Fransche Spion (1778)

Titelbeschrijving
De Fransche Spion, te Londen. 

Periodiciteit
De eerste aflevering (‘stuk’) moet na 27 februari 1778 verschenen zijn omdat het ‘No. 1’ van de oorspronkelijke Franse tekst, L’Espion françois à Londres, van die datum is. Dat blijkt uit het voorkomen van deze datering bij dat eerste nummer, in de verzameling van de eerste vijf afleveringen van L’Espion, in een heruitgave te Londen in 1780. Volgens de Dictionnaire des journalistes verscheen L’Espion ‘en fascicules’ maar blijft de originele editie daarvan ‘introuvable’.
Een volgende aflevering van de Spion is vermoedelijk nooit verschenen. De recensent van de Vaderlandsche Letteroefeningen (1780) zegt verheugd te zijn dat een tweede ‘aanrigting’ van deze Spion nooit gevolgd is.

Bibliografische beschrijving
Deze aflevering bevat II (titelpagina) plus 140 pagina’s, in groot octavo. Na een simpele short title volgt de tekst, waarin soms kopjes gebruikt worden om de verschillende tekstdelen structuur te geven.

Boekhistorische gegevens
Titelpagina: ‘In ’sGravenhage, By H.H. van Drect [= Drecht] Boekverkooper in de Papestraat 1778’.
Prijs: 15 stuivers (fondslijst in Memorie aan het Koninglyk Genoodschap der Wetenschappen, Te London (Den Haag 1779)).

Medewerkers
De vertaler blijft onbekend. De oorspronkelijke auteur is Pierre Ange GOUDAR (1708-1791), Frans avonturier en literator.

Inhoud
Op de titelpagina prijkt het volgende motto: ‘Quid verum atque decens curo & rogo, & omnis in hoc sum’ (Hor. Lib. I. Ep. I. Ver. 2.) [vert. Wat waar en decent is, heeft mijn zorg en aandacht; en dat is alles waarom ik geef].
De uitgever-drukker beschrijft het werkje in zijn fondslijst achterin in de Memorie aan het Koninglyk Genoodschap der Wetenschappen, Te London (Den Haag 1779) aldus:

Een Werkje, waarin de Staatkunde zoo wel als de Zeden en het Gedrag der Engelschen, en de Modens der Vrouwen, gelyk die van alle andere Landen van Europa, zeer Geestig en Natuurlyk worden afgeschertst.

Achtereenvolgens vindt men beschouwingen over de noodzaak dan wel wenselijkheid van spionnen, zoals men daarnaast ook literaire Turkse, Perzische, Chinese, Joodse (Lettres Juives) en nog andere spionnen kent; de staten en machten in Europa; de mode; de stad Londen; het verslag van een Tartaar aan zijn khan over een reis door Engeland; de geschiedenis van Europa; de grondbeginselen van de geschiedenis in het algemeen, tot aan 1788; een analyse van de Engelse staatsinrichting en regering.

Relatie tot andere periodieken
In deel 2-1 van de Algemeene Vaderlandsche Letter-Oefeningen (1780) schrijft een anonieme recensent over de ‘vreemde wyze’ waarop de Fransche Spion zijn lezers de wereld rondvoert (p. 169-171). De bespreking is verre van positief.

Exemplaren
¶ Leiden, Universiteitsbibliotheek: PAMFLT 1778:II
Full text

Literatuur
¶ Claude Cristin en Marie-Françoise Luna, lemma ‘Pierre Ange Goudar‘, in: Dictionnaire des journalistes (1600-1789), ed. Jean Sgard (1999).

André Hanou