Geldersche Historische Courant (1786-1787)

Titelbeschrijving
Geldersche Historische Courant.
Er zijn ook bijlagen bekend: elf afzonderlijk genummerde Geldersche Historische Na-Couranten en twee Byvoegsels.

Periodiciteit
De krant verscheen van zaterdag 30 december 1786 tot en met zaterdag 10 november 1787 (129 nrs.). De Geldersche Historische Na-Courant verscheen als bijlage – soms op dezelfde dag, andere keren een dag later – bij de afleveringen 17, 29, 39, 58, 67, 77, 80, 82, 83, 112, 115. De Byvoegsels verschenen bij aflevering 26 en 89.
Het blad kwam aanvankelijk driemaal per week uit, op dinsdag, donderdag en zaterdag. Later werd dit twee keer per week, op dinsdag en vrijdag, ‘om dat zulks beter met de postdagen [in Holland en West-Friesland] schikt’ (nr. 93). Toen de Pruisen hun invasie begonnen waren, werd de frequentie weer driemaal in de week (nr. 107).
Blijkens het titelvignet werd de krant met privilege van de Staten van Gelderland uitgegeven. De stad Zaltbommel verleende de courantier op 27 december 1786 een octrooi voor tien jaar. Dit werd op 12 november 1787 op verzoek van de courantier ingetrokken.

Bibliografische beschrijving
Vrijwel alle afleveringen zijn een half vel folio groot. Het eerste nummer is in tegenstelling tot de volgende afleveringen nog niet in kolommen gedrukt.
Diverse keren is geprobeerd de Geldersche Historische Courant te verbieden. Vlak na de start, in januari 1787, weigerden de Rotterdamse heren van de Weth Charles Richard Hake toestemming te verlenen tot verkoop van de krant. In juli 1787 werd in Rotterdam een complete zending kranten in beslag genomen, die de vrouw van de courantier naar Rotterdam had gebracht. Het was de schout echter vooral te doen om de grote partij (Concept) Declaratoir der ingezetenen van Holland en West-Friesland, zoo in de steeden als ten platte lande, tot herstelling van Zyn Doorluchtige Hoogheid Willem den Vyfden, die net als de krant zelf duidelijk ook uit Zaltbommel afkomstig was (nr. 87).
In Utrecht werden boekverkopers in april van hetzelfde jaar aangehouden omdat de krant vol stond met kritiek op de bemoeienissen van de Neude-Raden met de predikanten (Na-Courant nr. 3). Met ingang van 18 juli 1787 gold in Holland een algemeen verbod van de Bommelse krant, ingesteld door de Gecommitteerde Raden van de Staten van Holland. De courantier werd persona non grata verklaard (zijn reactie in Byvoegsel bij nr. 89, en nr. 93).

Boekhistorische gegevens
De krant werd in Zaltbommel uitgegeven door courantier Johannes Olivier en vermoedelijk gedrukt door Roeland de Meyere. In de bedrijfsvoering werd Olivier bijgestaan door zijn vrouw Maria Elisabeth (Emilie) Schilperoort en haar nicht Margaretha Weygel.
Initiatiefnemer was vermoedelijk James Harris, Engels gezant aan het stadhouderlijk hof. Hij zou de krant ook financieel hebben gesteund. Wellicht heeft hij de Na-Courant en de Byvoegsels betaald, want die lijken door afwezigheid van iedere prijsindicatie gratis te zijn uitgedeeld. Wellicht kreeg de courantier, net zoals enkele andere orangistische propagandaschrijvers, nog een toelage van stadhouder Willem V. Bewijzen voor dit alles zijn echter niet aangetroffen.
De oplage was naar schatting ongeveer 3000 exemplaren. De krant was dan ook in het hele land verkrijgbaar (nr. 1): Hendrik Arends (Amsterdam); J. Nyhoff (Arnhem); de directeuren van het Post-Comptoir van Amersfoort, Breda, ’s-Hertogenbosch, Brielle, Culemborg, Kleef; M. Henrichs (Almelo); Poelman & Zoon (Delft); P. van Braam (Dordrecht); L.A. Karssenberg (Deventer); M. Semeyns (Enkhuizen); D. Romar (Franeker); L. Huizingh (Groningen); N. Goetzee (Gorinchem); W. Verblaauw (Gouda); J. Huysman (Goes); J.F. Jacobs d’Agé (’s-Gravenhage); N. Beets (Haarlem); V. van der Plaats (Harlingen); L. Vermande (Hoorn); J. van de Kasteel (Harderwijk); S. Perk (Leiden); G.M. Cahais (Leeuwarden); P. Gillissen & Zoon (Middelburg); Landmeter (Maastricht); H. Monté (Middelharnis); A. van Goor (Nijmegen); Gevers (Oudewater); C.R. Hake (Rotterdam); J.G. Poolman (Schiedam); T. Repelius (Tiel); G van den Brink (Utrecht); J. Nortier (Vlissingen); Van Bulderen (Zutphen); S. Clement (Zwolle); J. de Kanter en Zoon (Zierikzee).
Later werden de postkantoren toegevoegd van Schoonhoven, Heusden, Geertruidenberg, Doesburg, Wageningen, Grave en Emmerik. De verkopers in Haarlem, Oudewater en Gouda trekken zich dan terug (nr. 11).
Het eerste nummer is een prospectus; pas in de tweede aflevering begint het echte nieuws.
De prijs per aflevering bedroeg 1 stuiver; een jaarabonnement kostte ƒ 7. Advertenties kostten ƒ 1 voor de eerste drie regels; bij vier of meer regels betaalde men 5 stuivers per regel (nr. 1). Grote adverteerders waren de orangistische boekverkopers Luzac & Van Damme uit Leiden en Ahasverus van Goor uit Nijmegen.

Medewerkers
De courantier Johannes OLIVIER (1751-1808), geboren te Leeuwarden, begon zijn carrière als impostambtenaar in Rotterdam. Hij verrichtte hand- en spandiensten voor de Ouderwetse Nederlandsche Patriot, en schreef tegelijkertijd ook voor de Post naar den Neder-Rhijn. Olivier werd als douanier overgeplaatst naar Middelharnis, waar hij in 1786 ontslag nam om als hoofdredacteur de Geldersche Historische Courant van de grond te doen tillen. Na de wetverzetting door de Pruisische troepen werd hij door de nieuw geïnstalleerde vroedschap van Utrecht aangesteld tot courantier van de Utrechtsche Courant (nr. 129). Volgens zijn zoon was Olivier een vermogend man, die na het overlijden van zijn eerste vrouw getrouwd was met de Engelse Charlotte Sophie Hake (1763-1795).
Ook Emilie SCHILPEROORT (†1790) schreef voor de krant, in ieder geval het relaas over haar confrontatie met de Rotterdamse schout waarbij al het drukwaar uit Zaltbommel in beslag werd genomen (nr. 87). Van Margaretha WEYGEL (1766-??), met wie Olivier zijn hele leven samenwerkte, is niet bekend of zij ook voor de Bommelse krant schreef; wel stond ze in 1796 bekend als ‘Courantierster of Schrijfster’. Vanuit Alphen aan den Rijn maakten ze samen nog de Stichtsche nu Rhijnlandsche Courant.
Olivier verzocht de provinciale en stedelijke overheden hun stukken voor publicatie naar hem toe te sturen. Ook nodigde hij belangstellenden uit ‘opregte Berigten’ toe te zenden. Hun anonimiteit was gewaarborgd (nr. 1). Van een zeer beperkt aantal auteurs staat inmiddels vast dat er geschriften van hun hand gepubliceerd zijn in de Geldersche Historische Courant. Zo heeft de latere politicus Gijsbert Karel VAN HOGENDORP (1762-1834) onder het pseudoniem Vrymond drie ‘Brieven aan den heer Zeeberg’ geschreven (nrs. 50, 54. 57). Ook publiceerde hij twee ingezonden brieven, die hij ondertekende met ‘De Vrank’ (nrs. 43, 44). Herman TOLLIUS (1742-1822), gouverneur van de kinderen van de stadhouder, heeft eveneens een bijdrage geleverd (nr. 63).

Inhoud
De Geldersche Historische Courant was een orangistisch nieuwsmedium. Er stond zoveel onzin in kranten en tijdschriften, aldus Olivier, dat de tijd rijp was voor een krant waarin de waarheid niet werd verdraaid. Daarom bevatte zijn krant letterlijke overnames van staatsstukken, resoluties en missiven, eventueel voorzien van een kort objectief commentaar (nr. 1).
Deze partijonafhankelijke positie blijkt echter al vanaf de eerste bladzijde ver te zoeken. In de krant stonden dikwijls levendige ooggetuigenverslagen van en ingezonden brieven over aanvaringen met patriotten. Zo kregen orangistische boekverkopers, behorend tot het resellers-netwerk van Olivier, ruimte om hun verhaal te doen: Hendrik Arends uit Amsterdam (nrs. 59, 63), Jacob Cornelis ten Bosch en Jacob van Rossum uit Utrecht (nrs. 58, 61) en Anne Jeltema uit Leeuwarden (nr. 76).
Verder gaan veel berichten over de diplomatieke onderhandelingen met Frankrijk en Engeland, over de rol van de stadhouder daarbij en over het elan waarmee het volk de gehate patriotten tegemoet trad en de overwinningen die waren behaald. Vol afgrijzen werd verslag gedaan van de Utrechtse Neude-Raden die predikanten hadden opgedragen vanaf de kansel hun evangelie patriots te kleuren. De aanhouding van Wilhelmina van Pruisen bij Goejanverwellesluis was aanleiding tot pagina’s lange tirades.
Behalve voor het staatkundige nieuws was er in de krant plaats voor wetenschapsnieuws en bijvoorbeeld economisch nieuws. Daarom werden ook de ‘Beoeffenaren van Geleerdheid, Taalkennis en Kunsten’ uitgenodigd hun bijdragen aan de krant in te zenden. Zij hebben aan deze oproep echter weinig gehoor gegeven.
De krant bevat ook opmerkelijk groot aantal satirische beschouwingen waarin de patriotten doelwit waren.

Relatie tot andere periodieken
Door de hele krant heen worden uiteenlopende bronnen genoemd, nu eens van duidelijk orangistische signatuur, dan weer afkomstig uit de stadhouder welgevallige staten. Zo zijn er extracten opgenomen uit bijvoorbeeld de Courier du Bas Rhin (1767-1810), de Erlanger Real Zeitung (1741-1829), de Berlinische Nachrichten von Staats und gelehrten Sachen (1740-1874)), de Lloyd’s Evening Post (1772-1836) en de Hanauer Neue Europäische Zeitung (1784-1799).
De aanhouding van Emilie Schilperoort, met de inbeslagname van de Geldersche Historische Courant en het beruchte (Concept) declaratoir van Willem V is in meerdere periodieken terug te vinden. Bekend zijn in dit verband: de neutrale Nieuwe Nederlandsche Jaerboeken (nr. 22-3), de orangistische Brielsche Courant (14-8-1787) en de patriotse Hollandsche Historische Courant (geen datum bekend).
De patriotse Haagsche Correspondent begon direct na het verbod in juli 1787 met een pastiche: de ‘Nieuwe Geldersche Historische Courant’. Hierin werden stijl en berichten van de Bommelse courantier geparodieerd.

Exemplaren
¶ Arnhem, Bibliotheek Centrum: Magazijn 370 B 8

Literatuur
¶ R. van Vliet, ‘Wy zyn immers Prinsluidjes met malkander’, in: P. van Wissing (red.), Stookschriften (Nijmegen 2008), p. 129-148
¶ T. Jongenelen, ‘O so mooy! o so fraay! o so curieus! De Lanterne magique’, in: Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman 31 (2008) 2, p. 124-134
¶ W.P. Sautijn Kluit, ‘De Geldersche Historische Courant’, in: De Nederlandsche Spectator 1873, 25-26, 34-36
¶ J.L.B. de Muralt, ‘Geschiedkundig overzicht betreffende de Utrechtsche couranten’, in: Utrechtsche volks-almanak 1858, p. 108-128.

Rietje van Vliet