Diskoersen foen die Naye Kehille (1797-1798)

Titelbeschrijving
¶ Diskoersen foen die Naye Kehille.
¶ Ook gespeld als: Diskursen fun die Neie Kille
¶ Of als: Diskuhrś fun di’ Nei’e Kehile

Periodiciteit
Het weekblad verscheen – vermoedelijk op woensdag – van eind juli 1797 tot half maart 1798 (24 nrs.). Het einde was het gevolg van de afzetting van de Parnassiem (bestuurders) van de alte kille (gemeente) op 16 maart 1798. Er was toen voor de neie kille geen reden meer om tegen deze oude, conservatieve gemeente te ageren. Nr. 24 is dan ook een overwinningsnummer.

Bibliografische beschrijving
De nominale omvang is 15 of 16 pagina’s in octavo. Samen met de Diskoersen foen die Alte Kehille zijn er bijna 600 pagina’s verschenen.

Boekhistorische gegevens
Gedrukt en uitgegeven in Amsterdam. Bibliotheekcatalogi noemen als drukker/uitgever: Jochanan Levi Rofe (aka Joachim Benjamin van Embden) en zoon Benjamin van Embden. Joachim van Emden (±1741-1826) was tevens medisch doctor en net als zijn zoon een van de oprichters van Felix Libertate.
Prijs per aflevering: 2 stuivers.
Een geannoteerde heruitgave, met vertaling in het Engels, van grote delen uit de Diskoersen verscheen als Storm in the Community. Yiddish polemical pamphlets of Amsterdam Jewry 1797-1798 (2002). 

Medewerkers
Michman (1990), op wie het merendeel van dit lemma teruggaat, verwerpt de suggestie dat de drie voormannen van de neie kille – Mozes Salomon Asser, Hartog Bromet en Hartog de Hartog de Lémon – de redactie vormden van de Diskoersen foen die Naye Kehille.
Hoewel de neie kille het zelf ontkende, moet de strijder voor de joodse emancipatie David FRIEDRICHSFELD (1755-1810) worden aangewezen als belangrijkste auteur. Hij zou in zijn werk zijn bijgestaan door vele schrijvers en informanten. Ook Friedrichsfeld was een van de oprichters van Felix Libertate.

Inhoud
Samenspraakjes, geschreven in het Amsterdamse jiddisj en gedrukt met Hebreeuwse lettertypen. De reden voor de gekozen taal en letter moet worden gezocht in het feit dat het merendeel van de circa 20.000 asjkenazische Joden in Amsterdam het Nederlands wel kon verstaan, aldus Pach (2007), maar zelf een vernederlandste vorm van jiddisj sprak en bovendien moeite had met het lezen van het Latijnse alfabet.
Nadat de Joden in 1796 burgerrechten hadden gekregen, ontstond er binnen de Amsterdamse asjkenazische, Hoogduitse gemeenschap een felle strijd tussen nieuwlichters die de patriottische ideeën van de Franse revolutie aanhingen en de conservatieve oude gemeente. De nieuwlichters – onder aanvoering van de Felix Libertate-commissarissen Asser, Bromet en De Lemon – waren als aanhangers van de Haskalah voorstanders van emancipatie en vergaande assimilatie. Ook zagen ze hun democratiseringsidealen graag verwezenlijkt binnen de Hoogduitse gemeente. Zo moesten de bestuurders volgens hen verantwoording afleggen over hun beleid. 
Toen het drietal de Déclaration des droits de l’homme et du citoyen in het jiddisj wilden laten voorlezen binnen de synagoge, barstte de bom. Met een forse boete werden 21 nieuwlichters uit de joodse gemeente gezet. Ze besloten daarop een nieuwe gemeente op te richten (Adas Jesjoeroen). Deze neie kille groeide snel uit tot een volwaardige gemeente met een eigen synagoge, slachthuis, mikwe (ritueel bad) en begraafplaats (Overveen).
Aanleiding voor de neie kille om met de Diskoersen te beginnen vormden de verkiezingen voor een nieuwe Nationale Vergadering op 1 augustus 1797, waaraan Joden voor het eerst mochten deelnemen. Op 8 augustus zouden de nieuw verkozenen stemmen over een ontwerpconstitutie. Het doel van de Diskoersen was, aldus Michman (1990), propaganda voor de kandidaten voor de Nationale Vergadering, bestrijding van de ontwerpgrondwet en verbreiding van de moderne denkbeelden onder de leden van zowel de alte als de neie kille.
Nadat als reactie ook de Diskoersen foen die Alte Kehille verschenen, is er sprake van een sterke toename van scheldpartijen en beschuldigingen aan het adres van de alte kille. De Parnassiem wordt zelfs beschuldigd van landverraad, dat met de guillotine bestraft moet worden. Ook worden er redevoeringen, (fictieve) brieven en nepberichten ingelast. Grofheden en vulgariteiten worden niet gemeden: geld en seks zijn geliefde onderwerpen.
Onderwerpen zijn onder meer: verzoeningspogingen om de alte en neie kille weer bij elkaar te brengen; misstanden in de vleeshal, bij de weldadigheidskas en de gezondheidszorg; corruptie onder de Parnassiem; verbetering van de sjoeldiensten. Vooraanstaande Joden worden met naam en toenaam genoemd, en zwartgemaakt. Nr. 24 bestaat uit lange redevoeringen en twee zegeliederen (op de melodie van de Marseillaise resp. de Carmagnole).
Satire blijkt in de pennenstrijd een veelgebruikt wapen, getuige bijvoorbeeld de beschrijving van een Hollands en een Frans toneelgezelschap die hun voorstellingen – De verkwister of het huis vol narren en Parnassim of de vrijheidsschenders – geven in het vergaderlokaal van de alte kille. Er is ook een buffet, waar oranjeappels en prinsessenbonen worden opgedist, en er zijn achterafkamertjes voor jongens en meisjes. Tientallen gefingeerde theaterstukken passeren de revue.

Relatie tot andere periodieken
De alte kille kwam na nr. 12 van de Diskoersen uit met een nr. 13 van een eigen blaadje: de Diskoersen foen die Alte Kehille (1797-1798). Dit nr. 13 was de eerste uit een reeks van 11 nrs. waarin de Diskoersen foen die Neye Kehille wekelijks met identieke middelen werden bestookt.

Exemplaren
¶ Amsterdam, Universiteitsbibliotheek, Bibliotheca Rosenthaliana: OTM: RON A-5218 (1)
¶ Full text 

Literatuur
¶ Hilde Pach, ‘The short-lived blossoming of the Yiddish press in the Netherlands’, in: Iggud. Selected Essays in Jewish Studies 3 (Jerusalem 2007), p. 31-39
¶ Jozeph Michman en Marion Aptroot (ed.), Storm in the Community. Yiddish polemical pamphlets of Amsterdam Jewry 1797-1798 (Cincinnati 2002)
¶ Adri Offenberg (e.a., red.), Bibliotheca Rosenthaliana. Treasures of Jewish Booklore. Marking the 200th Anniversary of the Birth of Leeser Rosenthal1794-1994 (Amsterdam 1994), p. 86-87
¶ J. Michman, ‘De “Diskursen fun die Neie un die Alte Kille”’, in: Studia Rosenthaliana 24 (1990), p. 22-35
¶ Hindle S. Hes, ‘The Van Embdens. A family of printers in Amsterdam’, in: Quaerendo 11 (1981) 1, p. 46-52
¶ M.H. Gans, Memorbook. History of Dutch Jewry from the Renaissance to 1900 (Baarn 1977), p. 290-293
¶ Salvador Bloemgarten, ‘De Amsterdamse Joden gedurende de eerste jaren van de Bataafse Republiek (1795-1798)’, in: Studia Rosenthaliana 1 (1967), nr. 1, p. 66-96 en nr. 2, p. 45-70; 2 (1968), nr. 1, p. 42-65
¶ D. Michman, ‘David Friedrichsfeld. A fighter for Enlightenment and the emancipation of the Jews’, in: J. Michman (ed.), Studies on the History of Dutch Jewry 1 (1975), p. 151-199 (jiddisj)
¶ Jacob Shatzky, ‘Der “diskuhrs”. A yidshe tsayshrift in amsterdam, in di yorn 1797-1798’, in: J. Shatzky, Presse-Sammelbuch zum 250-ten joweil fun der jiddischer Presse (New York 1936), p. 20-106 (jiddisj).

Rietje van Vliet