingen van dat nieuws en het commentaar zijn gevat in complexe beelden en vergelijkingen.

Relatie tot andere periodieken
Er wordt zijdelings een conflict uitgevochten met een concurrent, de Haegse Mercurius van 1708, die vanaf diens nr. 8 (eind maart 1708) de aanvallen beantwoordt.
Binnen dit kader moet begrepen worden een los van de Momus uitgegeven Brief van Momus aan N.N. of aanmerkingen over den Haagse Mercurius, en deszelfs schriften, waarin Momus, in de vorm van een brief door Q.U., gedateerd Lindau 25 mei 1708, commentaar geeft op de door zijn correspondent gestuurde teskten van de ‘Haagse beunhaas’.

Exemplaren
¶ Den Haag, Koninklijke Bibliotheek: 3043 E 22
Full text

Literatuur
A.J. Hanou, ‘Dutch periodicals from 1697 to 1721: in imitation of the English?’, in: Studies on Voltaire and the eighteenth Century 199 (1981), p. 187-204, 192.

André Hanou