Europische Mercurius (1690-1757)

Titelbeschrijving
Europische Mercurius, Behelzende Al het voornaamste ’t geen, zo omtrent de zaaken van Staat als Oorlog, in alle de Koningryken en Landen van Europa, en ook zelfs in verscheidene Gewesten van d’andere Deelen der Wereld, is voorgevallen. Op een onverwarde en klaare Historische manier beschreeven, en met alle de daar toe noodige Authentyke Stukken en Bewyzen voorzien.
Vanaf 1710 luidt de ondertitel: Behelzende De voornaamste zaken van Staat en Oorlog, voorgevallen in alle de Koningryken en Heerschappyen van Europa; benevens eenige meldenswaardige tydingen uit verscheide andere Deelen der Waereld. Historischer wyze, onverward en klaar beschreven, en met de noodige Authentyke stukken voorzien.
In het eerste halfjaardeel over 1730 begint de ondertitel met ‘Berichtende [of: Berigtende] onze Landgenoten, de Gesteltenissen der Za[a]ken van Staat en Oorlog [of: Oorloch], in alle Heerschappyen en Landschappen van Europa, Benevens de [of: d’] aangrenzende Gewesten. Voorzien [of: Verzien] met alle Placcaaten [of: Placaten], Edicten, Manifesten, Aanspraken, Brieven, en andere autentyke [of: autentique] Stukken, van den tegenwoordigen tyd; vanaf het tweede halfjaardeel zonder ‘onze landgenoten’.
In 1740 veranderde de hoofdtitel in Nederlandsch Gedenkboek of Europische Mercurius. De ondertitel bleef aanvankelijk gelijk, maar later volgden enkele varianten. Zo veranderde vanaf 1751 het laatste deel in: Voorzien met den inhoud der voornaamste Tractaaten, Placcaaten, Manifesten, en andere authenticke Stukken, van den tegenwoordigen tyd. In het eerste halfjaardeel over 1756 greep men terug op de ondertitel van 1740, maar het tweede halfjaardeel was weer gelijk aan de ondertitel in de periode 1751-1755.

Periodiciteit
De frequentie van de Europische Mercurius varieerde van een maal per kwartaal (1690-1692) tot een maal per halfjaar (1693-1756). De reden van de frequentiewijziging in 1693 is onduidelijk, evenals die van het einde in 1756.
De Amsterdamse Courant van 24 augustus 1690 maakt melding van de publicatie van het eerste kwartaaldeel. De redacteur verontschuldigt zich in dit eerste deel voor de late verschijning. In 1708 was er een publicatieachterstand van twee jaar, zo blijkt uit de correspondentie van een Franse boekhandelaar.

Bibliografische beschrijving
Alle delen zijn in kwarto uitgegeven. De paginering begint per deel opnieuw. De kwartaaldelen variëren tussen 182 en 244 arabisch genummerde bladzijden; de halfjaardelen tussen 252 en 373, meestal rond de 310. In totaliteit gaat het om ruim 42.000 pagina’s.
Op de titelpagina’s staan verschillende titel- of uitgeversvignetten, een aantal met bloemmotieven. Het opvallendste vignet is dat van de uitgever Fredric Henric Scheurleer, waarop Mercurius aanvliegt met een boek in zijn hand.

De jaargangen 1690-1750 bevatten in het eerste deel een titelprent, met soms daarop de naam van de ontwerper en/of maker, dan weer slechts enkele initialen en in vele jaren ook geen informatie over de vervaardiger(s). Als betrokkenen komen respectievelijk voor: Jan (1649-1712) en Caspar Luyken (1672-1708), Pieter Sluyter (1675-ca. 1715), Jan Goeree (1670-1731), Jan Ruyter (act. vanaf 1731) en Jan Caspar Philips (ca. 1700-1775).
In de jaargangen 1693, 1705, 1715-1717, 1720-1722, 1725-1726, 1728, 1730-1749 gaat de titelprent vergezeld van een uitleg op rijm. Thomas Arendsz (1652-1701), Jan Goeree (1670-1731) en Hendrik (‘Henric’) van Elvervelt (ca. 1700-1781) zijn enkele, deels hoogstwaarschijnlijke, auteurs van deze titelverklaringen. Zulke uitleg ontbreekt weliswaar in de Europische Mercurius ook bij de titelprenten van 1713, 1718, 1719 en 1727, maar de bij deze jaren corresponderende gedichten staan in de postuum uitgegeven Mengelpoëzy van Jan Goeree (deel 2, Amsterdam, 1732).
In 1693 begon de uitgever naast de titelprent andere prenten op te nemen. Dit blijkt ook uit het titelblad, want hierop kwam te staan: ‘vercierd [of ‘versierd’] met koopere plaaten’. Het aantal andere prenten varieert tussen één en acht (meestal drie à vijf). Vaak zijn het uitvouwbladen. Deze prenten betreffen vooral (stads)plattegronden, aangezichten van steden, topografische kaarten, oorlogssituaties, penningen en portretten van personen. Buiten de jaargangen 1690-1692 ontbreken zulke prenten tevens in de delen van 1749, 1751, 1753, 1755 en 1756. In de jaargang 1754 staat dezelfde kaart van midden-Nederland als in die van 1726, met dit verschil dat op de kaart van 1754 niet alleen de door overstroming en ijs getroffen gebieden van 1726 maar ook die van eind 1753 staan.

Vanaf de eerste jaargang kent de Europische Mercurius aan het einde van elk deel een ongepagineerde (zaken)index (‘bladwyzer’), van wisselende kwaliteit.

Boekhistorische gegevens
De Europische Mercurius is in de bloei van zijn bestaan uitgegeven in Amsterdam en in zijn nadagen te Den Haag. Het nieuwsboek werd van 1690 tot en met 1701 gedrukt voor de auteur en was verkrijgbaar ‘by Timotheus ten Hoorn, Boekverkoper in de Nes, in ’t Zinnebeeld’, te Amsterdam.
Ten Hoorn deed het nieuwsboek – waarschijnlijk wegens financiële problemen – op 29 juni 1702 over aan de beide zwagers Andries van Damme, gevestigd als boekverkoper op het ‘Rokkin, bezyden de Beurs’ te Amsterdam en Daniel van (den) Dalen, die op dat moment boekverkoper te Leiden was. Zij kochten Ten Hoorns voorraad van 6.071 halfjaardelen, gedrukt vóór het einde van 1701, voor acht stuivers per exemplaar. Vanaf het tweede halfjaardeel van 1714 staat Andries van Damme alleen op het titelblad, tot zijn dood in 1727. Het eerste halfjaardeel van 1727 staat op naam van zijn weduwe, weliswaar zonder haar naam Judith Engelgraaf. Daarna staat hun neef Hendrik Jansz van Damme, de zoon van Andries’ broer Jan, in het impressum, tot 1730.
Hierna ging de Europische Mercurius naar de weduwe van Johannes Ratelband, Maria Lijbreghts, die gevestigd was op de hoek van de Kalverstraat en de Dam. In haar eerste halfjaardeel richt zij zich tot het lezerspubliek. ‘De Drukster deezes Aan Haare Landsgenooten’ nam de zaken over, nadat deze volgens haar ‘eenigen tyd [hadden] gezukkelt onder handen, die de belangen van dit werk niet behartigden. In het eerste halfjaardeel van 1730 staat er ‘weduwe J. Ratelband’ op het titelblad en daarna tot en met 1745 ‘By de [of d’]Erven van J. RATELBAND en Compagnie’. Maria Lijbreghts hertrouwde in 1730 met Bernardus van Gerrevink. Diens naam kwam echter pas in 1746 op het titelblad: ‘By B. van GERREVINK en Erven Ratelband, aan den Dam’. Door het overlijden van Van Gerrevink keerde Maria Lijbreghts terug op het titelblad, maar slechts in het eerste halfjaardeel van 1749, nu in de combinatie van ‘de Wed[uwe] GERREVINK en Erven RATELBAND, nog steeds gevestigd ‘aan den Dam’.
Voor het tweede halfjaardeel van dit jaar verhuisde de Europische Mercurius naar ‘’s Gravenhage, By Fredric Henric Scheurleer’. In zijn fonds bleef het nieuwsboek tot en met eerste halfjaardeel van 1755. De laatste anderhalf jaar staan op naam van de Haagse uitgever Ottho van Thol.

De Europische Mercurius werd ook buiten de uitgeverij verkocht, in ieder geval vanaf 1698 bij Adriaen van Dijk in Rotterdam. In de jaargang(en) 1751 en/of 1752 worden onder het impressum als verkooppunten genoemd:

Dordrecht (Wed. van Braam), Delft (Boitet, Voorstadt en Graauwenhaan), Haarlem (J. Bosch en P. van Assendelft), Leiden (S. Luchtmans, C. van der Eyck en C. de Pecker), Amsterdam (J. Ratelband en D. van Maarten), Gouda (J. Staal, Bellard en Endenburg), Rotterdam (Ph. Losel, Beeman, Smithoff en De Vuyk), Alkmaar (J. Koster), Middelburg (L. Backer, Meerkamp en de Broeders Callenfels),Vlissingen (P. en J. de Paayenaar), Zwolle (Rooyaarts), Leeuwarden (Coumans en Ferwerda) en Maastricht (H. Landmeeter).

Deze lijst is niet uitputtend, want eindigt met ‘en by andere Boekverkopers in de verdere steden en Provintien’. De voormalige uitgeverij Ratelband wordt opvallend genoeg niet meer in 1752 vermeld als verkoper.

Over de prijs van de Europische Mercurius is weinig bekend. Ten Hoorn bood in 1699 alle voorgaande negen jaargangen aan voor ƒ 20. In 1750 was er een prijsstijging van vier stuivers per halfjaardeel vanwege stijgende kosten. De lezer kreeg wel meer waar voor zijn geld door het gebruik van een kleinere letter.

De Europische Mercurius is veelvuldig in kranten aangekondigd, met name de Amsterdamse Courant en ook in de Oprechte Haerlemsche Courant en de Leydse Courant. De uitgevers namen voorin de delen van de Europische Mercurius regelmatig aankondigingen (advertenties) op van andere boeken die zij in hun fonds hadden. Aan het einde van het eerste halfjaardeel van 1731 staat een lijst van vier pagina’s met boeken te koop bij de firma Erven van J. Ratelband en Compagnie, waarin ook de Europische Mercurius vanaf 1690 voorkomt.

Medewerkers
In de Europische Mercurius worden tot en met 1750 alleen de initialen van de redacteuren vermeld en daarna ontbreken ook deze. Twee van de vijf namen zijn inmiddels opgehelderd en van één bestaat een vermoeden. E.V. was redacteur in de periode 1690-1706; J.C. van 1707 tot en met het eerste halfjaardeel van 1718; L[aurens] A[rminius] vanaf het tweede halfjaardeel van 1718 tot en met het eerste halfjaardeel van 1727; J[ohannes] H[averkamp] vanaf het tweede halfjaardeel van 1727 tot en met het eerste halfjaardeel van 1737; A.L. vanaf het tweede halfjaardeel van 1737 tot en met 1750. Achter de initialen van de eerste drie redacteuren staat op het titelblad de aanduiding ‘Philologo-Polit.’.
Laurens ARMINIUS (1680-1727), een nazaat van de bekende theoloog Jacobus Arminius, was niet alleen redacteur maar ook vertaler. Hij studeerde in Utrecht en Leiden. Van 1703 tot 1707 verbleef hij in Oost-Indië. Hij onderhield contacten met de Engelse deïst John Toland en was geïnteresseerd in het werk van de Geneefse theoloog Benedictus Pictet.
Johannes HAVERKAMP (1709-na 1752) is zonder twijfel degene die correspondeert met de initialen J.H. In zijn periode van de Europische Mercurius wordt reclame gemaakt voor zijn vertaling van de biografie van Voltaire over de Zweedse koning Karel XII.
Van Strien suggereert dat achter de initialen A.L. de jurist en Nederlandse gezant in Pruisen Abraham George LUISCIUS zou kunnen zijn. Het zou de bovenmatige aandacht voor het Duitse gebied in de periode van redacteur A.L. verklaren. Luiscius werkte eerder aan het achtdelige Algemeen historisch, geographisch en genealogisch woordenboek (1724-1737).

Inhoud
De aanleiding voor de start van de Europische Mercurius is volgens de eerste redacteur de oorlogstoestand in Europa door ‘de hoogmoed en staatzucht van Vrankryk’, waarover hij verslag wil doen. Hij pretendeert hierbij religieus gezien onpartijdige informatie te verschaffen.
Het nieuwsboek bevat in hoofdzaak informatie over de politieke en staatkundige verwikkelingen in vooral Europa. Oorlogsnieuws, inclusief diverse ooggetuigenverslagen, is sterk vertegenwoordigd. Er is ook handelsnieuws, bijvoorbeeld over retourvrachten van schepen uit Oost-Indië. De indeling is in maandelijkse porties en vervolgens is het nieuws gerangschikt per staat, vergelijkbaar met de praktijk in de meeste vroegmoderne kranten. Het meeste nieuws is afkomstig uit de buurstaten van de Republiek. Het aandeel Nederlands nieuws is qua aantallen pagina’s het hoogst doordat onder de rubriek ‘Nederlanden’ sprake is van de opname van relatief veel en lange documenten.

Vanaf 1691 kent elk eerste jaardeel – behalve dat van 1693 – een inleidende samenvatting en typering van de belangrijkste gebeurtenissen uit het voorgaande jaar. Deze teksten variëren qua lengte tussen 4 en ongeveer 60 pagina’s. Na 1734 zijn het 2 tot hooguit 6 pagina’s. Vanaf 1750 vallen deze samenvattingen buiten de arabische paginering.
Vooral de eerste drie redacteuren hebben duidelijk hun eigen stempel op de jaaroverzichten gezet. De tweede redacteur J.C. had moeite zich aan zijn bestek van maximaal 320 pagina’s per halfjaardeel te houden, waardoor er regelmatig weinig berichten onder de maanden juni en december gerangschikt konden worden. De redacteur A.L. loste in 1742 dit probleem op door een deel van de informatie over december door te schuiven naar de volgende jaargang.
De gehanteerde taal in de Europische Mercurius is doorgaans Nederlands. Latijnse citaten worden meestal voorzien van een vertaling. Veel berichten zijn woordelijk uit zowel binnen- als buitenlandse kranten – maar dan vertaald – overgenomen. Bronvermelding blijft meestal achterwege. De eerste redacteur noemt niettemin verschillende keren de Amsterdamse courantier Jean Tronchin du Breuil (1641-1721) en redacteur J.C. verwijst naar de Boekzaal van Pieter Rabus. De redacteuren moeten goede contacten hebben onderhouden gezien de talloze documenten en brieven waaruit zij hebben geciteerd.

Het lezerspubliek van de Europische Mercurius zal de ontwikkelde bovenlaag van de bevolking zijn geweest. In 1730 richtte de nieuwe uitgever zich in haar voorbericht tot ‘alle Staats-ministers, Ambassadeurs, Residenten, Agenten en andere Heeren van Regeering’ en ook de kooplieden, die zij wilde informeren over retourvrachten van handelsschepen en vangsten van de visserijvloot. De belangstelling voor het completeren van de reeks blijkt uit een oproep van uitgever Scheurleer in 1752 aan alle boekverkopers in de Republiek om kennelijk bij hem uitverkochte delen van een aantal genoemde jaargangen te ruilen tegen delen die niet worden genoemd.
Redacteur Laurens Arminius introduceerde in 1718 ter afsluiting van iedere maand de rubriek ‘Bijzonderheden’, met daarin (luchtige) personalia, inwoneraantallen van grote steden, rampen, natuurverschijnselen, bijzondere ontdekkingen, moorden en bizarre voorvallen. De jaargangen 1730-1732 bevatten thematische toevoegingen over respectievelijk sodomie, de Waldenzen en de paalworm.
In het eerste halfjaardeel van 1752 volgt na de recapitulatie van het nieuws uit het voorgaande jaar een romeins gepagineerde levensbeschrijving van stadhouder Willem IV. Het tweede halfjaardeel van 1754 opent met een eveneens romeins gepagineerde weergave van de intrede van Anna van Hannover in de regeringscolleges.

Relatie tot andere contemporaine periodieken
In 1690 drukte de Europische Mercurius waarschijnlijk de Hollandsche Mercurius (1650-1690) uit de markt, hoewel de initiatiefnemer van het eerstgenoemde nieuwsboek in zijn openingswoord aangeeft dat dit niet zijn bedoeling was. In 1756 overkwam de Europische Mercurius wellicht hetzelfde door de start van de fraaiere Maandelijkse Nederlandsche Mercurius (1756-1791).

Exemplaren
¶ Den Haag, Koninklijke Bibliotheek: 3072 C15-F4
¶ Full text deel 1-1 (jan/feb/mrt 1690), deel 1-2 (apr/mei/juni 1690), deel 1-3 (juli/aug/sept 1690), deel 1-4 (okt/nov/dec 1690), deel 2-1 (jan/feb/mrt 1691), deel 2-2 (apr/mei/juni 1691), deel 2-3(juli/aug/sept 1691), deel 2-4(okt/nov/dec 1691), deel 3-1 (jan/feb/mrt 1692), deel 3-2 (apr/mei/juni 1692), deel 3-3 (juli/aug/sept 1692), deel 3-4 (okt/nov/dec 1692), deel 4-1 (jan-juni 1693), deel 4-2 (juli-dec 1693) deel 5-1 (jan-juni 1694), deel 5-2 (juli-dec 1694), deel 6-1 (jan-juni 1695), deel 6-2 (juli-dec 1695), deel 7-1 (jan-juni 1696), deel 7-2 (juli-dec 1696), deel 8-1 (jan-juni 1697), deel 8-2 (juli-dec 1697), deel 9-1 (jan-juni 1698), deel 9-2 (juli-dec 1698), deel 10-1 (jan-juni 1699), deel 10-2 (juli-dec 1699), deel 11-1 (jan-juni 1700), deel 11-2 (juli-dec 1700), deel 12-1 (jan-juni 1701), deel 12-2 (juli-dec 1701), deel 13-1 (jan-juni 1702), deel 13-2 (juli-dec 1702), deel 14-1 (jan-juni 1703), deel 14-02 (juli-dec 1703), deel 15-1 (jan-juni 1704), deel 15-2 (juli-dec 1704), deel 16-1 (jan-juni 1705), deel 16-2 (juli-dec 1705), deel 17-1 (jan-juni 1706), deel 17-2 (juli-dec 1706), deel 18-1 (jan-juni 1707), deel 18-2 (juli-dec 1707), deel 19-1 (jan-juni 1708), deel 19-2 (juli-dec 1708), deel 20-1 (jan-juni 1709), deel 20-2 (juli-dec 1709), deel 21-1 (jan-juni 1710), deel 21-2 (juli-dec 1710), deel 22-1 (jan-juni 1711), deel 22-2 (juli-dec 1711), deel 23-1 (jan-juni 1712), deel 23-2 (juli-dec 1712), deel 24-1 (jan-juni 1713), deel 24-2 (juli-dec 1713), deel 25-1 (jan-juni 1714), deel 25-2 (juli-dec 1714), deel 26-1 (jan-juni 1715), deel 26-2 (juli-dec 1715), deel 27-1 (jan-juni 1716), deel 27-2 (juli-dec 1716), deel 28-1 (jan-juni 1717), deel 28-2 (juli-dec 1717), deel 29-1 (jan-juni 1718), deel 29-2 (juli-dec 1718), deel 30-1 (jan-juni 1719), deel 30-2 (juli-dec 1719), deel 31-1 (jan-juni 1720), deel 31-2 (juli-dec (1720), deel 32-1 (jan-juni 1721), deel 32-2 (juli-dec 1721), deel 33-1 (jan-juni 1722), deel 33-2 (juli-dec 1722), deel 34-1 (jan-juni 1723), deel 34-2 (juli-dec 1723), deel 35-1 (jan-juni 1724), deel 35-2 (juli-dec 1724), deel 36-1 (jan-juni 1725), deel 36-2 (juli-dec 1725), deel 37-1 (jan-juni 1726), deel 37-2 (juli-dec 1726), deel 38-1 (jan-juni 1727), deel 38-2 (juli-dec 1727), deel 39-1 (jan-juni 1728), deel 39-2 (juli-dec 1728), deel 40-1 (jan-juni 1729), deel 40-2 (juli-dec 1729), deel 41-1 (jan-juni 1730), deel 41-2 (juli-dec 1730), deel 42-1 (jan-juni 1731), deel 42-2 (juli-dec 1731), deel 43-1 (jan-juni 1732), deel 43-2 (juli-dec 1732), deel 44-1 (jan-juni 1733), deel 44-2 (juli-dec 1733), deel 45-1, deel 45-2, deel 46-1, deel 46-2, deel 47-1, deel 47-2, deel 48-1 (jan-juni 1737), deel 48-2(juli-dec 1737), deel 49-1 (jan-juni 1738), deel 49-2 (juli-dec 1738), deel 50-1(jan-juni 1739), deel 50-2 (juli-dec 1739), deel 51-1 (jan-juni 1740), deel 51-2(juli-dec 1740, deel 52-1 (jan-juni 1741), deel 52-2 (juli-dec 1741), deel 53-1(jan-juni 1742), deel 53-2 (juli-dec 1742), deel 54-1 (jan-juni 1743), deel 54-2(juli-dec 1743), deel 55-1 (jan-juni 1744), deel 55-2 (juli-dec 1744), deel 56-1(jan-juni 1745), deel 56-2 (juli-dec 1745), deel 57-1 (jan-juni 1746), deel 57-2(juli-dec 1746), deel 58-1 (jan-juni 1747), deel 58-2 (juli-dec 1747), deel 59-1(jan-juni 1748), deel 59-2 (juli-dec 1748), deel 60-1 (jan-juni 1749), deel 60-2(juli-dec 1749), deel 61-1 (jan-juni 1750), deel 61-2 (juli-dec 1750), deel 62-1(jan-juni 1751), deel 62-2 (juli-dec 1751), deel 63-1 (jan-juni 1752), deel 63-2(juli-dec 1752), deel 64-1 (jan-juni 1753), deel 64-2 (juli-dec 1753), deel 65-1(jan-juni 1754), deel 65-2 (juli-dec 1754), deel 66-1 (jan-juni 1755), deel 66-2(juli-dec 1755), deel 67-1 (jan-juni 1756), deel 67-2 (juli-dec 1756)

Literatuur
¶ J.W. Koopmans, ‘Publishers, Editors, and Artists in the Marketing of News in the Dutch Republic circa 1700: The Case of Jan Goeree and the Europische Mercurius‘, in: Daniel Bellingradt, Paul Nelles en Jeroen Salman (red.), Books in Motion in Early Modern Europe: Beyond Production, Circulation and Consumption  (Londen 2017), p. 143-167
¶ J.W. Koopmans, ‘Politics in title prints. Examples from the Dutch news book Europische Mercurius (1690-1756)’, in: M. Gosman en J.W. Koopmans (red.), Selling and rejecting politics in Early Modern Europe (Leuven, Parijs en Dudley, MA 2007), p. 135-149
¶ J.W. Koopmans, ‘Nieuwsprenten in de Europische Mercurius van 1730-1733’, in: Tijdschrift voor Mediageschiedenis 6 (2003), p. 5-27
¶ J.W. Koopmans, ‘Jan Goeree en zijn ontbrekende titelgedichten in de Europische Mercurius (1713, 1718, 1719 en 1727)’, in: Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman 26 (2003), p. 73-90
¶ J.W. Koopmans, ‘The glorification of three Prussian sovereigns in the Europische Mercurius (1690-1756)’ in: J. Luh, V. Czech en B. Becker (red.), Preussen, Deutschland und Europa 1701-2001 (Groningen 2003), p. 145-165
¶ J.W. Koopmans en C. Regtop, ‘“Zeeschuimers en verachtelijke Barbaaren”? Nederlandse nieuwsfragmenten over Barbarije in de achttiende eeuw’, in: Tijdschrift voor Zeegeschiedenis 21 (2002), p. 4-48
¶ J.W. Koopmans, ‘Vaticaan “watchers” in de 18de eeuw. Nederlandse berichtgeving over de pauswisselingen tussen 1700 en 1740’, in: Spiegel Historiael 36 (2001), p. 238-245
¶ F. Peeters, ‘Timotheus ten Hoorn, uitgever van de Europische Mercurius’, in: Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman 24 (2001), p. 43-45
¶ J.W. Koopmans, ‘De Europische Mercurius getypeerd (1690-1756)’, in: Groniek. Historisch Tijdschrift 33 (2000), p. 360-373
¶ J.W. Koopmans, ‘De presentatie van het nieuws in de Europische Mercurius (1690-1756)’, in: Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman 23 (2000), p. 117-133
¶ N. van der Steen, ‘De Europische Mercurius en de Maandelijkse Nederlandse Mercurius. De evolutie van een periodieke kroniek tot “de” Mercurius’, in: Ex Tempore 15 (1996), p. 211-235
¶ D. Geuke, ‘Laurens Arminius en zijn “bijzonderheden”’, in: Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman 15 (1992), p. 113-119.

Joop Koopmans