Gemeene Man aan het Gemeene Volk van Nederland (1793)

Titelbeschrijving
De Gemeene Man aan het Gemeene Volk van Nederland.

Periodiciteit
Het jaar van uitgave wordt voor het eerst vermeld in de colofon van nr. 7: 1793. Er zijn 16 nrs. verschenen, drie maal per week op dinsdag, donderdag en zaterdag. Nr. 1 eindigt met ‘Nieuwjaarsdag 1793’. Nr. 16 is volgens Rosendaal (2008) verschenen op 5 februari 1793.
Op diezelfde dag werd het blad, samen met Vryhart aan het Volk van Nederland over de waare Constitutie (1793), verboden door de Gecommitteerde Raden van de Staten van Zeeland, die ze beschouwden als schadelijk voor de openbare rust. Dit verbod had echter weinig van doen met het einde van het blad. In nr. 16 kondigt de auteur namelijk het (voorlopig) einde aan. Hij trok op 17 februari met het Bataafse Legioen Staats-Brabant binnen.

Bibliografische beschrijving
De afleveringen tellen 4 pagina’s in octavo (64 pagina’s). Het titelblok bevat slechts het volgnummer en de titel.

Boekhistorische gegevens
Colofon nr. 7: ‘T’Antwerpen, Ter drukkery van de Bataven, By J.E. Parys, Boek-drukker’. De stok in nr. 8 voegt er twee verkoopadressen aan toe:

Te Parys by H.J. Jansen, Boek-drukker, Cloître Saint-Honoré, en te Brussel in de Hollandsche Societeit by Fullings, Rue Verte.

Colporteur was onder anderen de kruidenier Pieter Jansse van Tooren uit Fijnaart, die exemplaren betrok van Van Riemsdijk & Van Bronkhorst uit Bergen op Zoom. Jansse van Tooren belandde hiervoor in de Haagse Gevangenpoort.
Prijs per aflevering: 1 oortje (incl. verzendkosten). Rosendaal (2008) vermoedt dat het ministerie van Buitenlandse Zaken van Frankrijk het blad heeft gesubsidieerd.

De drukkerij van de Bataven was tevens het correspondentieadres. Joannes Engelbertus Parys (1756-1806) stamt uit een gerenommeerd Antwerps boekverkopersgeslacht en heeft kennelijk zijn persen aan de uitgeweken patriotten uit de Noordelijke Nederlanden beschikbaar gesteld. Parys had eerder werk van de statist Hendrik van der Noot gedrukt en drukte na de Franse inval van Antwerpen (1792) voor het nieuwe bewind. Jansen drukte voor de Nederlandse vluchtelingen Le Batave (1793-1796). De Hollandsche Sociëteit in Brussel was het trefpunt voor de refugiés in die stad. Van Riemsdijk & Van Bronkhorst uit Bergen op Zoom staan bekend om hun uitgaven van patriotse auteurs als Bernardus Bosch.

Medewerkers
De schrijver is mr. Johannes Conradus DE KOCK (1756-1794) uit Heusden. Hij ontwikkelde zich tot overtuigd patriot en richtte zich steeds meer op de nationale politiek, onder meer door deelname aan de landelijke vergaderingen van patriotse genootschappen. In 1787 vluchtte hij naar Parijs, waar hij als bankier werkzaam was. 
In 1792 trad hij toe tot het Comité Batave, dat de administratie verzorgde van het Bataafse Legioen, en later dat jaar tot het zeskoppige Comité Revolutionair der Bataven dat zich inzette om het ‘stadhouderlijk despotismus’ te vernietigen. Medio december vestigden drie leden van dit laatste Comité zich in Antwerpen, onder wie De Kock, om van daaruit het Nederlandse volk met behulp van een propagandacampagne warm te maken voor een revolutie. Men begon met het genoemde manifest Vryhart aan het Volk van Nederland over de waare Constitutie, waarna het tijdschrift de Gemeene Man volgde.
De Kock was bevriend met J.C. Hespe en schreef ook in diens Politieke Kruyer. Verder was hij betrokken bij de opstelling van het Leids ontwerp. De Kock kwam in 1794 onder de guillotine aan zijn einde, tegelijk met zijn bevriende buurman Jacques-René Hébert, schrijver van het ultrarevolutionaire blad Père Duchesne (1790-1794) en Anacharchis Clootz. De Kock werd er onder meer van beschuldigd te heulen met de overgelopen generaal Charles-François Dumouriez.

Aan de oproepen in de Gemeene Man om bijdragen in te zenden werd weinig gehoor gegeven. Alleen de patriot Paul Henri MARRON (1754-1832), de voormalige ambassadepredikant in Parijs en vriend van De Kock, stuurde een bijdrage toe (nr. 6).

Inhoud
Propagandablad waarmee De Kock namens het Comité Revolutionair der Bataven de Nederlandse gewone man wil voorbereiden op de aanstaande bevrijding van de Republiek. De Franse legeraanvoerder Dumouriez wordt gezien als de ‘verlosser’.
In de afleveringen wordt steeds een bijbelcitaat uitgewerkt die de idee onderstreept dat alle mensen gelijk zijn en dat, aldus Rosendaal (2008), heerschappen de gewone man blinddoeken en brengen tot buitensporigheden. De gelijkheid van mensen wordt niet alleen in de bijbel aangetoond, maar ook in het natuurrecht.
Niemand heeft het recht om de ander te overheersen. Het volk kan heel goed voor zichzelf zorgen door bijvoorbeeld zelf de wetten te maken waaraan het onderworpen moet worden. Belastinggeld verspillen aan rijke, corrupte en tirannieke regenten is uit den boze. Vanwege het gelijkheidsideaal moet ook de rechtspraak worden aangepakt. De executie van Lodewijk XVI was gerechtvaardigd omdat hij de rechten van het volk met voeten trad. Het waren omineuze woorden voor Oranje.

Exemplaren
¶ Den Haag, Koninklijke Bibliotheek: KW 3162 G 47 (nrs. 1-14)
¶ Antwerpen, Plantin-Moretus: EPfl 992:(40,17) (nrs. 15-16)
¶ Full text nrs. 1-14

Bronnen
Nieuwe Nederlandsche Jaarboeken, deel 28 (februari 1793)p. 315.

Literatuur
¶ Joost Rosendaal, Tot Nut van Nederland. Polarisatie en revolutie in een grensgebied, 1783-1787 (Nijmegen 2012), p. 17-22, 58-63 en passim
¶ Joost Rosendaal, ‘Het eerste propagandatijdschrift. De Gemeene Man aan het Gemeene Volk van Nederland’, in: Pieter van Wissing (red.), Stookschriften. Pers en politiek tussen 1780 en 1800 (Nijmegen 2008), p. 199-216
¶ Joost Rosendaal, Bataven! Nederlandse vluchtelingen in Frankrijk 1787-1795 (Nijmegen 2003), p. 520-523, 544, 554-555, 565.

Rietje van Vliet