Friesche Courant (1795-1811)

Titelbeschrijving
¶ Friesche Courant (1795)
¶ Friesche Courant (1796-1798)
¶ Bataafsche Leeuwarder Courant (1798-1806)
¶ Vriesche Courant (1806-1811)
¶ Gazette de la Frise / Vriesche Courant (1811)

Periodiciteit
¶ De Friesche Courant verscheen van woensdag 3 juni 1795 t/m woensdag 5 september 1795 (28 nrs.). De frequentie was tweemaal per week. Op 8 september 1795 verscheen het bericht De schryvers en drukker der Friesche Courant, aan hunne vryheidlievende landgenooten in ’t algemeen, en aan de leezers van dat dag-blad in het byzonder.
De erven van Abraham Ferwerda, eigenaars van de Leeuwarder Courant (1752-heden), hadden het Hof van Friesland verzocht hun concurrent een boete op te leggen wegens wederrechtelijk verschijnen. De Friesche Courant deed een beroep op de vrijheid van drukpers, die sinds 20 februari 1795 door de Provisioneele Representanten des Frieschen Volks werd gepropageerd. Die impliceerde immers dat de tot dan toe verleende octrooien niet meer rechtsgeldig waren. Het verweer had evenwel geen succes, in die zin dat de Friesche Courant werd gelast zich voortaan verre te houden van beledigingen en ruziestukken. De krant hield daarna op te bestaan.
¶ In januari-februari 1796 was het in Friesland uiterst onrustig, maar uiteindelijk kwamen radicale unitariërs aan de macht. Het octrooi op de Leeuwarder Courant werd op 1 februari 1796 opgeheven en de erven Ferwerda werden gesommeerd de boete die de Friesche Courant had betaald, terug te betalen. Vanaf 2 maart 1796 verscheen de Friesche Courant opnieuw, deze keer onder het motto ‘Gelykheid, Vryheid en Broederschap’. Het laatste nummer dateert van donderdag 17 mei 1798. De frequentie was tweemaal per week, later driemaal per week. Er verschenen in deze periode ook 12 supplementen (Aanhangzels). De krant kreeg door het Uitvoerend Bewind van de Bataafse Republiek in 1798 een verschijningsverbod van zes weken opgelegd wegens ‘spotachtigen toon […], zouteloose satires [en] schampere uytdrukkingen’. Dit was mede aanleiding tot een nieuwe naamswijziging.
¶ Enkele dagen nadat de unitarische Staatsregeling voor het Bataafsche Volk als eerste Nederlandse grondwet in werking was getreden, werd de krant omgedoopt tot de Bataafsche Leeuwarder Courant. Nr. 1 verscheen op zaterdag 19 mei 1798, het laatste nummer (nr. 71) op zaterdag 14 juni 1806. De verschijningsfrequentie bleef driemaal per week. Er verschenen ook extra nummers, onder de titel Extra Ordinaire Bataafsche Leeuwarder Courant.
¶ Op 17 juni 1806 – enkele dagen na de officiële benoeming van Lodewijk Napoleon tot vorst van het Koninkrijk Holland – verscheen de krant onder een nieuwe titel: de Vriesche Courant. Met het volgnummer 72 werd aangesloten op dat van haar voorloper. Het laatste nummer dateert van woensdag 30 januari 1811 (nr. 13). De frequentie bleef driemaal per week.
¶ Op 3 augustus 1810 – Nederland maakte toen deel uit van het Eerste Franse Keizerrijk – werd het decreet uitgevaardigd dat er per departement nog slechts één krant mocht verschijnen. Deze moest tweetalig zijn en werd voortaan gecontroleerd door de prefect. De krant werd pas op 1 februari 1811 omgevormd tot de Gazette de la Frise / Vriesche Courant: een titel waarmee de courantiers vermoedelijk hoopten te kunnen voortbestaan als departementaal blad. Dit bleek echter een misrekening want op 31 juli 1811 verscheen het laatste nummer (nr. 91). De krant moest op last van de overheid samengaan met de Gazette de Leuwarde / Leeuwarder Courant (1811) en verdween daarmee voorgoed van het mediafront. Vanaf 2 augustus 1811 verscheen het tweetalige Journal du Département de la Frise / Dagblad van het Departement Vriesland.

Bibliografische beschrijving
De krant bestaat aanvankelijk uit 4 of 8 pagina’s in kwartoformaat (net als de Leeuwarder Courant). In 1796 wordt het formaat gewijzigd. Voortaan bevat de krant 2 of 4 bladzijden half folioformaat, in twee kolommen opgemaakt.
Het titelblok van de Friesche Courant bevat vanaf 1796 de leus ‘Gelykheid, Vryheid en Broederschap’, de titel, het volgnummer, de verschijningsdatum (ook conform de Franse revolutionaire kalender) en de vermelding van welk jaar ‘der Bataafsche Vryheid’.

Met ingang van 27 juni 1796 (nr. 43) staat er in het titelblok als titelvignet de Nederlandse vrijheidsmaagd met op haar lans een vrijheidshoedje.

Het titelblok van de Bataafsche Leeuwarder Courant heeft enkele wijzigingen ondergaan. Het motto ‘Gelykheid, Vryheid en Broederschap’ prijkt nog steeds bovenin het titelblok, het titelvignet is gewijzigd (met twee putti die de eendracht uitbeelden) en de Franse datumaanduiding is verdwenen. Opmerkelijk is de vermelding ‘Het Eerste Jaar der Een en Ondeelbaarheid’.

Op 14 november 1801 is het titelblok opnieuw gewijzigd. Het motto is verdwenen en er is een nieuw titelvignet: rondom een leeg ‘wapenschild’ (met daarin de naam Friesland) zijn van links naar rechts de zeegod Neptunus, de vrijheidsmaagd en de boodschapper Mercurius te zien. Zie bijvoorbeeld ook het vignet van de Vaderlandsche Courant (1795) van Verlem of de Nationaale Bataafsche Courant van Lieve van Ollefen (1797).

Per 2 januari 1802 is het titelvignet wat gedetailleerder uitgewerkt, waarbij het lege wapenschild nu is opgevuld met de klimmende leeuw uit het wapen van Leeuwarden. Met het kroontje boven het wapen heeft men ten tijde van de Bataafse Republiek blijkbaar geen probleem. Dit vignet raakt na verloop van tijd wat sleets maar blijft in gebruik tot en met het laatste nummer, 14 juni 1806.

De Vriesche Courant heeft het wapen van Friesland als titelvignet: met de twee gaande leeuwen en de zeven liggende blokjes (2-2-3). Het wapen wordt aan weerszijden vastgehouden door twee klimmende leeuwen.

Hoewel de tweetalige Gazette de la Frise / Vriesche Courant verscheen toen Nederland deel uitmaakte van het Eerste Franse Keizerrijk, bleef het kroontje op het wapen van Friesland staan. 

Boekhistorische gegevens
Johannes Seydel werkte zich op van drukker-uitgever van centsprenten en kinderboeken tot drukker-uitgever van overheidspublicaties en courantier. Hij staat bekend als vurig patriot. Sinds 1772 huurde hij het pand op de hoek van de Koningsstraat (de ‘Oude Bargekop’) van de erven van boekverkoper Johannes Scheverstein, waar zijn drukkerij was gevestigd. Hij kocht het in 1795 en verkocht het weer in 1797 aan grietman Frans Julius Johan van Eysinga, die hiermee zijn huis kon uitbreiden (Van Eysingahuis). Seydel wilde met de opbrengst zijn Friesche Courant financieren. 
Na 28 nrs. droeg hij de krant over aan zijn gezel Matthijs Koon, die met zijn dochter was getrouwd en in de Oosterstraat voor zichzelf was begonnen. Koon was eerder courantier geweest van de Goudasche Courant (1791-1805), maar had zich vermoedelijk in april 1792 hieruit teruggetrokken. Hij vestigde zich in 1793 in Leeuwarden, waar hij optrad als mede-uitgever van het Dagverhaal der Handelingen van de Provisioneele Representanten des Volks van Friesland (1795). 
In nr. 1 van de Friesche Courant (2 maart 1796) noemt Koon de verkoopadressen en de prijs per nummer:

Wordt uitgegeeven by M. Koon in de Oosterstraat te Leeuwarden, en te bekomen te Harlingen by V. v.d. Plaats en G.J. Stuurman, Franeker D. Romar, Sneek R. Bransma, Bolsward R. Looijinga, Dockum de Wed. H. Brouwer, Heerenveen T. Roorda, Holwert Klaas Igles, Groningen J. Oomkens, en verders alömme, à vier Duiten.

Ook vraagt Koon in ‘zijn’ nr. 1 van de Friesche Courant aan degenen die in het verleden ook al bijdragen hebben geleverd, dit opnieuw te doen. Bijdragen kunnen portovrij naar hem worden toegestuurd. Het plaatsen van advertenties van 1 tot 6 regels kost 8 stuivers, en daarboven per regel 1 stuiver extra. De prijs per aflevering is 4 duiten, een jaarabonnement kost 2 gulden en 10 stuivers.
Vanaf 2 april 1796 staat als uitgeefadres nog slechts ‘Wordt uitgegeeven by M. Koon in de Oosterstraat te Leeuwarden’. Dit adres wordt per 12 mei 1797 gewijzigd in ‘de Groote Kerkstraat, het tweede huis van de Pylsteeg, te Leeuwarden’, naast boekverkoper P.L. Ydema (aangekondigd op 9 mei 1797).
In de Bataafsche Leeuwarder Courant is dit adres onveranderd. Vanaf 1 januari 1803 staat Seydel weer in de colofon: ‘Te Leeuwarden, ter drukkerije van Johannes Seydel en Matthys Koon’. Dit is ook het geval in de Vriesche Courant en de daaropvolgende Gazette de la Frise / Vriesche Courant.

Medewerkers
Van Doorninck (1885) noemt als medewerkers van de Friesche Courant uit 1795: R. Dibbetz, C. Godschalk en Joh. Seydel zelf.
Reinier DIBBETZ (1764-1808) (ook wel: Dibbets) studeerde medicijnen in Franeker en werd arts in Heerenveen, waar hij actief deelnam aan de patriotse revolutie. Hij moest in 1787 de wijk nemen naar het buitenland. Na zijn terugkeer in 1795 was hij eerst kort redacteur van de Friese Courant van Seydel, maar al snel werd hij griffier van Provisionele Representanten van Friesland. Hij was gematigd in zijn opvattingen en federalist bovendien. Wegens de heftige troebelen moest hij zijn positie in februari 1796 opgeven. In Den Haag richtte hij het tijdschrift Heraclyt en Democryt (1796-1798) op, waarin hij uitvoerig aandacht bleef besteden aan de ‘Friese zaak’ en het onrecht dat hem was aangedaan.
De katholieke kleermakersgezel Cornelis GODSCHALK (1768-1837), afkomstig uit Breda, vluchtte in 1787 naar Noord-Frankrijk, waar hij een der voormannen van de Friese patriotten ontmoette. Hij maakte snel carrière in de patriottenbeweging en werd in 1795 secretaris van het Nationaal Comité Revolutionair. Hij behoorde tot de radicale stroming, stond bekend als militant en was fel voorstander van de eenheidsstaat. In de Friesche Courant pleitte hij dan ook krachtig voor deze in Holland zo populaire staatsvorm. Toen Dibbetz in 1796 moest vluchten, volgde Godschalk hem als griffier van de Representanten van Friesland op. Ze waren inmiddels elkaars doodsvijanden, aldus Kuyper (2003). De gematigde staatsgreep van juni 1798 maakte een einde van Godschalks politieke carrière. In de jaren 1802-1806 ging hij als een drankminnende notaris door een diep dal, waar hij weer uit kroop om in 1811 te worden aangesteld als commissaris van politie te Leeuwarden.
De courantier Johannes SEYDEL (1741-1811) was eveneens een van de contribuanten, net als zijn schoonzoon Matthijs KOON (1767-1836). Beiden behoorden tot de radicaal-revolutionairen van Friesland. De laatste was tevens een van de oprichters van de Leeuwarder volkssociëteit Tot Handhaving der Rechten van den Mensch. Bij zijn overlijden te Heerenveen op 25 december 1836 was er geen onroerend goed in de nalatenschap, aldus de plaatselijke boekverkoper Franciscus Hessel die als executeur-testamentair optrad.
Gerrit PAAPE (1752-1803) schreef ook voor de Friesche Courant, vaak onder een pseudoniem.

Inhoud
Radicaal-revolutionaire krant, door de courantier expliciet in de markt gezet als tegenhanger van het ‘Prulschrift’ de Leeuwarder Courant (2 maart 1796). De krant opent vaak met buitenlands nieuws, maar het binnenlandse nieuws zou domineren. Koopmans noemt in dit verband de sterke gerichtheid op het ‘Volk van Friesland’:

Het werk van de Friese politici in zowel Den Haag als het eigen gewest werd steeds uitgebreid uit de doeken gedaan. De plaatsing van ingezonden brieven en gedichten suggereerde bovendien een sterke band met de achterban.

Relatie tot andere periodieken
Na de samenvoeging van de Gazette de Leuwarde / Leeuwarder Courant met de radicale Gazette de la Frise / Vriesche Courant gingen beide kranten vanaf 2 augustus 1811 verder onder de titel Journal du Département de la Frise / Dagblad van het Departement Vriesland en een tweekoppige directie/redactie: Doeke Ritskes Smeding en Matthys Koon. Deze krant zou later weer worden omgevormd tot de Leeuwarder Courant
In 1820 kwam de Friesche Courant, waarvan Koon nog altijd de eigenaar was, opnieuw maar slechts voor korte tijd uit. Dolk (1979) noemt het een mislukte poging tot hervatting van zijn ‘in den jare 1811 door dwang gesupprimeerde Vriesche Courant’.

Exemplaren
¶ Den Haag, Koninklijke Bibliotheek
¶ Leeuwarden, Tresoar
¶ Amsterdam, Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG)
¶ Full text Friesche Courant (1796-1798), Bataafsche Leeuwarder Courant (1798-1806), Vriesche Courant (1806-1811) en Gazette de la Frise / Vriesche Courant (1811).

Literatuur
¶ Joop W. Koopmans, ‘Vroegmoderne kranten en regionaal besef in het noorden van de Republiek, circa 1740-1800’, in: D.E.H. de Boer en J. A. Weststrate (red.), Tussen streek en staat. Identiteit, beeldvorming en functioneren van regio’s aan de rand van Nederland rond 1800 (ter perse) 
¶ Jacques Kuiper, ‘De lotgevallen van een Friese Jacobijn, Cornelis Godschalk’, in: Historisch Tijdschrift Fryslân 19 (2013), nr. 6, p. 8-10
¶ Peter Altena, Gerrit Paape (1752-1803). Levens en werken (Nijmegen 2012)
¶ Marcel Broersma, Beschaafde vooruitgang. De wereld van de Leeuwarder Courant 1752-2002 (Leeuwarden 2002), passim
¶ Jacques Kuiper, Een revolutie ontrafeld. Politiek in Friesland 1795-1798 (Groningen 2002)
¶ W. Dolk, ‘Het boek in de Leeuwarder patentregisters’, in: Jaarboek De Vrije Fries 59 (1979), p. 73-92, aldaar p. 80 en 91
¶ J.W.H. Witsen Elias en J. Piebenga, Twee eeuwen Leeuwarder Courant (Leeuwarden 1952), p. 26
¶ J.I. van Doorninck, Vermomde en naamlooze schrijvers opgespoord op het gebied der Nederlandsche en Vlaamsche letteren, deel 2 (Leiden 1885), p. 152.

Rietje van Vliet