Domkop of Nationaal Volksboek (1795-1796)

Titelbeschrijving
De Domkop of Nationaal Volksboek.
De gebundelde delen 1-2 verschenen onder de titel: De Domkop, of Nationaal Volks-Boek.

Periodiciteit
De Domkop is ongedateerd. Het openingsnummer verscheen in maart 1795, het laatste nummer (140) kwam op 18 april 1796 uit. Het blad verscheen aanvankelijk wekelijks, vanaf nr. 42 (1795) twee keer per week, sinds nr. 51 weer wekelijks en vanaf nr. 103 twee keer per week, op maandag en donderdag.

Bibliografische beschrijving
In octavo. De afleveringen tellen doorgaans acht bladzijden, maar bij het pagineren ging het wel eens mis. Zo heeft nr. 53 (in deel 2) als paginanummering [17]-24; nr. 54: [33]-40 en 55: [32]-40, waardoor de pagina’s 25-32 niet opgenomen zijn. De nummervolgorde klopt wel, zodat een kwestie van verkeerde paginering is.
De delen 1-2 hebben een titelblad; dat ontbreekt bij deel 3 ontbreekt, omdat de reeks met nr. 140 voortijdig ophield. Deel 2 bevat het ‘Alphabetische Naam-Register op het Ie Deel’.
De Domkop heeft een aan Terentius (Andria, 68) ontleend motto: Obsequiam amicos, veritas odium parit: toegeeflijkheid maakt vrienden, de waarheid vijanden.

Boekhistorische gegevens
Deel 1 verscheen ‘te Amsteldam by de Burgers J. Velem [sic] en R. Dóll Timman’, deel 2 ‘te Amsteldam by de Burgers J. Verlem en R. Dóll Timman’.
De beide Amsterdamse uitgevers distribueerden De Domkop verder via Hendrik Hartemink en Jan Hand te Alkmaar; Gerrit Bom, Amsterdam; Paul Etienne Briët, Johannes Hazeu Cornelisz, Barend Koene junior, Harmanus Keyzer, Dirk Meland Langeveld, Wijnand Wijnands en Hendrik van Kesteren, allen in Amsterdam; Abraham en Pieter Blussé te Dordrecht; Wouter Verblaauw in Gouda; Christiaan Plaat in Haarlem; Leendert Herdingh, Frans de Does [Pieterszoon en Cornelis de Pecker Corn. zoon in Leiden; Hendrik van Aken en Aris Tolk te Zaandam; Ego van Wolfsbergen te Rotterdam en H.L. Buma in Gouda.
Een als humoristisch bedoeld bericht van de redactie over een parade van de Amsterdamse schutterij schoot Verlem in het verkeerde keelgat. Hij trok zich eind 1795 van het blad terug, waarna Dóll Timman de enige uitgever en drukker van De Domkop bleef.
Een aflevering kostte twee stuivers, voor nr. 4 hoefde maar één stuiver te worden betaald.

Medewerkers
De schrijver beweert ook De Spectator met de Bril (1787) te hebben geschreven; dat is vrijwel zeker de lutherse predikant Hendrik BERGH (1747-1792?). Bij de inval van de Pruisen in september 1787 vluchtte de overtuigde patriot Bergh eerst naar de Zuidelijke Nederlanden, daarna naar St. Omer en Duinkerken. Of en wanneer hij weer ad patriam terugkeerde, is niet duidelijk.
Er is twijfel over zijn redactionele betrokkenheid bij De Domkop, omdat hij mogelijk al in 1791 of 1792 overleden zou zijn.

Inhoud
In het openingsnummer schrijft de redactie:

Ei! …ei! … een wonderlyk verschynzel! – een DOMKOP! komt die als Autheur ten Toneele, om Weekblaadjens te schrijven – en dat in een tyd, daar alle Geleerden – Geletterden – en Wyzen hunne gaven Waereldkundig maake – Verwonder U daar niet over Lezers!

En wat later: ‘Veele menschen willen liever somwylen met een Domkop te doen hebben, dan met lieden die verbeelden verstand te bezitten en door geleerdheid de Burgery aan hun waanen te verblinden’. De waarheid moet gezegd kunnen worden, zoals het motto duidelijk maakt, hoe ongemakkelijk die soms ook is, aldus de redactie.
Alle mogelijke onderwerpen passeren de revue: medische onderwerpen zoals het Collegium Medicum te Amsterdam, de rechterlijke macht, waarbij het snelrecht van de niet juridisch geschoolde Sancho Panza als voorbeeld dient voor ‘Domkoppen, die goede Rechters waren’. Verder ook godsdienstige kwesties, de krijgsraad, de gilden, de pijnbank, sluikhandel, weeshuizen, wijkvergaderingen en het uitbrengen van stemmen en het houden van de nationale conventie, in 1795 plotseling tot patriotten bekeerde (‘geremoveerde’) oranjegezinden, het berechten van ‘grote namen’ [= personen], zoals de schepenen Van Muyden en Hartsinck, die Amsterdamse Bijltjes omkochten, Suideras en Bentinck die andere Bijltjes drank gaven en oranjegezinden die meer dan één baan hebben, terwijl tal van bataven zonder werk zitten.
Vermeende patriotten worden in De Domkop ‘ontmaskerd’, zoals Frederik Mittau (ook Mettau),  ‘Balletjesmaker’, woond in Wyk 34, op de Looijersgragt, over de Blindehoek’, die zich nog in De Politieke Kruyer als patriot had voorgedaan,

doch [die] terstond by de Omwenteling in 1787 beyverd, om als gunsteling van Oranje aangemerkt en zyn post in de Burgerwagt te blyven behouden; en is ook nog eenige tyd daar in gebleven, zoo lang dat zyn voormalig gedrag ontdekt wierd, toe moest hy ‘er uit, gelyk zulks in Wyk 34, een ieder bekend is.

Ook talloze andere vermeende patriotten worden ontmaskerd. De correspondenten zijn duidelijk op wraak uit. De redactie gaat daarin aanvankelijk mee. Zo publiceert zij lijsten waarop oranjegezinde ambtenaren zijn vermeld die na de omwenteling van 1795 zijn aangebleven. Ze dringt aan op ontslag van oranjegezinde predikanten, die nog steeds prediken. Fictief lijken enkele brieven van orangisten die schuld bekennen en van de redactie nog een trap na krijgen. In 1795 moet alles op de schop, zo lijkt De Domkop te willen zeggen.
Maar kennelijk loopt de ontmaskering van al dan niet vermeende patriotten en bataven bij redactie en uitgevers de spuigaten uit. Zij verzoeken de correspondenten hun brieven die niet zijn geplaatst, binnen veertien dagen op te halen. Zo niet, dan ‘zullen [deze] aan den vlamme worden opgeofferd’. Voorts willen zij

in het vervolg geen brieven, waar in Persoonen genoemd worden, en die alleen strekken om de naamen bekend te maaken, te […] ontvangen, dan die met den Steller of Schryvers naam zyn ondertekend: zullende van hunnen naam geen gebruik gemaakt worden, dan, in de aller hoogste noodzaakelykheid, en na alvoorens met hun daar over gesprooken te hebben.

Ten slotte keren uitgevers en redactie zich krachtig tegen de kritiek, als zouden zij de briefschrijvers geld voor geplaatste stukken geven – lees: aangebrachte orangisten. Zij loven 50 ducaten uit voor wie dat kan aantonen. Ruim drie maanden later wordt het bericht herhaald. Omdat niemand zich heeft durven te melden, zo smaalt de redactie. De redactie roept enkele keren de geest van Jacob Campo Weyerman te hulp om zich verschoond te weten van dergelijke laster – zij willen liever niet als deze schrijver in het gevang eindigen.
De redactie geeft veroordeelde patriotten wel de ruimte om zich in geschrifte te rehabiliteren, zoals de veroordeelde Amsterdammer Cornelis Simons, ‘Confiturier zynde van zyn affaires’, voor wiens eerherstel zekere Abraham regt door Zee pleit. In het Caracterkundig naamwoordenboek worden al dan niet fictieve personen met slechte [= oranjegezinde] karakters beschreven, een idee dat later ook door andere bladen wordt overgenomen, zoals De Politieke Donderslag.

Relatie tot andere periodieken
De Domkop bevat veel pseudo-advertenties zoals die ook bij Janus (1787) en Janus Verrezen (1795-1798) te vinden zijn; de schrijver sympathiseert met beide bladen.

Exemplaren
¶ Amsterdam, Universiteitsbibliotheek: 374 B 4-6
Full text

Literatuur
¶ Pieter van Wissing, Stokebrand Janus 1787. Opkomst en ondergang van een achttiende-eeuws satirisch politiek-literair weekblad (Nijmegen 2003), p. 311-313
¶ P.W. van Wissing, ‘Hendrik Bergh (1747-1792, predikant en vrijkorpsist’, in: J.A.E. Kuys e.a. (red.), Biografisch Woordenboek Gelderland II (2000), p. 17-19
¶ Peter Altena, ‘Campo Revolutionair’, in: Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman 16/1 (1993), p. 24-25.

Pieter van Wissing