Courier van Europa (1783-1785)

Titelbeschrijving
¶ Courier van Europa, of Bydraagen tot de Geschiedenissen der XVIII. Eeuw, behelzende Zaaken van Staat en Oorlog, zedert den 5 September 1783, en vervattende de aanmerkelykste Gebeurtenissen van den tegenwoordigen tyd; doch meer byzonder die der Zeven Vereenigde Provincien van Nederland, zedert de begonnene Vredes-Onderhandelingen, by het eindigen van den Americaanschen Oorlog. Alles zamengesteld uit oorspronkelyke Papieren, en opgehelderd door aanmerkingen overeenkomstig de Tydsomstandigheden.
¶ Courier van Europa.
¶ Er verschenen ook Bylagen tot den Courier van Europa.

Periodiciteit
Het blad verscheen van 5 september 1783 t/m 15 februari 1785. Deel 1 bevat de nrs. 1-104, deel 2 bevat de nrs. 1-48. De frequentie was tweemaal per week, op dinsdag en vrijdag.
Dat niet iedereen gelukkig was met de Courier van Europa, blijkt uit een bericht in de Nederlandsche Courant van 3 mei 1784. Hierin wordt gesproken over het gerucht dat Friedrich Wilhelm von Thulemeier, Pruisisch ambassadeur in de Republiek, zich heeft beklaagd over de Courier van Europa, de Post van den Neder-Rhijn en de Politieke Kruyer.
Het einde van het blad is mogelijk het gevolg van de toenemende repressieve maatregelen tegen de patriotse pers (zie bijv. het bericht over nr. 77 in de Nederlandsche Courant van 2 juni 1784 en in de Leydse Courant van 21 juni 1784). De auteur zou na het laatste nummer gezegd hebben ‘geen lust te hebben in de cachot te zitten’. Verboden is het blad echter nooit. Theeuwen (2007) meldt dat de auteur volgens Van Goens – niet geheel zonder leedvermaak – failliet was gegaan en dat het debiet gering was.

Bibliografische beschrijving
De afleveringen tellen 4 pagina’s in groot kwartoformaat, met een tweekoloms opmaak. In het titelblok staat het deelnummer, het volgnummer, de titel en een citaat uit Livius’ Patavini Historiarum: ‘Quid, si vox libera non sit, liberum est?’ (vert. Want wat is er vrij als er geen vrijheid van meningsuiting bestaat?).
Blijkens het bericht aan het einde van nr. 104 bevat deel 1 behalve de afleveringen met bijbehorende bijlagen ook een titelpagina, een voorbericht en een zakenregister. In ditzelfde bericht wordt aangekondigd dat het formaat op veler verzoek gewijzigd zal worden in groot octavo. Dit plan is echter niet gerealiseerd.

Boekhistorische gegevens
Uitgevers: Amsterdam, Johannes Allart en Willem Holtrop.
De Courier van Europa werd in de meeste grote steden in het land verkocht, zo blijkt uit de verkoopadressen in nr. 1:

Te Arnhem by Troost, te Nymegen by v. Goor, te Zutphen by v. Beest, te Harderwyk by v. Kasteel, te Dordrecht by Blusse, te Haarlem by van der Aa, te Leiden by Herdingh, te Delft by de Groot, te Amsterdam by Allart en Holtrop, te Rotterdam by D. Vis, te Gouda by Verblaauw, te Schiedam by Poolman, te Gorinchem by Harneer, in den Briel by Verhell, te Maassluis by v.d. Burgh, te Alkmaar by Maagh, te Hoorn by Vermande, te Enkhuizen by Fraux, te Monnikendam by Gorter, te Purmerend by Keizer, in ’s Hage by Wynands, te Middelburg by Abrahams, te Zierikzee by de Kanter, te Vlissingen by Corbelyn, te Goes by Huisman, te Utrecht by Wild, te Leeuwarden by Tresling, te Harlingen by van der Plaats, te Franeker by Romar, te Deventer by Brouwer, te Campen by de Erven Valkenier, te Zwol by Hoogop, te Groningen by Huizingh, in ’s Bosch by Pallier, te Breda by Oukoop.

Prijs per aflevering: 1½ stuiver. Vanaf nr. 36 (6 januari 1784) wordt dit 2 stuivers.
In de Hollandsche Historische Courant van 4 oktober 1783 worden boekverkopers die nog afleveringen op voorraad hebben, verzocht deze terug te sturen daar er een tweede druk in op komst is. Een vergelijkbare advertentie verscheen in dezelfde krant op 11 maart 1784, waarin sprake is van een derde druk (cf. Leydse Courant 11 juni 1784). Uiteindelijk zouden er vier drukken verschijnen.
Gezien de eruditie die uit de Courier van Europa spreekt (met veel Latijnse citaten), was het blad bestemd voor een hoog opgeleid publiek.

Medewerkers
Achter de anonieme auteur gaat Willem VAN IRHOVEN VAN DAM (1760-1802) schuil, die naar verluidt in 1781 uit geldnood was gaan schrijven voor de Amsterdamse regering in haar strijd tegen de orangisten. Zo schreef hij zeven Brieven aan Candidus (1781-1783), ter verdediging van de Amsterdamse overheid tegen aanvallen van de orangistische publicist Rijklof Michael van Goens. Het succes van deze pamflettenreeks bracht Van Dam, aldus Theeuwen (2006), tot de oprichting van de patriotse Vaderlandsche Sociëteit – samen met uitgever Willem Holtrop en de arts Hendrik Stolte – en het starten van de Courier van Europa. De leden van de Vaderlandsche Sociëteit moeten voor Van Dam als informant belangrijk zijn geweest.
Nr. 28 in deel 1 bevat een gedicht van Zelandus, achter wie Jacobus Bellamy (1757-1786) schuilgaat.

Inhoud
Patriots tijdschrift.
De lange titel die Van Dam aan zijn tijdschrift gaf, verraadt zijn intenties: het moest een tijdskroniek worden. In de Leydse Courant van 11 juni 1784 melden de uitgevers:

Deze Tytel, de wyze van behandeling, en orde, welke de Schryver tot hier toe in het boeken der Geschiedenissen van het Gemeenebest van Nederland gehouden heeft, zyn genoegzaam om by alle Oordeelkundigen, dat geen te weeg te brengen, wat door eenig nader berig van den kant der uitgeeveren te weeg gebragt zouden kunnen worden; weshalven het in dezen geheel onnoodig is, om voorloopig een breedvoeriger verslag te geeven van zynen arbeid, in welken hy op de reeds begonnene wyze voortgaat, om (byzonder met betreking [sic] tot de Zeven Vereenigde Nederlanden) zoo wel de geschiedenissen, als de geheime dryfveeren der Staatkunde dezer Eeuw, zoo veel mooglyk by een te zamelen en te ontwikkelen.

In het blad kon de belangstellende lezer terecht voor, aldus Theeuwen (2007), de politieke geschiedenis van de Republiek; lokale, regionale en nationale politieke onderwerpen en geschillen; en vlijmscherpe commentaren op geschriften van politieke tegenstanders. In zijn lange, analytische beschouwingen baseert Van Dam zich op verlichte geleerden, en klassieke en eigentijdse geschiedschrijvers, rechtsgeleerden en literatoren. Hij toont zich als een erudiet en scherpzinnig schrijver, die grondig te werk ging. Voor polemieken was geen plaats.
De analyses van actuele politieke kwesties hebben met name betrekking op gebeurtenissen in Friesland, Overijssel, Utrecht en Gelderland, waar ten tijde van de Courier van Europa het verzet tegen Oranje het hevigst was. Uitzondering vormen de nrs. 31-48 van deel 2, die betrekking hebben op de onlusten in Rotterdam.
De spectatoriale formule met zijn vele ingezonden brieven is afwezig. Wel kreeg Van Dam veel post. Hij klaagde in nr. 19 van deel 1 over het aantal lezersbrieven die hij ontving. Hij drukte ze lang niet altijd af; sowieso reageerde hij er nauwelijks op. Soms waren het immers klachten over het gebruik van Latijnse citaten (nrs. 6, 8 in deel 1), waar Van Dam zich overigens weinig van aantrok. Ook waren er klachten over de actualiteit en de variatie binnen het blad (nr. 85): de lezer in kwestie wilde minder staatsstukken en meer actueel commentaar. In zijn reacties nam Van Dam geen blad voor de mond. Hij maakte zijn correspondenten zelfs uit voor domoor (nr. 6 in deel 1).
Een reactie verscheen onder de titel Addres aan de heeren schryvers van den Courier van Europa, en byzonder aan den eerlyken heere Irhoven van Dam (Groningen etc. 1784). Hiervoor wordt geadverteerd in de Leydse Courant van 22 december 1783. 

Relatie tot andere periodieken
Niet te verwarren met de Courier de l’Europe (1776-1792) die met dezelfde frequentie en identieke opmaak in Londen van de pers kwam en die ook in de Republiek veel werd gelezen. 
Nr. 158 van de Politieke Kruyer (1782-1787) bevat een ingezonden brief over het motto van de Courier van Europa nr. 92 (20 juli 1784). De schrijver is zeer content met de desbetreffende aflevering, zo blijkt ook uit de volledige overname van de brief in de Nederlandsche Courant van 18 augustus 1784. Ook in de patriotse Post van den Neder-Rhijn (1782-1784) wordt, begrijpelijkerwijs, in waarderende zin gesproken over het blad van Van Dam.
De Leidse publicist Elie Luzac daarentegen, aan wie de Vaderlandsche Staatsbeschouwers (1784-1792) wordt toegeschreven, was weinig geporteerd van de Courier van Europa. De schrijver hiervan

vermaakt zich liever met harssenschimmen, welke hy zich zelve vormt, gelyk men, door beweegingen van handen en vingeren, eenige gedaanten op de muur, by kaerslicht, doet verschynen en verdwynen, dan zich te vermoeien, met anderen, over de onderwerpen, welken hy voorneemt te verhandelen, te raadplegen. (nr. 1, p. 58)

Ook in de Vaderlandsche Brieven (1784-1785) wordt afkeurend gesproken over de Courier van Europa.

Exemplaren
¶ Leiden, Universiteitsbibliotheek: 492 B 16 (deel 1) en 1015 B 3 (deel 1 en 2)
¶ Full text deel 1 en deel 2

Literatuur
¶ Peet Theeuwen, ‘Willem van Irhoven van Dam (1760-1802). Impressies van een Staphorster Indiana Jones en zijn kruistocht door politiek en letteren’, in: Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman 30 (2007), p. 39-47 
¶ Peet Theeuwen, Kringen rond een patriots intellectueel. Willem van Irhoven van Dam en zijn Courier van Europa (1783-1785), in: Hans Bots en Sophie Levie (red.), Periodieken en hun kringen (Nijmegen 2006), p. 129-147
¶ N.C.F. van Sas, De metamorfose van Nederland. Van oude orde naar moderniteit, 1750-1900 (Amsterdam 2004) p. 201-204.

Rietje van Vliet