Committé van Inlichting (1798)

Titelbeschrijving
Het Committé van Inlichting. Door een Gezelschap Revolutionairen.

Periodiciteit
Saakes maakt in zijn Naamlijst van december 1798 melding van de afleveringen 1-23 ‘compleet’ (p. 506). Indien het een weekblad was, moet nr. 1 – op grond van de eerste hierna te noemen advertenties – ongeveer 20 februari 1798 zijn verschenen.

Boekhistorische gegevens
Te Rotterdam, bij J.D. Demelinne. De prijs voor de complete reeks bedraagt volgens opgave van Saakes ƒ 0:17:4.

Inhoud
Gezien het fonds van Demelinne moet het een radicaal-revolutionair blad zijn geweest. Er werd nogal eens tegen iemands schenen geschopt.
Dat blijkt al in de Rotterdamse Courant van 31 maart 1798, waarin ene F. van der Teen woedend uitvalt naar het Committé van Inlichting dat hem in nr. 2 uitgemaakt had voor een Dordsche Bandiet die in 1787 mensen had mishandeld. Klaas Rietveld reageert verontwaardigd in de Rotterdamse Courant van 1 mei 1798 op nr. 11 van het Committé van Inlichting. Daarin werd Rietveld ervan beschuldigd dat hij zich onbehoorlijk had uitgelaten tegen ‘de brave Schutters’. Als de ‘Schryver of Schryfster’ geen bewijzen kan overleggen, dan zijn het ‘lage Zielen, onnut in de Maatschappy, Lasteraars, Dieven en Eerrovers […]’.
Ook Mattheus Kraal was boos. Hij deed in de Rotterdamse Courant van 31 mei 1798 in een ingezonden advertentie zijn beklag over nr. 20 van het Committé van Inlichting. Hierin zou gesuggereerd zijn dat Kraal in 1787 zijn plaatsgenoot Anraadt mishandeld had. Ook zou hij bij Ketelaar, op de Meent, de ruiten ingeslagen hebben. Kraal eist van de ‘stellers van deze lastertaal’ met bewijzen te komen. Zo niet, dan zijn ze ‘Oproermakers en Eerdieven, die, door hunne falsiteiten, het brood uit een andere mond zoeken te stelen’.

Exemplaren
¶ Amsterdam, Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis: PM 2175 (nr. 7, 13 april 1798)

André Hanou