Guardian, of de Britsche Zedenmeester (1730-1731)

Titelbeschrijving
De Guardian, of de Britsche Zedenmeester, door den Ridder Richard Steele. Uit het Engels vertaalt door P. Le Clercq. Eerste [enz.] deel.

Periodiciteit
Anders dan het Engelse origineel, waarvan 175 dagelijkse afleveringen zijn verschenen tussen 12 maart en 1 oktober 1713, is de Nederlandse vertaling geen periodiek. De delen zijn blijkens de titelpagina’s uitgebracht in 1730 (deel 1-2) en 1731 (deel 3). Omdat de Guardian in de Nederlandse historiografie doorgaans wel als tijdschrift wordt gekarakteriseerd, is de uitgave in de ENT opgenomen.
Het derde deel van de Guardian, zo blijkt uit de Voorreden, is een (niet integrale) vertaling van de opvolger van het Engelse origineel, The Englishman, waarvan 56 afleveringen driemaal per week zijn verschenen van 6 oktober 1713 t/m 15 februari 1714.
Voor de delen 1 en 2 wordt voor het eerst geadverteerd op 26 april 1730 (’s Gravenhaegse Courant); op 23 december 1730 wordt aangekondigd dat deel 3 binnen enkele dagen verkrijgbaar zal zijn (Amsterdamse Courant).

Bibliografische beschrijving
In octavo.
Deel 1 bevat VII (‘Opdragt Aan den Wel-edele Heere Dirk de With’) + V (‘Voorreden van den Vertaalder’) + 642 (Guardian) + XIV (‘Bladwyzer’) pagina’s. Met paginagroot portret van Richard Steele, vervaardigd door Willem Jongman (Jonckman). De opdracht is gericht aan de vriend van de vertaler, Dirk de With, kapitein en ingenieur in dienst der Algemene Staaten, en gaat vergezeld van een vignet met diens wapen, gegraveerd door Jan Caspar Philips.
Deel 2 bevat 514 (Guardian) + X (‘Bladwyzer’) pagina’s. Deel 3 telt X (‘Voorreden’) + 598 (Guardian = Englishman) + XIII (‘Bladwyzer’) + I (‘Errata’).

Boekhistorische gegevens
Het werk is uitgegeven door Jan Daniel Beman uit Rotterdam en Balthazar Lakeman uit Amsterdam.
Het moet veel aftrek hebben gevonden, getuige de tweede druk in 2 delen in 1734 (door alleen Beman) en een derde druk in 3 delen in 1772 (door Steven Jacobus Baalde uit Amsterdam).

Medewerkers
Zowel The Guardian als The Englishman is verschenen onder het hoofdredacteurschap van Richard STEELE (1672-1729). Hij was als constitutionele Whig tegen de absolutistische regeringsvorm van de katholieke Stuarts en toonde zich groot voorstander van de protestante Hannovers als troonopvolgers. Hij was parlementslid tijdens de regering van Queen Anne (Stuart), van wie iedereen wist dat ze spoedig zou overlijden, maar verloor zijn zetel na zijn anti-Tory pamflet The Crisis (1714). Omdat er geen erfgenamen waren, kon George I van Hannover na haar dood, in datzelfde jaar, de troon bestijgen. Steele werd geridderd en keerde hij terug in het Lagerhuis. Als journalist gaf hij duidelijk blijk van zijn politieke voorkeuren.
Aan de twee periodieken hebben diverse schrijvers uit het netwerk van Steele meegewerkt. Zo staan er in The Guardian bijdragen van Joseph ADDISON (1672-1719), Eustace BUDGELL (1686-1737), Thomas TICKELL (1685-1740), Alexander POPE (1688-1744), George BERKELEY (1685-1753) en Ambrose PHILIPS (1674-1749).
De vertaler is Pieter LE CLERCQ (1687-1759), die ook heeft zorggedragen voor de vertaling van ander werk dat op naam van Steele is uitgekomen: de delen 3-6 van de Spectator of Verrezene Socrates (1720-1727), de Snapper, of de Britsche Tuchtmeester (1732-1752), de Boekzaal der Juffers (1733-1735) en de Boekzaal der Heeren (1736).

Inhoud
De Guardian heeft een moralistisch doel, aldus Richard Steele:

Ik zal in dit werk voor al de Zedigheidt en Werkzaamheidt trachten te beschermen; den roem der Wysheidt en der Dapperheidt te verbreiden; de vroomen en de Godtvruchtigen aan te moedigen; de Onbeschaamden en de Luyaards te beschaamen; de Hovaardigen, de Verwaanden, en Lafhartigen verachtelyk te maaken; de schadelyke voorneemens der boozen en der Vrygeesten te hinderen. (p. 5)

Hiermee verschilt de Guardian niet veel van zijn voorganger, de Spectator. Gaandeweg neemt het politieke engagement in de Guardian echter toe.
De Guardian bestaat uit ‘Redenvoeringen’, waarbij Steele zich Nestor Ironside noemt. Een tweede spectatorachtig personage is de 46-jarige mevrouw Aspasia Lizard, een kinderrijke weduwe die weliswaar op de achtergrond figureert maar aan wier theetafel diverse gesprekken worden gevoerd en zich kleine huiselijke gebeurtenissen voordoen. Terloops worden hier diverse verhalen verteld, boeken besproken, brieven en dichtwerken geciteerd.
In The Englishman heeft Steele zich ontdaan van zijn spectatoriale alias Nestor Ironside, in wiens geest hij overigens wel zegt te blijven werken om zich in te zetten voor de ‘Vryheit zynes Vaderlands’. De politieke stellingname is in de Englishman uitgemond in propaganda voor de keurvorst van Hannover als Brits troonopvolger. Van de Jacobieten moeten Steele c.s. niets hebben. Er wordt duidelijk partij gekozen voor de Whigs. In de voorrede van deel 3 refereert vertaler Le Clercq expliciet aan de Tachtigjarige Oorlog, toen de Republiek zich bevrijdde van het juk der Spanjaarden. Daarmee wordt ook de strijd tegen de Stuart-gezinde Jacobieten gelegitimeerd.
De uitkomsten van de Vrede van Utrecht (1713) komen eveneens ter sprake, waaronder de sluiting van de haven van Duinkerken, de beruchte uitvalsbasis van Franse kapers die volgens de Engelsen gedempt zou moeten worden.

Exemplaren
¶ Den Haag, Koninklijke Bibliotheek: 1138 F 21-23
¶ Full text deel 1deel 2 en deel 3

Literatuur
¶ Charles A. Knight, A Political Biography of Richard Steele (Londen/New York 2009), p. 105-134
¶ Catharina H. Schoneveld, ‘Iets des nazaats waardig’. De vertaalarbeid van Pieter le Clercq (1693-1759)’, in: Documentatieblad Werkgroep Achttiende Eeuw 24 (1992), nr. 1, p. 217-256.

Rietje van Vliet