Cerberus (1795)

Titelbeschrijving
Cerberus.

Periodiciteit
Woensdags weekblad. In de Naamlijst van november 1795 meldt Saakes bij de tweede aflevering: ‘Zijnde een geheel nieuw en origineel Periodiek Werk; zullende weer en wind dienende weeklijks met geen, met één, of zo als ’t valt, met twee Nos. vervolgd worden’  (p. 196). De nrs. 2-8 zijn in ieder geval verschenen, blijkens Saakes’ Naamlijst, december 1795 (p. 207). Tot nu toe zijn slechts de nrs. 2-5 teruggevonden, gedateerd 16, 23, 30 september en 7 oktober 1795.
Het is de vraag of de eerste aflevering ooit echt verschenen is, getuige de bewoordingen van een advertentie in de Leydse Courant van 23 september 1795: ‘Heden word in de voornaamste Boekwinkels in de Bataafsche republiek uitgegeeven: no. 3, van een geheel nieuw Periodiek Weekblad De Cerberus, zullende No. 4 op zyn tyd en No. 1 zo spoedig zulks nodig zal zyn volgen’.

Bibliografische beschrijving
Elke aflevering telt acht bladzijden in octavo. De nog bekende afleveringen zijn gepagineerd 9-40.
Onder het titelblok vindt men een afbeelding van de hellehond Cerberus, met drie koppen (aap, hond, gebaarde mens). Daaronder telkens het citaat: ‘Het is een’ ieder geöorloofd, zyne gedachten en gevoelens aan anderen te openbaaren, het zy door de drukpers, of op eenige andere wyze. Publicatie van Holland, 31 January 1795’. Tenslotte volgt nummer- en datumaanduiding.

Boekhistorische gegevens
Colofon nr. 2:

Van dit periodiek werk wordt des woensdags een No. uitgegeeven, voor twee stuivers, te Amsterdam by Gartman, Vermandel, en Holtrop; te Rotterdam by Vis; te Dordrecht by Blussé; te Leyden by Herdingh; in den Haag by van Cleef; te Delft by Roelofswaert; te Haarlem by van Walré en Comp.; te Gouda by Verblauw; te Utrecht by van Terveen; te Middelburg by Keel; te Leeuwarden by Cahais; te Groningen by Oomkens; te Arnhem by Nyhoff; te Deventer by Brouwer; te Breda by van Bergen; in den Bosch by Palier; en verder door de Republyk.

De prijs van een aflevering was twee stuivers, blijkens Saakes’ Naamlijst uit 1795 (p. 196) en voor het geheel (nrs. 2-8) veertien stuivers (p. 207). Dit laatste lijkt te impliceren dat het eerste nummer nooit verschenen is.

Inhoud
Nr. 2 begint met beeldspraak: wij hebben onze woningen, het oude aristocratische enz. huis, afgebroken. Voorlopig huisvesten wij in tenten: er is nog geen nationale constitutie. Volgt een geschiedenis van het oude bouwwerk en opmerkingen over de kwaliteit van de huidige tenten. Er is nieuw vuur nodig, nu de reformateurs omzien naar de doofpot. Cerberus blijft waaks! De nrs. 4 en 5 geven meer algemene beschouwingen.
De toon van het geheel is ietwat ironisch, op de wijze van de Janus (1787).

Exemplaar
Utrecht, Universiteitsbibliotheek: Br. CXL 16 (nrs. 2-5).

André Hanou