Duinkerksche Historische Courant (1791-1792)

Titelbeschrijving
Duinkerksche Historische Courant.

Periodiciteit
De krant verscheen van vrijdag 1 april 1791 t/m zaterdag 29 september 1792 (314 afleveringen). De telling van de afleveringen begint in januari 1792 opnieuw. Het blad verscheen wekelijks op dinsdag, woensdag, vrijdag en zaterdag.
Het einde van het blad is mogelijk te verklaren door de groeiende problemen met de steeds radicalere regering in Parijs. Ook speelde mee dat er binnen de drukkerij wrijvingen moeten zijn geweest: de uitgever-courantier was na zijn overlijden weliswaar als schrijver opgevolgd, maar deze opvolger had er volgens een van de vennoten ‘een schandelijke courant’ van gemaakt. In het Bericht van een staatkundig maandschrift, waarin de opvolger van de Duinkerksche Historische Courant wordt aangekondigd, geeft de uitgever diplomatiek een pragmatischer reden, zonder de Franse overheid of de uitgeverscompagnie zelf in diskrediet te brengen. Hij had besloten, schrijft hij, de uitgave van het ‘dag- en nieuwsblad met den laatsten September te eindigen, daar de ontstaanen oorlog tusschen Frankryk en Oostenryk de verzending van het zelve, zoo naar Braband, als de Vereenigde Nederlanden, per post onmooglyk heeft gemaakt’. Een vergelijkbare argumentatie staat vermeld aan het slot van de laatste aflevering (p. 627).

Bibliografische beschrijving
Iedere aflevering telt 4 pagina’s in kwarto en is doorlopend gepagineerd.
Het titelblok bevat jaartal en volgnummer, titel en datum. Daaronder staat het motto: ‘Sine ira & studio, quorum caussas procul habemus’ (vert. Zonder bitterheid of partijdigheid; die drijfveren zijn mij vreemd; – Tacitus, Annales I,1). De broodtekst is in twee kolommen opgemaakt; advertenties aan het einde hebben een éénkoloms opmaak.

Boekhistorische gegevens
Nr. 1 meldt:

De Bureau der Duinkerksche Historische Courant wordt gehouden aan de Hollandsche Drukkery, in de Soubisestraat No. 14; waar men verzoekt de Inteekeningen, brieven, en berichten betrekkelyk tot dezelve, te adresseeren.

De colofons van de afzonderlijke afleveringen melden ‘Te Duinkerken, by van Schelle & Comp.’ De advertenties zijn meestal van de compagnie zelf, waarvan overigens ook Joost Vrydag deel uitmaakte. Voor de compagnie waren – al dan niet als vennoot – tevens Pieter ’t Hoen en Wybo Fijnje werkzaam. Over de prijs per aflevering is niets bekend, wel over de abonnementsprijs. Nr. 1 meldt:

De prys dezer Courant […] is voor Duinkerken 18 Livres, voor de provincien, en buitenslands 24 Livres Fransch geld, voor den tyd van één jaar. (Een half jaar, of vierendeels jaars naar gelang.)

Het blad was het belangrijkste nieuws- en communicatiemedium van de duizenden patriotten die in 1787 naar het buitenland (Duinkerken, St. Omaars en andere plaatsen in de Oostenrijkse Nederlanden en Frankrijk) zijn gevlucht. Onder de abonnees moeten zich ook patriotten hebben bevonden die in Nederland zijn gebleven.

Medewerkers
De courantier en tevens de voornaamste redacteur was Pieter VAN SCHELLE (1749-1792). Deze voormalige stadsarts uit Leiden was als patriot in 1787 gevlucht naar Frankrijk, waar hij te Duinkerken een drukkerij was begonnen. Na zijn overlijden werd hij – in ieder geval als schrijver – opgevolgd door Pieter ’T HOEN (1744-1828), voorheen auteur van de Post van den Neder-Rhijn (1781-1787). De medevennoot van Van Schelle, Joost Vrydag, schreef op 28 februari 1798 aan Pierre-Alexandre Dumont-Pigalle dat ’t Hoen in alles het tegenovergestelde was van de kundige en ijverige Van Schelle:

Het verwonderd mij niet, dat Ued bevreemd zijt, dat er van onze drukkerij eene zoo schandelijke courant is gekoomen geduurende de laatste maanden […] en ik heb er geen ander einde aan weten te maken als dezelve met October geheel te doen ophouden.

In hoeverre Wybo FIJNJE (1750-1809) heeft meegewerkt aan de Duinkerksche Historische Courant, is niet bekend. Fijnje was voor zijn vlucht naar Frankrijk in Delft uitgever van de Hollandsche Historische. Dat hij bij tijd en wijle een helpende hand geboden heeft, is zeker, te meer daar hij ook de voornaamste schrijver werd van het vervolgblad (zie hieronder). Andere mogelijke contribuanten zijn Gerrit Jacob George BACOT (1742-1822), vriend van Van Schelle, en de Leidse jurist Johan VALCKENAER (1759-1821), van wie bekend is dat hij geholpen heeft bij het verkrijgen van een pers voor de drukkerij.

Inhoud
Relatief gematigd patriots nieuwsblad met berichten uit diverse landen.
Frans nieuws staat centraal: in iedere aflevering staan berichten over de besluiten van de Nationale Vergadering in Parijs. Hoewel de toonzetting redelijk neutraal is, uit Van Schelle kritiek op de ‘al te yverige republikeinen, en van de Club der Jacobynen inzonderheid’. Een officiële reactie uit Parijs was het gevolg (nr. 117, 23 juli 1792). Na het overlijden van Van Schelle schuift het standpunt van de krant op in radicalere, pro-jacobijnse richting.
In de krant wordt de strijd tussen de ‘aristocraten’ en de Oranjepartij in Nederland nauwlettend gevolgd en ironisch besproken. De rubriek met nieuws uit Duinkerken ontwikkelt zich tot een opiniërende rubriek waarin de redactie commentaar geeft op en analyses maakt van de gebeurtenissen. Aparte aandacht is er voor de Oostenrijkse Nederlanden, waar een conservatieve revolutie gaande was tegen het Oostenrijkse verlichte bewind. Er is veel kritiek op de aanvoerder Van der Noot en zijn aanhang.

Relatie tot andere periodieken
In de laatste aflevering van de Duinkerksche Historische Courant wordt een vervolgblad aangekondigd, in de vorm van een ‘Politiek Maandschrift’: Historisch Tafereel van Europa (1792-1793).

Exemplaren
¶ Leiden, Universiteitsbibliotheek: 497 A 17-18
¶ Full text 1791 en 1792

Bronnen
Bericht van een staatkundig maandschrift […] onder den tytel van Historisch Tafereel van Europa (Duinkerken, Van Schelle en Comp, 1 oktober 1792)

Literatuur
¶ André Hanou, ‘De Duinkerksche Historische Courant (1791-1792)’, in: Pieter van Wissing (red.), Stookschriften. Pers en politiek tussen 1780 en 1800 (Nijmegen, 2008), p. 183-198, 333-336
¶ W.P. Sautijn Kluit, ‘De Duinkerksche Historische Courant’, in: Bijdragen voor vaderlandsche geschiedenis en oudheidkunde, derde reeks, deel 4 (1888), p. 68-87.

Rietje van Vliet