Courier van Bataafsch-Braband (1795-1796)

Titelbeschrijving
De Courier van Bataafsch-Braband.
¶ Titel bijlagen: Authentique stukken betreffende de zaaken van Bataafsch-Braband. Dienende te gelijk tot bylagen voor Den Courier van Bataafsch-Braband.

Periodiciteit
Drukker W. van Bergen adverteert in de Haarlemse Courant van 30 juni 1795 dat de Courier binnenkort zal uitkomen. Het blad verscheen van begin juli 1795 t/m juli/augustus 1796. De frequentie lijkt aanvankelijk tweewekelijks te zijn geweest, later wekelijks. De 60 nrs. met bijlagen zijn gebundeld in 2 delen.
Bogers (1991) vermoedt dat een sterk afgenomen debiet, met name toen de beoogde emancipatie van Brabant binnen de Republiek eenmaal een feit was, voor de uitgevers de reden was om het blad te beëindigen.

Bibliografische beschrijving
De afleveringen tellen nominaal 8 doorgenummerde pagina’s in octavo (498 pagina’s). Een enkele aflevering is een dubbelnummer. Het titelblok van de afleveringen bevat de leus ‘Gelykheid. Vryheid. Broederschap’, de titel en het volgnummer. Het geheel wordt voorafgegaan door een inhoudsopgave.
De 4 bijlagen zijn apart gepagineerd (212 pagina’s). De omvang varieert: 40, 80, 48 resp. 44 pagina’s (telkens titelpagina en inhoudsopgave niet meegerekend). Ze hebben een aparte titelpagina met daarop de titel, het volgnummer en het impressum. 

Boekhistorische gegevens
Op 1 september 1795 – drie maanden na de start van de Courier – vroegen Willem van Bergen uit Breda, Willem Carel Pieter van Riemsdijk en Steven van Bronkhorst uit Bergen op Zoom, en Servaas van de Graaff uit Dordrecht toestemming van de Provisionele Representanten voor de uitgave van de Courier. Een dag later volgde de goedkeuring.
De naam van Van der Graaff ontbreekt in het impressum: ‘Te Breda bij W. van Bergen. Te Bergen op Zoom, van Riemsdijk en van Bronkhorst’. In nr. 1 wordt gemeld dat Van Riemsdijk en Van Bronkhorst de uitgevers zijn, maar dat Willem van Bergen (Breda) de drukker is en bovendien ‘de Bureau van dit Blad heeft’. Vermoedelijk waren zij met z’n drieën financieel verantwoordelijk voor de Courier. Straks zal blijken dat De Graaff op een andere manier bij het blad betrokken was.
Nadrukkelijk meldt Van Bergen in genoemde advertentie dat het blad verkrijgbaar is ‘zo wel in alle Bataafsche Provincien, en het Landschap Drenthe, als in Bataafsch Braband’. De stok van nr. 1 geeft de verkoopadressen weer:

Te Amsterdam bij W. Holtrop en J.W. Smith; Haarlem Loosjes Pz.eBohn; Leyden D. du Mortier en Zoon, Herding en Cyfveer; Delft Roelofswaard; ’s Hage Leeuwenstein; Rotterdam D. Vis en Meyer; Schiedam Sweben; Gouda Buma en Comp.; Gorinchem van der Wal; Dordrecht Blussé en Zoon en de Haas; Leerdam Hoefnagel; Hoorn Vermande; Alkmaar Hand; Enkhuyzen Franx; Edam Rolfs; Utrecht G.T. van Paddenburg en de Wed. de Waal en Zoon; Middelburg Keel; Vlissingen Maarsman; Zirkzee van den Thoorn; Nymegen van Campen; Arnhem Troost; Meppeld Voogd; Zutphen Eldik; Leeuwaarden Cahais; Groningen Oomkens en Doekema; Deventer Karssenberg; Bergen op Zoom van Riemsdyk en van Bronkhorst; ’s Bosch Pallier en Zoon, en te Breda by W. van Bergen.

Prijs per aflevering: 1½ stuiver.
Op 11 maart 1796 vragen de uitgevers aan de Provisionele Representanten om gunstiger portovoorwaarden.

Medewerkers
Vermoedelijk was Servaas VAN DER GRAAFF (1757-na 1810) gedurende de eerste maanden degene die ingezonden stukken en recente politieke gebeurtenissen becommentarieerde. Hij werd in november 1795 benoemd tot commies ter secretarie van de Provisionele Representanten en verhuisde nadien van Zevenbergen naar Den Bosch.
Borger (1991) vermoedt dat VAN BERGEN (1764-1818) daarna de redactie van de Courier heeft verzorgd, en dat VAN RIEMSDIJK (1760-1846) en VAN BRONKHORST (1763-1826) toen de samenstelling van de bijlagen op zich hebben genomen. Van alle drie is bekend dat zij beschikten over een vaardige hand van schrijven.
Het blad kende ook correspondenten, die zich evenwel schuil hielden achter initialen of pseudoniemen. Enkelen zijn wel met naam en toenaam bekend. Zo zijn er van de Tilburger fabrikant Pieter VREEDE (1750-1837) enkele bijdragen opgenomen (nr. 5, 7, bijlage 1). Bernardus BOSCH (1747-1803) stuurde een ingezonden brief (nr. 15) en Petronella MOENS (1762-1843) leverde een gedicht over de vrijheidsboom te Wouw (nr. 16). Het schrijverskoppel woonde tijdens de verschijningsjaren van de Courier in Bergen op Zoom.
Officiële stukken van de Provisionele Representanten, de municipaliteiten en de vaderlandse sociëteiten werden door henzelf verstrekt.

Inhoud
Democratisch blad, waarvan de auteurs uitgesproken voorstanders waren van de Republiek als eenheidsstaat. Zij streefden naar de emancipatie van het Generaliteitsland Brabant, dat als volwaardig soeverein gewest deel zou uitmaken van de Bataafse Republiek. Ondanks de staatkundige hervormingen bleef dit echter, zelfs na de resolutie van de Staten-Generaal van 8 juni 1795, vooralsnog ijdele hoop. 
Hoewel er een tussenbestuur van Provisionele Representanten kon worden benoemd, duurde het nog tot 1 maart 1796 voordat de Brabantse afgevaardigden werden toegelaten in de slotzitting van de Staten-Generaal. Daar ging een ‘Concept-plan van de Gedeputeerden en Staten Generaal der Vereenigde Nederlanden, en de Provisioneele Representanten van het Volk van Bataafsch Braband’ aan vooraf (nrs. 3, 5, 8, 9). Het wachten op de algemene goedkeuring leidde tot een hoog oplaaiend conflict tussen beide gremia. 
De Courier van Bataafsch-Braband wees de aristocraten, die vele belangrijke posten in het landsbestuur hadden verworven, aan als schuldigen van dit alles, omdat zij zich verzetten tegen het heil des volks en ‘de rechten van den Mensch en Burger’ verachten (nr. 1). Het doel van de Courier was dan ook ‘om de Aristocratie tot in de verborgendste schuilhoeken op te spooren, en elken Volks-onderdrukker […] en alle schenders van de rechten van den Mensch en Burger […] aan de Natie in hunne waare gedaante te doen kennen’.
De Courier geeft vrijwel uitsluitend binnenlands nieuws. De kritiek op het feit dat Nederlanders voor Frankrijk meer offers moesten brengen dan in het Verdrag van Den Haag (1795) was afgesproken, vond de schrijver kortzichtig Oranjegekraai. Het economisch zoveel sterkere Engeland moest geboycot worden. De vloot moest worden versterkt, ter bescherming van de kust en de koopvaardijvloot. De landsverdediging moest beter, ter bevordering van de binnenlandse rust en om Pruisen op afstand te houden.
Er is sprake van enige afwisseling in literaire vormen. Tussen de vele vertogen (die soms meerdere afleveringen beslaan) staan ingezonden brieven en antwoorden daarop, landelijke verdragen, en ook enkele samenspraken en dichtstukjes. De bijlagen bevatten, zoals de titel al aangeeft, authentieke stukken, brieven, verzoeken, weerleggingen etc.

Relatie tot andere periodieken
In verschillende afleveringen wordt gereageerd op opmerkingen in de Nieuwe Post van den Neder-Rhijn (1795-1799).

Exemplaren
¶ Den Haag, Koninklijke Bibliotheek: 559 E 85:2
Full text

Literatuur
¶ A.W.M. Bogers, ‘Een democratisch blad. De Courier van Bataafsch Braband (1795-1796)’, in: De Oranjeboom 44 (1991) p. 89-109.

Rietje van Vliet