Euphonia (1814-1829)

Titelbeschrijving
Euphonia; Een weekblad voor Den Beschaafden Stand.
Vanaf 1815: Euphonia; een tijdschrift voor Den Beschaafden Stand.

Periodiciteit
Het weekblad verscheen van 6 januari 1814 tot en met december 1829 (16 jaargangen van 52 afleveringen). Op de afleveringen staat de datum vermeld.

Bibliografische beschrijving
In groot octavo. De omvang van een aflevering was nominaal 16 pagina’s (204 doorlopend genummerde pagina’s per stuk/kwartaal). De titelpagina’s hebben als motto ‘Alles wat welluidt – Paulus’.
De afleveringen (‘nummers’) werden per kwartaal gebundeld in ‘stukken’. Zo kondigt Saakes in zijn Naamlijst uit 1814 aan dat inmiddels verschenen is ‘1ste Deels 1ste Stuk, zijnde No. 1-13, gr. 8vo. 13 Vellen, met een Muziekplaat’ (p. 24). Vanaf deel 2 worden de nummers ook aangeduid als ‘blad’. In de voettekst is zichtbaar om welk deel en welk stuk het gaat.
Het begrip jaargang wordt pas in 1823 geïntroduceerd; oude abonnees kunnen indien gewenst nog titelpagina’s krijgen met daarop de traditionele deelaanduiding.
Vanaf deel 5 (1818) prijkt per aflevering bovenin het titelblok een harp; de uitleg hiervan staat op p. 6-11.

Boekhistorische gegevens
Het blad werd uitgegeven te Utrecht bij F.D. Zimmerman. De prijs bij intekening bedroeg voor het eerste stuk van deel 1 ƒ 2:10, zo meldt Saakes in zijn Naamlijst van 1814 (p. 24); het tweede stuk van deel 1 was net zo duur (p. 94). Uit latere afleveringen van de Naamlijst blijkt dat de prijs per kwartaalstuk enigszins varieerde.
In de Boekzaal der Geleerde Wereld van december 1830 is sprake van een ‘aanvankelijk slechts zeer geringe verbreiding der Euphonia’ (p. 695). Mogelijk was dit inderdaad het geval, maar reeds op 5 november 1814 meldt de uitgever in de Opregte Haarlemsche Courant dat het debiet nu, aan het einde van de eerste jaargang, dusdanig is gegroeid dat hij het blad zal continueren. Iedere aflevering kostte toen 3 stuivers; abonnees ontvingen hun afleveringen portvrij.

Medewerkers
Johannes DECKER ZIMMERMAN (1785-1867), zoon van de drukker-uitgever van de krant, was Luthers predikant in Utrecht en begon in 1814 met Euphonia. Hij schreef het blad ‘veelal in zijn eentjes’.
Maar Euphonia bevat ook bijdragen van derden, al blijkt uit de verzuchtingen her en der in het blad, dat de kwaliteit niet altijd naar tevredenheid van Zimmerman was. De inzenders ondertekenden hun bijdragen met hun initialen of met speaking names.
Van de volgende auteurs is bekend dat ze de redactionele toets der kritiek wel konden doorstaan. Petronella MOENS (1762-1843) publiceerde bijvoorbeeld in 1815 gedichten als ‘Algemeene vrede van 1814’ en ‘Bij het intrekken van Napoleon Bonaparte in Parijs’. Ze stuurde in dat jaar het omvangrijke gedicht ‘Utrechts Kermisfeest’ naar Zimmer­man. Ze had het onderte­kend met ‘Mr. W.B.’, maar dit werd door Zimmerman gewijzigd in W.B. omdat de sekseverwisseling hem te ver ging.
Andere auteurs waren de letterkundige Joannes LUBLINK DE JONGE (1736-1816), die onder de schuilnaam Batavus kleinere stukjes schreef, en de dichter Hendrik TOLLENS (1780-1856), die vanaf 1818 met diverse gedichten (waaronder zijn Maskeraden-verzen) bijdroeg aan Euphonia. Verder is bekend dat er in Euphonia van de notarisbediende en latere detectiveschrijver Jan Bastiaan CHRISTEMEIJER (1794-1872) enkele ‘Criminal-Geschichten’ zijn opgenomen, die later met extra verhalen gebundeld werden als Belangrijke tafereelen uit de geschiedenis der lijfstraffelijke regtspleging (Amsterdam, J.C. van Kesteren 1819).

Inhoud
Het blad bestaat uit dichtstukjes, feuilletons, verhalen, essays, woordraadsels, recensies, boekaankondigingen, aforismen, korte observaties enzovoorts. Saakes’ Naamlijst uit 1814 beschrijft de inhoud als volgt:

Behelzende Recensien over alle nieuw uitkomende Geschriften, die onder de benaming Fraaije Letteren vallen, met uitsluitig van alle eigelijk geleerde geschriften; als ook Mengelwerk, zoo als in prosa als poëzij. (p. 24)

De gevarieerde inhoud sprak de lezers aan: ‘Afwisseling toch streelt en prikkelt den smaak’ (deel 3, p. 273). Het periodieke mengelschrift Euphonia heeft het karakter van een gezinsblad voor ‘den beschaafden stand’, zo blijkt ook uit de mededeling van een lezer die schrijft: ‘met voorlezen in mijn huiselijken kring, en met daarover behoorlijk te spreken, breng ik doorgaans nagenoeg een uur door’ (deel 3, p. 66).
Het blad kreeg gaandeweg steeds meer impact. Regelmatig noemen uitgevers de titel van Euphonia wanneer dit blad hun uitgaven positief heeft gerecenseerd. Verder meldt de Amsterdamse uitgever Allart in de Nederlandsche Staatscourant van 20 april 1815 nadrukkelijk dat hij gevolg geeft aan een oproep in nr. 2 van Euphonia uit 1815 om voor de ‘geringere volksklasse’ goedkope heruitgaven op de markt te brengen.
Kritiek op Euphonia werd geuit in het Algemeen Nederlandsch Nieuws- en Advertentieblad van 5 juli 1820. Multatuli spreekt in zijn Idee 515 over ‘de Christelyke redactie van dat tydschrift, een der deftigste in het tweede decennium onzer eeuw’ en voegt hier badinerend aan toe: ‘’t Is vol goddienery en geloof, dat spreekt vanzelf.’
Euphonia is overwegend Duits georiënteerd; later bevat het blad ook vertalingen van Engelse literatuur.

Relatie tot andere periodieken
Zimmerman bundelde een aantal van zijn eigen bijdragen aan Euphonia in de vijfdelige reeks Kinderen der vergetelheid (Amsterdam, G.A. Beijerinck, 1825-1828).

Exemplaren
¶ Den Haag, Koninklijke Bibliotheek: 697 F 1 [-16]
¶ Full text nr. 1 en nr. 2

Literatuur
¶ L. Jensen, ‘De eerste vrouwelijke recensent van Nederland? Petronella Moens en haar verdediging van het vrouwelijk schrijverschap’, in: Historica 23 (2000) 3, p. 18-20
¶ A.J. Veltman-van den Bos, Petronella Moens (1762-1843). De vriendin van ’t vaderland (Nijmegen 2000), p. 424
¶ G.J. Johannes, De barometer van de smaak. Tijdschriften in Nederland 1770-1830 (Den Haag 1995), p. 69, 73, 74, 105, 106, 114, 127, 156, 162, 164, 165, 211, 212, 214, 222
¶ G.D.J. Schotel, Tollens en zijn tijd: eene proeve van levensbeschrijving (Tiel 1860), p. 228, 383
¶ P. Scheltema, Het leven en de letterkundige verrigtingen van den geschiedschrijver, mr. Jacobus Scheltema (Amsterdam 1849), p. 62
¶ C.W. Westerbaen, Lofrede op Joannes Lublink de Jongen (Amsterdam 1817), p. 63.

Rietje van Vliet