Fabrikeur in Brieven (1720)

Titelbeschrijving
De Fabrikeur in Brieven.

Periodiciteit
Wanneer het periodiek heeft bestaan en hoe lang, is onbekend. De datering is mede op grond van de getuigenissen van Hermanus van den Burg.
Van den Burg vraagt de lezers van zijn Amsterdamschen Argus hem trouw te blijven, om hem te ‘beschermen voor ’t Lot van den Fabrikeur’ (deel 2, nr. 48, 8 mei 1720). Kennelijk vond de Fabrikeur te weinig aftrek. Elders doet Van den Burg het voorkomen dat het blad is verboden, want ‘den Fabrikeur in brieven wel heeft konnen merken, dat elk de wereld het mous naar den mond niet kan koken’ (deel 2, nr. 52, 5 juni 1720). Ook Jacob Campo Weyerman suggereerde dat de schrijver van hogerhand de mond is gesnoerd. Hij schrijft in zijn Ontleeding van den Ontleeder der Gebreeken over de straf van de Fabrikeur in Brieven (nr. 1, 11 januari 1724).
De Fabrikeur in Brieven was een weekblad, aldus Weyerman in zijn Amsterdamschen Hermes (deel 1, nr. 27, 31 maart 1722).

Inhoud
Weyerman beschouwde de Fabrikeur als een van zijn (satirische?) voorzaten, al is hij er in de Rotterdamsche Hermes geenszins rouwig om dat het blad ter ziele is (nr 2, 17 september 1720). Zijn kritiek op de schrijfstijl van de Fabrikeur liegt er niet om. Aanvankelijk houdt Weyerman zich op de vlakte. In het ‘Papiere voorhangsel’, fol. 3v., voorafgaand aan het eerste deel van Weyermans Amsterdamschen Hermes (1722), noemt hij het blad slechts, als een van de ‘honigdieven’, die hij overigens geen blik waardig acht.
Maar later in dit tijdschrift spreekt Weyerman over ‘Brieven Fabriqueurs, die met den kwyl-lap loopen, / En week’lyks Zever-zaat aan ’t Worm-gespuis verkoopen’. In een voetnoot voegt hij er bovendien aan toe dat het ‘onnozel blauw blad’ is (deel 1, nr 27, 31 maart 1722). Zie ook het dieet van rijstebrij, dat de Fabrikeur voorgezet zou hebben gekregen volgens de Amsterdamschen Hermes (deel 1, nr. 36, 2 juni 1722).

Exemplaar
Geen exemplaar bekend.
De Fabrikeur werd als onderdeel van lot 5616 op woensdag 11 november 1868 te Groningen geveild, blijkens de Catalogus der uitgebreide bibliotheek nagelaten door de heer Jacob Baart de la Faille (Groningen 1868), deel 2, p. 223. Als verschijningsjaar wordt daar 1720 genoemd.

Rietje van Vliet