Briefwisseling tusschen Vader Gys (1799)

Titelbeschrijving
Briefwisseling tusschen Vader Gys en verscheyde andere geleerde persoonen van zynen tyd.

Periodiciteit
De datering is gebaseerd op een verwijzing in nr. 3 naar de recente dood van paus Pius VI in augustus 1799 en in nr. 14 naar 29 brumaire VIII (20 november 1799). Er zijn 15 nrs. verschenen. De laatste aflevering eindigt met het volgende bericht:

Het tweede deel van dit werkjen, bevattende vyfthien Samenspraeken over de voormalige, Sente Nicolaes, alle Kinderen-dag – Derthienavond – Vastenavond en diergelyke invallende oude feesten en gebruyken, zal onmiddelyk uytgegeven worden.

Van dit tweede deel is niets bekend.

Bibliografische beschrijving
De omvang van de afleveringen varieert van 8 tot 12 pagina’s in octavo (totaal: 158 pagina’s). Nr. 11 heeft een bijlage van 2 ongenummerde bladzijden met een ‘Oud Patriote-Spel’, bestaande uit twee paginagrote houtdrukken, waarbij vooral een priester in een ton, met bloedhonden erom heen, er boosaardig uitziet.
Alleen het titelblok van nr. 1 bevat de hierboven genoemde overkoepelende titel; het volgnummer ontbreekt hier. De overige afleveringen hebben wel een volgnummer en dragen een eigen titel, zoals: Samenspraeke tusschen Bitterman, Gysken en Agnesse, By wyze van Sysse-Panne (nr. 2), Over de Menschen-Moordery (nr. 10) en Gyskens Misslag (nr. 14).
Vanaf nr. 4 verschijnt er in het titelblok een titelvignet: een sauskom zoals in het tijdschrift De Sysse-Panne (1795-1798, 1814), met op de schotel de woorden ‘Elk Wat’. Alleen nr. 5 heeft een ander titelvignet en een bijpassende titel: Aenhangsel tot de zesthiende Protocole Jakobs. Verrykt met het portrait van den Auteur.
In de broodtekst zijn net als in de Protocole Jakobs voor sommige citaten gotische lettervormen gebruikt. Nr. 12, De Sinte Lievens-Feest, is rijk geïllustreerd met eenvoudige houtsneden van duivels en tirannenhoofden. Onder het alziend oog wordt een priester verjaagd: ‘Ongehoorzaeme Priesters en dulle Honden / Verdienen aldus uyt ’t Land gezonden’. Een van de illustraties is ook al gebruikt in het Wekelyks Boere Nieuws-Blad (1792).

Boekhistorische gegevens
Blijkens het impressum is het blad ‘uytgegeven Te Gend, by J.F. Kimpe, Boekdrukker en Verkooper, op de Torrebrugge’. Hij wordt voor een drietal afleveringen echter bijgestaan door ‘P. Kimpe, in de Donkerstege No. 118’ (nr. 9) resp. ‘P.Fs.J.A. Kimpe, in de Donkerstege’ (nrs. 10 en 12). 
Intekenprijs per deel: 1 gulden courant geld.

Medewerkers
De auteur noemt zich ‘U-L. onderworpen Syssemaeker E.V.’.
De Briefwisseling wordt door Verschaffel (2017) toegeschreven aan Karel Broeckaert, de schrijver van de Sysse-Panne. Smeyers (1975) meldt echter dat Broeckaert in een brief aan de uitgever van de Gazette van Gend (editie Vander Schueren) vraagt hierin te willen vermelden dat hij niets te maken heeft met het ‘vervolg der Sysse-panne’.
Vermoedelijk heeft de progressieve Gentse jurist Jozef Bernard CANNAERT (1768-1848) de hand gehad in de Briefwisseling. Keyser (1962) voert aan dat de anonieme schrijver van de Briefwisseling in de ‘Opdragt Aen den Opstelder der Sysse-Panne’ de wens uitspreekt dat Broeckaert spoedig opnieuw de pen moge opnemen: ‘want hy hadde zynen Bitterman en Gysken noyt mogen verlaeten’. In de jaren negentig schreef de later ernstige Vlaming enkele schimpschriften en leverde hij ook bijdragen aan Broeckaerts Sysse-Panne.
Cannaert was alleen al om stilistische redenen niet de enige medewerker van het blad. Omdat de illustraties uit de Briefwisseling identiek zijn aan een groot aantal uit de satirische uitgave Dits die Excellente Print-Cronike van Vlaenderen (Gent, ±1791), moeten de auteurs van de Briefwisseling daar worden gezocht. Ook de scherpe antiklerikale toon is dezelfde. Bekend is dat de Gentse raadpensionaris Karel Lodewijk DIERICX (1756-1823) eraan heeft meegewerkt, net als Cannaert. Volgens Charles van Hulthem waren ook de geneesheer Jan-Baptist VERVIER (1750-1817) en zijn collega Bernard COPPENS (1756-1801) erbij betrokken. Vervier was de hoofdauteur en tekenaar van de illustraties in de Print-Cronike.

Inhoud
Van een briefwisseling, zoals de titel wil, is in dit satirische tijdschrift nauwelijks sprake. Het blad is opgezet als een samenspraak in vermakelijk plat Gents. De voornaamste figuranten zijn Gys, Bittermans en Lappaert (drie personages uit de Sysse-Panne). Zij nemen verschillende standpunten in, die lang niet allemaal stroken met die van het hierboven genoemde schrijverscollectief.
Vanaf nr. 8 voegt Jakob, de naamgever van Protocole Jakobs, zich bij het drietal. Hij scheldt en tiert als hem iets wordt verweten: ‘Zwygt menschdier, schrik der aerde, monster van domheid, gy hebt geen bryn genoeg om het duyzenste deel der inzigten Jakobs te begrypen’ (p. 87). 
Later verschijnt Tobias, de zoon van Gys, ten tonele. Hij is dienstplichtig soldaat – de invoering van de conscriptie was aanleiding tot de Boerenkrijg (1798) – en gewond geraakt. Wanneer hij na ontslag uit het ziekenhuis thuiskomt, vertelt hij op het platteland steeds een warm onthaal te hebben gekregen. Iedereen heeft wel een zoon die in het leger zit en men beseft dat soldaten ook mensen zijn. Het soldatenleven is ‘een Schoól van wysheyd en ondervinding’ (p. 136). Hij blijft het vaderland trouw, welk uniform hij ook draagt. ‘Wy trekken uyt Holland naer Vrankryk, om ons by onzen Geleyds-Engel, BONAPARTE, te vervoegen’ (p. 137).
Het blad is duidelijk pro-Frans. De door de Fransen opgelegde belastingen (contributies) dient men te betalen, ‘daer de Republike hoognoodig penningen van doen heeft (p. 89). Maar kiesrecht gaat te ver:

Om Democraet te zyn, moet men niet altoos in eene Republike leven. Den mensch en kan niet altoos het Gouvernement kiezen, waer onder hy liefst zoude woonen. Ons Fortuyn, ons Beroep houd ons meest alle vast aen het Land, waer in wy gebooren worden of een bedryf aenvangen. (p. 30)

Verder spreekt uit de Briefwisseling een ferme antiklerikale gezindheid. Priesters krijgen de schuld van al het ongeluk dat het land is overkomen. Jezuïeten hebben indertijd Jozef II allerlei moderne fratsen ingefluisterd ‘[…] en daer wierd in de rampzalige Nederlanden een vuer ontstoken, waer van ‘er nog koolen onder de asch liggen te vonken’ (p. 29). Lappaert wordt uitgemaakt voor jozefist.
Godsdienst zelf is geen probleem: ‘Hy mag Christenen, Geus, Turk, Jod, Hydens of Ketters zyn, gelyk hy wilt, wanneer hy dat in zig houd’ (p. 152-153). Even steekt het gerucht de kop op dat Napoleon de priesters zal doen terugkeren, maar ‘Ik geloof wel, dat hy [Bonaparte] geenen vervolger van den Godsdienst is, […] maer ik meyne daerom niet, dat hy den beschermer der Priesters worden zal’ (p. 156). Overigens worden ook geneesheren als grote oplichters beschouwd (nr. 10).

Relatie tot andere periodieken
De Briefwisseling wordt gebracht als een voortzetting van de Sysse-Panne van Broeckaert (zie bijvoorbeeld nrs. 2-3). In de opdracht ‘Aen den Opstelder der Sysse-Panne’, wordt de hoop uitgesproken dat Broeckaert zijn taak weer zal opnemen. De afgedrukte sauskommen spreken boekdelen en ook keren Broeckaerts personages terug in de Briefwisseling.
De twee nummers van deel 9 van de Sysse-Panne moeten volgens François (1974) worden gezien als een revanche tegen de Gentse bankier Constant Hopsomere, in 1800-1803 lid van het Corps Législatif. Hij voelde zich door de Briefwisseling (1799) persoonlijk aangevallen en spande een geding aan tegen de uitgever. J.F. Kimpe liet zich hierin bijstaan door Norbert Cornelissen (1769-1849). Algemeen wordt aangenomen dat deze Cornelissen de auteur was van deel 9 van de Sysse-Panne.
In vrijwel alle afleveringen tonen de schrijvers van de Briefwisseling zich als kritikaster van Protocole Jakobs, Soone Johans, Soone Balthazars (1798-1800), geschreven door Jacob Jan AntheunisDeze reageert op zijn beurt in boek 1, nr. 11 van de Protocole Jakobs uitermate cynisch op de Briefwisseling. Ook de titelwijziging van de Briefwisseling komt ter sprake in de Protocole Jakobs (boek 2, nr. 2).

Exemplaren
¶ Gent, Universiteitsbibliotheek
¶ Full text

Bronnen
¶ Défense de J. F. Kimpe, imprimeur signataire d’une brochure nommée vulgairement De Sysse-Panne, devant le Tribunal Correctionnel de Gand le 29 nivôse an 8 [=29 januari 1800] (Gent z.j.).

Literatuur
¶ Tom Verschaffel, Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1700-1800. De weg naar het binnenland (Amsterdam 2017)p. 115
¶ Guy Schrans, ‘Minder bekende Gentse notabelen uit de periode 1780-1840 (vervolg). De Gentse “radicalen” aan het einde van de 18de eeuw’, in: Ghendtsche Tydinghen 22 (2013), nr. 4, p. 305-321
¶ Jozef Smeyers, Literair- en cultuurhistorische bijdragen. Van Rousseau en Amerika tot Aalst en Brussel (Brussel 2004), p. 83
¶ H.J. Vieu-Kuik en Jos Smeyers, Geschiedenis van de letterkunde der Nederlanden, deel 6 (Antwerpen/Amsterdam 1975), p. 549
¶ Luc François, ‘Norbert Cornelissen’, in: Jaarboek De Fonteine 1971-1972 (1974), p. 107-130, aldaar p. 112-113
¶ P. de Keyser, ‘Proeven van Vlaamse volksletterkunde uit de Franse bezettingstijd (1792-1815)’, in: Verslagen en Mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. N.R. 1962, p. 441- 454, aldaar 445.

Rietje van Vliet