Groninger Courant (1743-1878)

Titelbeschrijving
Groninger courant.
De krant verscheen achtereenvolgens als Geoctrojeerde Groninger Courant (1743), Opregte Nieuwe Groninger Courant (1743-1748), Opregte Groninger Courant (1748-1773) en Groninger Courant (1773-1811).
In de Franse tijd werd de krant omgevormd tot Gazette de Groningue / Groninger Courant (1811), Advertentiën van het Departement der Wester-Eems (1811), Feuille d’Affiches, Annonces, Avis Divers de Groningue / Advertentieblad, Bekendmakingen en Onderscheidene Berigten van Groningen (1811-1813).
Het Advertentieblad (1813-1814) ging alleen in het Nederlands verder. Daarna keerde de Groninger Courant (1814-1878) terug aan het Groningse mediafront.
Er verschenen door de jaren heen ook bijzondere nummers, extraordinaire couranten, supplementen, bijvoegsels en na-couranten.

Periodiciteit
Ondanks de naamswisselingen werden de kranten, behalve in de Franse tijd, in doorlopende nummering uitgegeven. De verschijningsfrequentie was tweemaal per week, op dinsdag en vrijdag. De Geoctrojeerde Groninger Courant was een éénmalige uitgave (4 januari 1743).
Op 8 januari vervolgde de krant als Opregte Nieuwe Groninger Courant. Op 11 december 1747 kreeg de courantier van de Groninger raad een waarschuwing wegens ‘hatelyke of aenstootelyke passagien’: hoewel provincies als Zeeland en Holland allang ‘om’ waren, waren de Groningse regenten niet steeds gediend van de oranjegekleurde berichtgeving. Drie maanden later, op de geboortedag van Willem V (8 maart 1748), werd de courantier het octrooi op de krant alsnog ontnomen, zogenaamd wegens verscheidene ‘reproches tegen een naburige overheid’. Het verschijningsverbod duurde tot 10 juni 1748.
Op 11 juni 1748 verscheen de krant opnieuw, nu als Opregte Groninger Courant. Onder deze titel bleef de krant voortbestaan tot en met 4 mei 1773. Met ingang van 7 mei 1773 heette de krant Groninger Courant. Nadat bij decreet van 9 juli 1810 besloten was dat kranten tweetalig moesten worden, kreeg de Groninger Courant per 1 februari 1811 de dubbele titel Gazette de Groningue / Groninger Courant (t/m 28 juni 1811). Vanaf 9 april 1811 mocht in elk van de acht departementen nog maar één nieuwsblad verschijnen. Dit decreet werd niet in alle departementen in hetzelfde tempo tot uitvoering gebracht. Eerst per 1 juli 1811 werd de krant op last van de prefect van het departement van de Wester-Eems opgeheven. De courantier van de concurrerende Ommelander Courant kreeg het recht om in het departement zijn nieuwsblad voort te zetten.
Een tweede keizerlijk decreet verruimde in zekere zin het mediabeleid, met als gevolg dat er per departement één nieuwsblad en maximaal vier advertentie- of mededelingenbladen mochten verschijnen. Per 13 december 1811 kwam de courantier van de voorheen Ommelander Courant met het tweetalige Feuille d’Affiches, Annonces, Avis Divers de Groningue / Advertentieblad, Bekendmakingen en Onderscheidene Berigten van Groningen uit. De eigenaresse van de Groninger Courant diende over deze rechtsongelijkheid een klacht in bij de directeur-generaal voor de boekdrukkerijen te Parijs. Zij vond gehoor en mocht, op last van Parijs, op 7 februari 1812 het tweetalige Feuille d’Affiches van haar concurrent overnemen. Deze krant verscheen t/m 12 november 1813. Daarna werd de krant alleen onder de Nederlandstalige titel voortgezet. Dit hernieuwde Advertentieblad, Bekendmakingen en Onderscheidene Berigten van Groningen verscheen van 16 november 1813 t/m 28 juni 1814.
Pas op 1 juli 1814, meer dan een maand nadat de Fransen in Groningen het veld hadden geruimd, was er weer sprake van een Groninger Courant.

Bibliografische beschrijving
De krant is ter grootte van een half of (na 1789) heel vel folioformaat. Na 1798 zijn de afmetingen van het folioformaat wisselend. Er zijn Na-Couranten in kwarto.

De tekst is met uitzondering van de advertenties (door de oprichter van de krant ‘Bekentmakingen’ genoemd) opgemaakt in twee kolommen. Het titelblok heeft achtereenvolgens jaartal en volgnummer, aan weerszijden van het titelvignet de titel met daaronder dag en datum. Het vignet is het wapen van Groningen, met de twee koppige adelaar, gedekt door een keizerskroon.
De volgende data zijn gebaseerd op het bestudeerde (onvolledige) exemplaar. Per 16 april 1743 verschijnt het vignet in een modernere uitvoering. In 1790 ondergaat het vignet opnieuw enkele wijzigingen. Van 23 februari 1790 t/m 30 april 1790 is een groot vignet afgedrukt, met omkranst wapen van Groningen, getooid met kroon. Na 4 mei 1790 is het een omkranst wapenschild van Groningen, getooid met kroon die aan weerszijden van de krans gedragen wordt door twee hoornen des overvloeds. Vanaf 23 maart 1798 t/m 31 december 1800 heeft het titelblok geen vignet. Na 29 juni 1802 is het vignet terug.
Vanaf 13 februari 1795 komt het motto ‘Vryheid, Gelykheid, Broederschap’ in het titelblok te staan. Onder het vignet: ‘Het eerste [tweede enz.] jaar der Bataafsche vryheid’.
Vanaf 1 december 1795 wordt de krant gedrukt in een nieuwe letter (aankondiging van de uitgever).

Toen de krant op 1 februari 1811 tweetalig werd, verscheen de titel links van het vignet in het Frans, en rechts in het Nederlands. Ook het algemene nieuws werd in twee talen afgedrukt, met uitzondering van het lokale nieuws.

Boekhistorische gegevens
Aanvankelijk luidt het impressum op de achterzijde: ‘Deze Couranten worden te Groningen by Jacobus Sipkes gedrukt en uitgegeven’.
Op 4 januari 1785 is de krant ‘Gedrukt by de Wedw. S. Hoitsema in de Steentil Straat’. Op 23 februari 1790 is het impressum achterwege gelaten, wellicht wegens de verhuizing. Vanaf 30 april 1790 heet het: ‘Te Groningen, by A.S. Hoitsema  in de Oude Boteringe Straat’. In vergelijkbare bewoordingen blijft dit het geval t/m het laatst bestudeerde exemplaar van 29 januari 1811.

In het begin is Sipkes duidelijk bezig een netwerk van verkooppunten op te bouwen. Als hij ze vermeldt, dan is het na het impressum: ‘En zyn mede te bekomen, te Amsterdam by Rykhof Junior tegen over de Trappen van de Beurs, ’s Gravenhage O. en P. van Thol, Nymegen H. Heyman, Deventer A. van Wezel, en tot Zwolle by G. van Straten. Boekverkopers’ (15 januari 1743). Aan dit rijtje worden een Utrechtenaar en vier noorderlingen toegevoegd: ‘Uitrecht A. Lobedanius, Leeuwaarden Putting, Franeker Uding, Harlingen Jongma, en te Embden by Brantgem’ (1 februari 1743). Laatstgenoemde boekverkoper verdwijnt echter het volgende nummer weer van het toneel. Een maand later zijn ook de Franeker, Deventer, Nijmeegse en Zwolse boekverkopers uit de colofon weggehaald. Voor hen zijn nogal wat Hollandse boekverkopers in de plaats gekomen: ‘Delft Graauwenhaan, Rotterdam A. Obreen, Haarlem Assendelft, Enkhuizen Callenbach, Sneek Zeylstra. Boekverkopers. En te Dockum Anna Courant [veel later genaamd: Anna Derks]’ (5 maart 1743; niet in deze volgorde vermeld). Deze boekverkopers blijven voorlopig het vaste distributienetwerk van Sipkes (op 24 december 1743 wordt nog toegevoegd: ‘Middelburg Meerkamp en Callenfels’).
Opvallend is dat de steevast met zijn winkeladres aangeduide Amsterdammer Jacobus Rykhof Junior zeer frequent omvangrijke advertenties in de Groninger Courant plaatste. Dit lijkt erop dat zijn relatie tot Sipkes verder reikte dan alleen als wederverkoper van de krant. Mogelijk is hij aan te wijzen als hoofddistributeur.

Sipkes was een der leiders van de orangistisch-democratische bewegingen van het jaar 1748. Zijn politiek en maatschappelijk engagement moet hem op het idee hebben gebracht om met een nieuwsblad te beginnen. Op 17 december 1742 verwierf hij het octrooi, voor de duur van vijftien jaar, waarvoor hij overigens geen recognitiegeld verschuldigd was. Wel moest hij de kopij voor publicatie eerst ‘ter examinatie en approbatie’ aan een censor voorleggen. Dat hiermee gemakkelijk de hand was te lichten, blijkt uit Sipkes’ aanvaringen met de Groninger burgemeesters.
Na het overlijden van Sipkes gingen de drukkerij en het octrooi in januari 1761 over op zijn dochter Geertruida Sipkes, gehuwd met Synco Hoitsema. Deze was mogelijk al eerder in de zaak van zijn schoonvader werkzaam geweest. Deze Hoitsema kreeg de feitelijke leiding over het familiebedrijf, bijgestaan door boekhandelaar Barlinckhoff. Onverwacht overleed ook Geertruida Sipkes, eveneens in 1761. In 1763 trouwde Hoitsema opnieuw, nu met Eva ten Cate.
Nadat ook Hoitsema in 1768 was gestorven, kwam de leiding over drukkerij en krant, met instemming van de familie, in handen van weduwe Hoitsema-ten Cate. Later kreeg ze de aandelen van het gehele bedrijf in handen zodat het aan haar eigen kinderen kon worden overgedragen. Reeds in 1789 nam haar zoon Andel (Andel Synco) Hoitsema de dagelijkse leiding over. Hij werd na haar overlijden in 1795 eigenaar van de zaak.
Het octrooi op de krant was intussen wel veranderd. In 1773 was de geldigheidsduur teruggebracht van vijftien naar zes jaren. Bij de aanvraag van een nieuw termijn, eind 1779, besloot het stadsbestuur het drukken en uitgeven van de krant tot een stedelijk ‘tourambt’ te verklaren. Dit hield in dat het recht om de krant uit te geven aan drie leden van het stadsbestuur werd toegekend, aan wie de drukker-eigenaar jaarlijks een bedrag moest betalen. De burgemeesters konden het recht ook weer doorgeven. Dit gebeurde ook. Voortaan moest Eva Hoitsema-ten Cate aan drie geprivilegieerde freules verzoeken haar, tegen betaling van een beneficie van ieder ƒ 600 per jaar, toe te staan het courantierschap uit te oefenen. Het recognitiegeld is mogelijk ingegeven door het financiële succes van de krant. De concurrent, de Ommelander Courant (1787-1814), viel buiten de jurisdictie van de stad Groningen en was geen recognitiegeld verschuldigd.
Eind november 1795 kwam een einde aan het beneficiesysteem dat het tourambt met zich meebracht. Wel was Hoitsema verplicht het geldbedrag voortaan in de stadskas te storten. In 1796 werd het courantierschap zelfs helemaal vacant verklaard en kon iedereen hier een bod op doen. Bij gebrek aan andere gegadigden was het opnieuw Hoitsema die de uitgave voor zijn rekening mocht nemen tegen betaling van ƒ 1500.
Op 16 januari 1805 kwam er een einde aan het courantierschap van Hoitsema en moest de krant opnieuw worden aanbesteed. Hoewel een concurrent een jaarbedrag bood van ƒ 3000, besloot de raad het recht veiligheidshalve toch aan Hoitsema toe te kennen. Het recognitiegeld dat hij gewoon was te betalen, werd wel verdubbeld. Verder werd kranten eind 1805 een zegelbelasting opgelegd: een vast bedrag per nummer en zegelkosten op advertenties. Dit maakte de exploitatielast erg zwaar. Zijn klachten hierover leidden echter tot niets.

Op 1 juli 1811 werd de krant opgeheven. Hoitsema was zojuist overleden. De weduwe Hoitsema-Bolhuis sloot de drukkerij, maar mocht in december een doorstart maken met een tweetalig Feuille d’Affiches. Aartsconcurrent de Ommelander mocht als Journal Politique du Département de l’Ems-Occidental / Staatkundig Dagblad van het Departement van de Wester-Eems verder gaan. Een voor de weduwe Hoitsema voordelige verdeling, omdat advertenties veel opleverden terwijl het nieuwsblad verplicht was staatkundig nieuws gratis af te drukken.
De rivaliteit tussen beide courantiers had echter haar scherpe kantjes verloren. In 1812 gingen ze een ‘contract van compagnieschap’ aan, waarvan als belangrijkste afspraak de winstdeling gold. Deze egalisatie van financiële uitkomsten duurde voort tot 1835.

Medewerkers
De redactie werd in de beginjaren gevoerd door de diaconie-arts en breukmeester Nathan REMKES (†1757), die ook redacteur was van de Groninger Nouvellist (1745-1757). Hij behoort tot de doelisten die zich in 1747/1748 hartstochtelijk verzetten tegen de macht der regenten.
Na het overlijden van Remkes werd in 1757 Gerard Nicolaas HEERKENS (1726-1801) aangetrokken als redacteur van de krant. Hij staat bekend om zijn scherpe hekeldichten, had in Leiden en Parijs gestudeerd, en had zich tot dan toe in voorname literaire en bestuurlijke kringen opgehouden. In politiek opzicht was hij weinig uitgesproken. Heerkens nam ook, zij het voor zeer korte tijd, de regie over de inmiddels een paar keer omgedoopte Nouvellist over. Het jaar daarop hield hij ook het redacteurschap van de krant voor gezien, wellicht omdat zijn manier van schrijven op een te hoog niveau was voor de gemiddelde krantenlezer. Vermoedelijk heeft Jacob SIPKES (1699-1761) daarna zelf de schrijverspen ter hand genomen.
In de jaren tachtig was Menso Henricus ALTING, jurist, taalman (voorzitter) der gezworene Gemeente Groningen (het kiescollege) redacteur van de krant. Hij was tevens een der aanvoerders van de Groningse patriotten.
Incidenteel kunnen bijdragen aan concrete auteurs worden toegeschreven. Zo blijkt in het najaar van 1787 een Extra-Courant een schrijven te bevatten van Gerard BACOT (1743-1822), predikant te Eenrum. Hij had in de Ommelanden diverse vrijkorpsen opgericht en zou in 1795, na zijn terugkeer uit Duinkerken, plaats krijgen in het provinciaal bestuur en in het nationale parlement. Ook volksverlichter en patriot Matheus VAN HEYNINGEN BOSCH (1773-1821), de latere courantier van de Ommelander Courant, zou via de Groninger Courant van zich hebben laten horen. Beiden waren in 1795 lid van het radicale burgergezelschap Vrijheid, Gelijkheid Broederschap.

Inhoud
Het nieuwsblad bevat in de eerste decennia van zijn bestaan vooral buitenlands nieuws (Oostenrijkse Successieoorlog), scheepsberichten (de Sont-vaart) en onder het kopje ’s-Gravenhage berichten vanwege de overheid. Het aantal advertenties nam met het vorderen der eeuw sterk toe.
Hoewel Sipkes en Remkes overtuigd prinsgezind waren, probeerden ze zich in de krant neutraal op te stellen. Desondanks waren hun anti-regenteske houding en prinsgezinde sympathieën duidelijk aan de krantenberichten af te lezen. In hun beider parallel verschijnende Groninger Nouvellist konden ze hun opiniërende commentaar op de controverse prins- en staatsgezinden beter kwijt. De komst van Heerkens betekende dat het nieuws weliswaar neutraler werd weergegeven, maar ook dat het dankzij Heerkens’ eigen netwerk wat meer uit de eerste of tweede hand kwam.
In de jaren tachtig kreeg de redactionele vlag duidelijk een andere kleur. Tot dan toe was de berichtgeving redelijk neutraal geweest, met het accent op buitenlands nieuws, maar eind 1782 was de Groninger courant een nieuwsblad van onmiskenbaar patriotse signatuur. De krantenkolommen ruimden veel plaats in voor het binnenlandse nieuws. Er werd ook kritisch commentaar geleverd op de staatkundige verwikkelingen. Van der Capellen tot den Poll werd als ‘de uitmuntende Ridder’ gekwalificeerd en ook werd in positieve zin gesproken over de strijd van Friese steden om zich los te maken van de stadhouder. Ook bood de krant gelegenheid tot eerherstel van de ontslagen hoogleraar Van der Marck. In deze politiek uiterst gevoelige tijden werd de courantier herhaaldelijk geïnsinueerd om ten stadhuize te verschijnen.
Omstreeks de Franse omwenteling is de krant opvallend zwijgzaam over de gebeurtenissen in de stad Groningen: wat daar voorviel, werd uiteengezet in extraordinaire kranten.

Relatie tot andere periodieken
In 1787 kreeg de Groninger Courant er met de Ommelander Courant een geduchte concurrent bij.
Op 9 november 1878 verscheen bij een nieuwe uitgever, J.B. Wolters, de opvolger van de Groninger Courant: de Nieuwe Groninger Courant. Dagblad voor de noordelijke provinciën (1878-1919).

Exemplaren
¶ Den Haag, Koninklijke Bibliotheek: NMB 1635 C 1 (microfilm)
¶ Groningen, Universiteitsbibliotheek: OKW uklu TE 18

Bronnen
Nederlandsche Jaerboeken 1747, p. 963-967.

Literatuur
¶ J.W. Koopmans, J. W., ‘Vroegmoderne kranten en regionaal besef in het noorden van de Republiek, circa 1740-1800’, in: D.E.H. de Boer en J. A. Weststrate (red.), Tussen streek en staat. Identiteit, beeldvorming en functioneren van regio’s aan de rand van Nederland rond 1800 (2017)
¶ J.K.H. van der Meer, Patriotten in Groningen 1780-1795 (Assen 1996), p. 25, 43-44, 301
¶ C. Hoitsema, De drukkersgeslachten Sipkes-Hoitsema en de Groninger courant. Bijdrage tot de kennis en ontwikkeling van het Noorden van ons land in verleden en toekomst (Groningen 1953), p. 82-160
¶ B.P. Tammeling, ‘Jacob Sipkes. De Groninger Courant en de Nouvellist, in: idem, De krant bekeken. De geschiedenis van de dagbladen in Groningen en Drenthe (Groningen 1988), p. 19-27
¶ J.S. Theissen, ‘De omwenteling van 1795 in Stad en Lande’, in: Historische Avonden 3 (1916), p. 119-162, aldaar p. 134 en 141
¶ Y. Haskell, Prescribing Ovid. The Latin Works and Networks of the Enlightened Dr Heerkens (Londen etc. 2013), p. 13.

Rietje van Vliet