Diskoersen foen die Alte Kehille (1797-1798)

Titelbeschrijving
¶ Diskoersen foen die Alte Kehille.
¶ Ook gespeld als: Diskursen fun die Alte Kille.
¶ Of als: Diskuhrś fun diʾ Alte Kehile̲.

Periodiciteit
Het blaadje verscheen van (vermoedelijk) september 1797 tot half maart 1798 (11 nrs.). Het einde was het gevolg van de afzetting van de Parnassiem van de alte kille (gemeente) op 16 maart 1798.

Bibliografische beschrijving
De afleveringen zijn genummerd als 13 t/m 23 (en op de achterzijde als 1 t/m 11). De nominale omvang is 15 of 16 pagina’s in octavo. Samen met de Diskoersen foen die Naye Kehille zijn er bijna 600 pagina’s verschenen.

Boekhistorische gegevens
Gedrukt en uitgegeven in Amsterdam. Bibliotheekcatalogi noemen als drukker/uitgever: Salomon ben Abraham Proops.
Prijs per aflevering: 2 stuivers.
Een geannoteerde heruitgave, met vertaling in het Engels, van grote delen uit de Diskoersen verscheen als Storm in the Community. Yiddish polemical pamphlets of Amsterdam Jewry 1797-1798 (2002). 

Medewerkers
Michman (1990), op wie het merendeel van dit lemma teruggaat, wijst twee schrijvers van de Diskoersen foen die Alte Kehille aan. Allereerst de voormalige rituele slachter uit Nijkerk, Leib WAAG. Hij was daar gestraft wegens het werken met een valse vergunning. Vanuit Amsterdam moest hij vluchten naar Kleef om te ontkomen aan zijn schuldeisers.
Als tweede auteur wordt zijn assistent genoemd, David DIKJE (ook bekend onder de achternamen Preger, Kampen en Salomons). Zij zouden in hun werk zijn bijgestaan door vele schrijvers en informanten.

Inhoud
Samenspraakjes, geschreven in het jiddisj en gedrukt met Hebreeuwse lettertypen. De reden voor de gekozen taal en letter moet worden gezocht in het feit dat het merendeel van de circa 20.000 Asjkenazische Joden in Amsterdam het Nederlands wel kon verstaan, aldus Pach (2007), maar zelf een vernederlandste vorm van jiddisj sprak en bovendien moeite had met het lezen van het Latijnse alfabet.
Nadat de Joden in 1796 burgerrechten hadden gekregen, ontstond er binnen de Amsterdamse asjkenazische gemeenschap een felle strijd tussen nieuwlichters die de ideeën van de Franse revolutie aanhingen en de alte kille. De nieuwlichters, die uit de alte kille waren gezet, zagen hun democratiseringsidealen graag verwezenlijkt binnen de Hoogduitse gemeente. Met hun Diskoersen foen die Naye Kehille gingen ze tot de aanval over, waardoor de Parnassiem van de alte kille zich genoodzaakt zag met eigen Diskoersen te komen. 
De toonzetting van de Diskoersen foen die Alte Kehille was aanvankelijk gematigd, zo meldt Michman (1990), omdat de schrijvers zo kort na het uitroepen van de Bataafse Republiek moeilijk hun oude conservatieve standpunten in het openbaar konden debiteren. Bovendien konden ze niet in de aanval overgaan omdat zich onder de leden van de neie kille enkele vooraanstaande politici bevonden: leden van de Nationale Vergadering en zelfs de voorzitter van het Comité van Justitie van Amsterdam. 
Om die reden hebben de auteurs van de Diskoersen foen die Alte Kehille ervoor gekozen hun tegenstanders vooral met religieuze argumenten te bestrijden. Zij verzetten zich tegen alles wat een gevaar oplevert voor de Joodse godsdienst, bijvoorbeeld tegen de zogenaamde verbeteringen die de neie kille wenste aan te brengen in de sjoeldiensten, tegen veranderingen in de spijswetten en tegen de gemengde huwelijken die bij de nieuwlichters tot de mogelijkheden behoorden. Niettemin, de toon werd al snel scherper waarbij grofheden en vulgariteiten niet werden gemeden: geld en seks zijn geliefde onderwerpen. 
Satire blijkt in de pennenstrijd een veelgebruikt wapen, getuige bijvoorbeeld een gefingeerd conceptplan voor een reglement van de neie kille (die nog geen reglementen bezat). In ‘advertissementen’ worden herhaaldelijk nep-voorstellingen in de schouwburg (= synagoge van de neie kille) genoemd. Ook passeren tientallen gefingeerde theaterstukken de revue, zoals De hoere tante en de hoere dochter, zogenaamd gespeeld door de prinsessen van Oranje.

Relatie tot andere periodieken
De Diskoersen zijn een reactie op de Diskoersen foen die Naye Kehilledie 12 nrs. eerder de aanval op de oude kille had ingezet.

Exemplaren
¶ Amsterdam, Universiteitsbibliotheek, Bibliotheca Rosenthaliana: OTM: RON A-5218 (1)
¶ Full text 

Literatuur
¶ Hilde Pach, ‘The short-lived blossoming of the Yiddish press in the Netherlands’, in: Iggud. Selected Essays in Jewish Studies 3 (Jerusalem 2007), p. 31-39
¶ Jozeph Michman en Marion Aptroot (ed.), Storm in the Community. Yiddish polemical pamphlets of Amsterdam Jewry 1797-1798 (Cincinnati 2002)
¶ Adri Offenberg (e.a., red.), Bibliotheca Rosenthaliana. Treasures of Jewish Booklore. Marking the 200th Anniversary of the Birth of Leeser Rosenthal1794-1994 (Amsterdam 1994), p. 86-87
¶ J. Michman, ‘De “Diskursen fun die Neie un die Alte Kille”’, in: Studia Rosenthaliana 24 (1990), p. 22-35
¶ M.H. Gans, Memorbook. History of Dutch Jewry from the Renaissance to 1900 (Baarn 1977), p. 290-293
¶ Salvador Bloemgarten, ‘De Amsterdamse Joden gedurende de eerste jaren van de Bataafse Republiek (1795-1798)’, in: Studia Rosenthaliana 1 (1967), nr. 1, p. 66-96 en nr. 2, p. 45-70; 2 (1968), nr. 1, p. 42-65
¶ Jacob Shatzky, ‘Der “diskuhrs”. A yidshe tsayshrift in amsterdam, in di yorn 1797-1798’, in: J. Shatzky, Presse-Sammelbuch zum 250-ten joweil fun der jiddischer Presse (New York 1936), p. 20-106 (jiddisj) 

Rietje van Vliet