Britsche Rhapsodist (1780)

Titelbeschrijving
Britsche Rhapsodist, of Mengelschriften van Richard Steele en anderen. Eerste [enz.] deel.

Periodiciteit
De uitgever adverteert voor de drie delen van deze titel in de Leydse Courant van 17 mei 1780.
Hoewel de Britsche Rhapsodist algemeen als een tijdschrift wordt beschouwd, is ze dat feitelijk niet wat de Nederlandstalige uitgave betreft. De 34 vertogen zijn achter elkaar gedrukt en hebben een zeer uiteenlopende omvang. Bovendien wordt in het ‘Bericht aan den Leezer’ gemeld dat het een bloemlezing is uit het werk van een aantal Britse schrijvers. Er zijn geen advertenties aangetroffen waaruit zou blijken dat dit een herdruk is van eerder, in afleveringen verschenen werk.

Bibliografische beschrijving
Uitgave in drie delen, in klein octavo. De vertogen zijn genummerd maar hebben, anders dan de inhoudsopgave doet vermoeden, geen titel. Ze beginnen met een citaat, meestal van een Nederlandse auteur.

Boekhistorische gegevens
‘Te Amsterdam, bij Willem Holtrop’.
De prijs voor het geheel bedraagt blijkens genoemde advertentie ƒ 3:12.

Medewerkers
Blijkens het voorbericht bevat de Britsche Rhapsodist enkele onvertaalde vertogen van Richard STEELE (1672-1729) en van een aantal andere Britse schrijvers wier werk slechts mondjesmaat in het Nederlands verkrijgbaar is. Wie deze auteurs zijn, is niet bekend.

Inhoud
Het doel is de lezer nuttige en vermakelijke teksten te bieden die de lezer moeten opwekken om te streven naar deugd en geluk. Onderwerpen zijn bijvoorbeeld: de lof van het landleven, huiselijk geluk, huiselijke godsdienstigheid, het vernuft der dieren, het nut van kennis, barmhartigheid, krankzinnigheid, Gods voorzienigheid.
De keuze voor een selectie uit het werk van de Britse auteurs is bewust gemaakt, aangezien de lezer nu het beste krijgt voorgeschoteld.
De Britsche Rhapsodist wordt besproken in de Vaderlandsche Letteroefeningen 1780, p. 527-530.

Exemplaren
Leiden, Universiteitsbibliotheek: 1291 F 41-43.
Full text deel 1, deel 2 en deel 3.

Literatuur
P.J. Buijnsters, Spectatoriale geschriften (Utrecht 1991), p. 110.

Rietje van Vliet