Goessche Courant (1795)

Titelbeschrijving
Goessche Courant.

Periodiciteit
De krant verscheen vanaf 2 januari 1795 en zou volgens het octrooi driemaal per week verschijnen. Na enkele nummers hield de Goese krant echter op te bestaan. Nadat op 19 januari 1795 de Bataafse Republiek was uitgeroepen, had de krant geen bestaansrecht meer.

Bibliografische beschrijving
Het nieuws is in twee kolommen opgemaakt. In het titelblok staan achtereenvolgens: volgnummer, jaartal en – aan weerszijden van het stadswapen van Goes – de titel en verschijningsdag en –datum. Verticaal in de marges staan advertenties.

Boekhistorische gegevens
De krant verscheen ‘voor rekening van de ondernemers bij J. Huisman, te Goes, en bij J. Koene, op den Langenburgt te Middelburg’.
Paul Jean de Convenent (Convenant) was de initiatiefnemer van de Goessche Courant. Hij was het die in de Zeeuwsche Avondbode (december 1794) de komst van de nieuwe krant aankondigde. Ook uit het octrooi van de stad Goes blijkt dat Convenent de initiatiefnemer was. Huisman was er als distributeur (‘Onderneemer’) bij betrokken. De naam van Jurriaan Koene wordt in het octrooi niet genoemd omdat het Middelburgse stadsbestuur hem aanvankelijk verbood de Goese krant te gaan drukken. Dit leidde tot enige ambtelijke schermutselingen tussen beide steden. Het vermoeden is dat Koene ook als financier van het project van belang was voor de nieuwe uitgave.
Het octrooi was geldig voor de periode van drie jaar, 1 januari 1795 tot en met december 1797. Voorwaarden waren onder meer dat de krant binnen twee dagen moest worden uitgeleverd, dat de courantier zich zou onderwerpen aan een dagelijkse inspectie en dat de krant voor eigen rekening én risico zou worden vervaardigd. Het jaarlijkse recognitiegeld bedroeg 200 gulden.

Medewerkers
Paul Jean DE CONVENENT (1743-1812) startte na diverse mislukte pogingen om zelf een krant te beginnen op 2 januari 1795 met de Goessche Courant. Eerder had hij, aanvankelijk patriot maar later ijverig oranjeklant, geprobeerd de rechten op de Middelburgsche Courant te verwerven. Hij had als redacteur niet alleen voor die krant gewerkt, maar ook voor de Zeeuwsche Avondbode (1793-1794).
Deze keer hadden hij en de ‘Onderneemers’ geen ongelukkiger moment kunnen kiezen want ruim veertien dagen na het verschijnen van het eerste nummer, werden in de Republiek de politieke vlaggen verhangen en moest Convenant zich als orangist uit de voeten maken. Hij vertrok naar Holland. In Den Haag werd hij wiskundeleraar bij de Fundatie van Renswoude.

Inhoud
De antipatriotse houding van de courantier zal de berichtgeving beslist hebben gekleurd. In het Voorbericht leest men al over het feit dat ‘wy den Vyand op eigen Bodem hebben’. Later echter klinkt de belofte van ‘de Onderneemers’ om onpartijdig verslag te doen van de gebeurtenissen.
Bijzonder is het voornemen van Convenent om veel aandacht te besteden aan het binnenlandse nieuws, waarmee hij zich wenste te onderscheiden van de gemiddelde Nederlandse krant die zich voornamelijk concentreerde op het buitenlandse nieuws. Hoewel Convenent zich realiseerde dat deze keuze risico’s met zich mee zou brengen, nam hij zich voor

het Inlands Staats- Kerkelyk en ander dagelyksch voorvallend Nieuws, voor zoo verre zulks blykbaar geene geheim zoude zyn, of de Raadplegingen en Maatregelen der Overheden vooruit zouden loopen, zorgvuldig medetedelen.

Relatie tot andere periodieken
De Goessche Courant noemt zich in het Voorbericht, in het eerste nummer, nadrukkelijk de opvolger van de Zeeuwsche Avondbode. Pas in 1813 kreeg Goes een nieuwe krant, die wederom de Goessche Courant (1813-1932) werd genoemd.
Stilistisch gezien zag Convenent de Courier de Londres (1788-1820) en de Courier de l’Europe (1776-1792) als zijn voorbeelden: ‘geen droge en dorre dooreen gewarde Controlle van den Tegenwoordigen Tyd’.

Exemplaar
¶ Amsterdam, Persmuseum: PM 8878 (nr. 1).

Bron
¶ Goes, Gemeentearchief: inv.nr. 1, toegang 2536 (concept-octrooi Goessche Courant 1794).

Literatuur
Website Historie van Goes, hoofdstuk Goes in de 18e eeuw; Cultuur 1793-1800.
¶ H.P. Abrahams, De pers in Zeeland 1758-1900 (’s-Gravenhage 1912), p. 251-259.
¶ F. Nagtglas, Levensberichten van Zeeuwen, deel 1 (Middelburg 1890), p. 132-133.

Rietje van Vliet