Doorzigtige Heremyt (1728-1729)

Titelbeschrijving
De Doorzigtige Heremyt, bespiedende door zynen verrereykende Verrekyker, in het geheymste van zyne Kluys, de verborgenste Gebreken der Menschen: ende dezelve op eene Geestige, en aangename wyst ten toon stellende door Jacob Campo Weyerman.

Periodiciteit
Van dit maandags weekblad zijn van 27 september t/m 7 maart 1729 niet meer dan 23 afleveringen verschenen.

Bibliografische beschrijving
Elke aflevering telt 8 bladzijden in kwarto. Het geheel is doorgepagineerd 1-192 (excl. de titelpagina). In de tweede druk (zie hieronder) is er ook een titelplaat: een bewerkte versie van de titelplaat die in de Amsterdamsche Argus (1718-1719) van Weyermans rivaal Hermanus van den Burg is gebruikt, gegraveerd door Jan Goeree.

Het titelblok van elke aflevering bevat nummeraanduiding, titelvignet (met titel) en datum. Dit vignet is een door ornamenten omgeven medaillon, tonend een zittend, gebaard, sandaaldragend heerschap, gekleed in een soort pij met kap. Vóór hem: een opengeslagen boek, of beter: een manuscript, want de man houdt een pen in de rechterhand. De linkerhand heeft hij nodig voor een verrekijker waarmee hij naar buiten spiedt. Blijkbaar tekent hij op wat hij waarneemt. Er liggen rotsblokken. Aan de voeten van de man: een mandje, een doodshoofd, een knook. Hij zit onder een soort door takken bedekte prieel, als het ware de veranda van wat zijn meer permanente verblijf, een stenen gebouwtje. Kortom: een heremiet. Het vignet is vanaf nr. 2 iets kleiner.

Boekhistorische gegevens
Op de laatste bladzijde van nr. 1: ‘Gedrukt voor den Autheur Jacob Campo Weyerman’. In nr. 4 is deze colofon uitgebreider: ‘Gedrukt voor den Autheur Jacob Campo Weyerman, en zyn te bekomen by de Boekverkoopers in de voornaamste Nederlandsche Steden’. Het impressum van de gebundelde afleveringen: ‘In ’sGravenhage, Gedrukt by Reinier van Kessel, Ordinaris Stads-Drukker 1730’.
Kleine varianten in titel en impressum komen voor in de ongeveer zeventien bekende exemplaren van deze druk (De Vries 1990). Het ‘1730’ is bevreemdend, omdat de Heremyt plus nawerk vrij vroeg in 1729 eindigt. Mogelijk is Van Kessel niet de eigenlijke drukker geweest, maar slechts één van de verkopers die van zijn voorraad afwilde en het raadzaam vond een bijbehorend titelblad te drukken.
In dit lemma wordt niet ingegaan op het probleem of en bij wie de Heremyt later is herzet, herdrukt, of heruitgegeven met slechts toevoeging van een ander titelblad. Slechts het volgende. De Vries heeft in ieder geval tenminste 6 exemplaren getraceerd (p. 36) die een ander titelblad hebben. De tekst op dat blad is gezet in een ander, moderner korps. De titel is gelijkluidend; maar het impressum luidt dit keer: ‘Gedrukt voor den Autheur En te bekomen by de meeste Boekverkopers’, soms nog met een toevoeging. Bruggeman (1986) meent terecht, dat men hier te maken heeft met respectievelijk een titeluitgave en een echte herdruk (p. 106-113).
Het kan zijn dat op deze latere heruitgave(n) gedoeld wordt in ten minste twee advertenties in de Leydse Courant van 1764. De eerste, van 13 augustus, zegt dat ‘om het sterk debiet’ de Heremyt van Weyerman, voor 20 stuivers, niet langer dan tot 24 augustus 1764 verkrijgbaar is bij Hoogeveen en Honkoop (Leiden), Losel en de Vissen (Rotterdam), Smit (Schiedam), Baalde (Amsterdam), Blussé (Dordrecht), Verhel (Den Briel), J. v.d. Sande (Middelburg), Spruit en Schoonhoven (Utrecht), Van Lee (Haarlem), P. v. Os en Bakhuizen (Den Haag).
De tweede advertentie, van 14 september, meldt dat de inschrijving voor de Heremyt geschiedt tot het einde van de maand, voor 1 gulden, daarna voor 2 gulden; bij de boekverkopers in de meeste steden en in Amsterdam bij S.J. Baalde. Indien men moet kiezen tussen Baalde en Hoogeveen/Honkoop als eigenlijke uitgever, dan gaat de voorkeur uit naar Cornelis van Hoogeveen Junior. Hij is rond deze tijd verantwoordelijk voor nog andere Weyerman-uitgaven, zoals diens Oog in ’t Zeil.

Medewerkers
De tekst is geschreven door de journalist en broodschrijver Jacob Campo WEYERMAN (1677-1747).
Hij sprak dankzij zijn Schotse moeder goed Engels en bezocht Engeland dan ook meer dan eens. De verwijzingen naar Engelse locaties en Engelse personen kunnen zijn voortgekomen uit eigen waarnemingen, maar ook is mogelijk dat het vertalingen uit Engelstalige bronnen betreffen.

Inhoud
De Heremyt begint met een inleiding over hekelschriften en satire (nr. 1). Dan volgt ‘Het karacter van Negra Croce’ (een door Weyerman niet gewaardeerde huurbaas), gecombineerd met ‘Het Ordinaris of de karacters van een Yr en van een Franschman’ (nr. 2). De ‘Beschryving van Meer en Nests huyzing’, een vroegere huurwoning van Weyerman in Abcoude, eigendom van genoemde Negra Croce, is aan de orde in de nrs. 3 en 4. Nr. 5 handelt ‘Over de Fransche koks’. ‘Over de advertissementen der kwaksalvers-briefjes in de courant’ gaat nr.  6. Nr. 7 beschrijft interieur en bezoekers van een Amsterdams eethuis, alsmede ‘Het Karacter van een troep Vloerduyven’ (prostituees).
De Zuidelijke Nederlanden zijn aan de orde in de beschrijving van ‘Het Gents koffihuys van Madame B***’ (nr. 8). Nog meer herbergleven wordt geschilderd in ‘Over de zeven ridders’ (nr. 9): in de ‘Voetangel’, bij Abcoude, bevindt zich een gezelschap van zeven drinkebroers-schrijvers. Een heel ander soort gesprek, tussen Amsterdamse vrouwen, beluisteren we in ‘Het kraambezoek’ (nr. 10). Vrouwenzaken komen ook  aan de orde in ‘Over het l’eau de la reine d’Hongrie’ (nr. 11). Achter elkaar volgen ‘Over de liefde’ (nr. 12), en ‘Beschryving over de boezems der vrouwen’ (nr. 13), terwijl liefde en vrouwen ruimschoots hun deel krijgen in de nrs 14 en 15, getiteld ‘De rechtbank der koekoeken’.
Nu begint Weyerman met een vervolgverhaal: ‘De snappende goudbeurs’ (nrs. 16, 17; een deel van 18; vervolgens 19, 20 en 21). Daarin vertelt een goudstuk, een ‘zeedekundige Pistool’, over de liefdesavonturen van enige personen in wiens bezit hij geraakt is. Die figuren zijn oude kennissen voor de lezer; Weyerman heeft hun doen en laten in eerdere bladen meer behandeld. In de laatste afleveringen ten slotte (nrs. 22 en 23) treft de lezer ‘Eenige leevens byzonderheden der schilders’. Die kunnen worden beschouwd als een soort vulmateriaal, omdat Weyerman druk bezig was met het uitbrengen van andere publicaties (zie Hanou 2014).

Kenmerkend is dat Weyerman in zijn tijdschriften dikwijls te rade gaat bij andere, voornamelijk Engelse auteurs. Zo zijn er in de Heremyt inmiddels bewerkte vertalingen aangetroffen uit het werk van de satiricus Thomas Brown (1662-1704) en de schrijvende koffiehuisuitbater Ned Ward (1667-1731).

Relatie tot andere periodieken
De Heremyt werd onmiddellijk, met doorlopende paginering, opgevolgd door twee afleveringen van de reeds in de Heremyt aangekondigde Den Vrolyken Kourantier.

Exemplaren
¶ Den Haag, Koninklijke Bibliotheek: 450 D 2
Full text

Literatuur
¶ M. de Vries, Aanzet tot een bibliografie van de gedrukte werken van Jacob Campo Weyerman (1677-1747) (Amsterdam 1990), p. 35-36
¶ J. Bruggeman, Descriptieve bibliografie van Jacob Campo Weyerman. Periodieken (’s-Gravenhage 1986, eigen beheer), p. 96-113
¶ A. Hanou, ‘De mondaine verrekijker van een kluizenaar. De Doorzigtige Heremyt (1728-1729) van Jacob Campo Weyerman’, in Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman 37 (2014), p. 145-158.

André Hanou