Christelijke Spectator (1798-1799)

Titelbeschrijving
De Christelijke Spectator. In Twaalf Vertoogen.

Periodiciteit
De schrijver heeft blijkens de colofons nooit de bedoeling gehad meer dan twaalf afleveringen uit te geven. Nr. 1 was volgens de Naamlijst van Saakes al verkrijgbaar in juni 1798 (p. 451). De eerste acht afleveringen waren in december 1798 gereed (p. 499) en in juli 1799 waren de twaalf afleveringen compleet (p. 53). Dit lijkt te impliceren dat het blad min of meer onregelmatig verscheen; ook in het colofon is er sprake van dat het blad ‘van tijd tot tijd’ uitkwam.

Bibliografische beschrijving
De afleveringen van het blad, in octavo, variëren nogal in lengte (14 tot 36 pagina’s). Het geheel is doorgepagineerd 1-398. Daarbij komt nog de titelpagina uit 1799.
Elke aflevering begint met een titelpagina, waarop de titel en het volgnummer zijn weergegeven. Aan de versozijde daarvan is altijd een citaat: uit Jesaja, Livius (3x), Horatius, Young (3x), Aratus (2x), Openbaring, Racine. Het titelblok geeft geen datering.

Boekhistorische gegevens
Titelpagina: ‘In ’s Gravenhage; Bij J. Thierrij en C. Mensing: 1799’. Alle colofons: ‘Deze blaadjens zullen van tijd tot tijd, doch niet meer dan twaalf in getal, worden uitgegeven, in ’s Gravenhage, Bij J. Thierrij en C. Mensing’.
In diverse krantenadvertenties in de Leydse Courant (6 augustus en 3 september 1798) worden als verkooppunten tevens genoemd: Van der Burgh, Brave, D. en J. Tol (Amsterdam); Holsteyn, Vis en van Balen (Rotterdam); Honkoop (Leiden); Yzerworst en Terveen (Utrecht); De Groot (Delft); Bohn (Haarlem); Blussé en van Braam (Dordrecht).
Blijkens deze advertenties wisselde de prijs tussen 3 en 4 stuivers per nummer. Volgens Saakes’ Naamijst moest in juli 1799 voor de twaalf afleveringen compleet ƒ 2:10 worden neergeteld.

Medewerkers
De auteur is Hieronymus VAN ALPHEN (1746-1803), dichter en essayist van christelijke signatuur.

Inhoud
De Christelijke Spectator bevat piëtistische beschouwingen over de gronden van waarheid en deugd, die een christen wijsgeer moet zoeken in deze woelige tijden. ‘Omwentelingen? Zij vallen nooit in het onzigtbaar rijk van den Verlosser’ voor (p. 19). Christus en bijbel zijn dus het ware richtsnoer (overigens op ondogmatische wijze). Het doel van het leven is opvoeding voor de eeuwigheid. Het christendom is méér dan een plaats- en tijdgebonden vorm van godsdienst die bij meer ontwikkeling ‘in eenen algemeenen en reinen natuurlijken Godsdienst ontbinden moet’ (p. 39). Bij dat laatste herkent men de discussie met Kant.

Relatie tot andere periodieken
Van Alphen werd over zijn ingenomen standpunt in deze Spectator dan ook hevig aangetast door Paulus van Hemert, in diens Magazijn voor de Critische Wijsgeerte van 1801 (1e stuk, p. 80-92). Daarop reageerde Van Alphen met een open brief gedateerd 21 december 1801, die vervolgens door Van Hemert in zijn Magazijn werd opgenomen en van verwoestend commentaar voorzien (1801, 2e stuk, p. 161-220).
De recensent van de Vaderlandsche Letter-Oefeningen daarentegen vond het blad best aardig, zij het soms wat ‘langwylig’ (1799, p. 564-565).

Exemplaren
¶ Leiden, Universiteitsbibliotheek: 1050 F 4.
Full text

Literatuur
P.J. Buijnsters, Hieronymus van Alphen (1746-1803) (Assen 1973), p. 310-313, 325-326, 329, 332.

André Hanou