Haagse Merkurius (1711-1712)

Titelbeschrijving
¶ Voorloper van de Haagse Merkurius. Verhaalende het gedenkwaardigste van Europa, begin neemende met het veroveren der kooninglyke linie in helden-digt (nulnummer).
¶ De Haagse Merkurius. Verhalende het gedenkwaardigste van Europa in helden-digt (nr. 1: kop verso titelpagina: De Haagse Merkurius of zeege-zuyl der bondgenoten).
¶ De Haagse Merkurius. Of zeegezuyl der hooge bondgenooten. Verhalende het gedenkwaardigste van Europa in helden-digt (nrs. 2-4).
¶ De Haagse Merkurius. Afschetzende de byzonderste gevallen, van Europa in helden-digt (nrs. 5-20, nr. 16/17: Afschetsende).

Periodiciteit
Er zijn twintig afleveringen bekend, verschenen van eind augustus/begin september 1711 t/m 4 januari 1712. Hieraan ging vooraf een Voorloper van de Haagse Merkurius (4 bladz.). Deze Voorloper is in het exemplaar van de Universiteitsbibliotheek Gent in eigentijds handschrift gedateerd op 27 augustus 1711. De overige afleveringen zijn in dit exemplaar eveneens in eigentijds handschrift gedateerd op dag en maand, behalve nr. 1 (nr. 2: 3 september) en nrs. 10, 11, 14).
Het blad verscheen blijkbaar wekelijks, aanvankelijk op donderdag (nrs. 2-9). Dat wordt bevestigd in nr. 5:

NB. Werd bekend gemaakt, dat by Fredrik Duym, deeze Haagze Merkurius op Donderdag om de 8 dagen zal uytgegeven werden; En nademaal het om de aan een-geschakelde Stoffe, niet wel doenlyk is, altyd het blad vol uyt te doen loopen, zal de leedige plaats voortaan door een Versje gevuld werden.

Duim lijkt echter problemen met de distributie gekregen te hebben. Daar wijst althans zijn mededeling in nr. 9 op:

En nademaal ik niet en weet hoe lang het met de Loopers stand zal houden, zoo werden de Liefhebbers verzogt, hen eenmaal t’mynen huyze te laaten vinden, om hunne naamen en Woonplaatsen op te geven, bennen beryd dezelve Weekelyx aan hunne huyzen te zenden.

In ieder geval verscheen de Haagse Merkurius na nr. 9 wat onregelmatiger en op verschillende weekdagen.

Bibliografische beschrijving
Elke aflevering telt vier pagina’s in kwarto, inclusief titelpagina met vignet (drukkersvignet?). De genummerde afleveringen zijn ongepagineerd, behalve het dubbelnummer 16/17, dat na de titelpagina en blanco verso gepagineerd is 67-72 en bovendien een kopregel heeft: ‘Zeege-zuyl der’ (links) ‘Hooge bondgenooten’ (rechts).

Boekhistorische gegevens
Impressum Voorloper: ‘Gedrukt na de Haagsche Kopy. Tot Amsterdam, by Fredrik Duym, boekdrukker in de Nuwe Lelystraat, voorby de laatste dwarsstraat, daar dezelve weekelyks werden uytgegeeven’. De verwijzing naar ‘Haagsche Kopy’ lijkt bewust misleidend te zijn.
Impressum Haagse Merkurius: ‘Tot Amsterdam, by Fredrik Duym, boekdrukker in de Nieuwe Lelystraat, voorby de laatste dwarsstraat’ (nrs. 1 en 2 spellen: ‘Nuwe’), met ingang van nr. 4: ‘het vierde huys voorby de laatste dwarsstraat’, gevolgd door het jaartal.

Medewerkers
Het blad is blijkens de titelpagina geschreven ‘Door een Beminnaar der Nederduytsche digtkonst. Onder de Zinspreuk Standvastighyd verwind ’t geval’, dat wil zeggen door Fredrik DUIM (1673-1754). Het leven van Duim, schuiermaker van beroep, is nog in nevelen gehuld. Niet alleen zinspeelt hij in 1711 op ‘’t Noodlot [dat] als een woeste Zeê’ hem ‘slingerde, van Steê, tot Steê’ (Haagse Merkurius, nr. 5), ook in een vers bij zijn portret als 77-jarige (1750) is sprake van een man ‘die geslingert wierd door ’t los geval’.
Wat zich afgespeeld heeft, onttrekt zich echter vooralsnog aan onze waarneming. Hij trouwde in 1693 met Catrina Koesvelt, dochter van een lettergieter in de Leliestraat. Wellicht oefende Duim zijn kortstondige beroep als drukker (1711-1716) uit in diens bedrijfsruimte. Hij lijkt overigens voornamelijk geschriften onder genoemde zinspreuk, dus van hemzelf, te hebben gedrukt.

Inhoud
De inhoud betreft de Spaanse Successieoorlog. De op de titelpagina’s aangegeven specifieke onderwerpen beslaan steeds meerdere afleveringen, omdat het, zoals Duim zei, om ‘aan een-geschakelde Stoffe’ gaat: ‘Begin neemende met het veröveren der ko(o)ninglyke linie’ (nrs. 1-4), ‘Sedert het veröveren der ko(o)ninglyke linie. Het tweede gezang’ (nrs. 5-13), ‘Begin neemende met het beleegeren, en eyndigende met het veröoveren van Bouchain. Het derde gezang’ (nrs. 14-20).
De ‘Stoffe’ van nrs. 1-4 staat op de titelpagina’s niet benoemd als ‘eerste gezang’, maar nr. 4 eindigt wel met de opmerking: ‘Eynde van ’t eerste gezang’. De nrs. 5-8 bestaan uit lopende tekst, maar nrs. 9-12 bestaan uit een ‘Herders, en herderinne-zang. Over de dood, en de geboorte, van de prinsen van Oranje. t’Samenspraak, tusschen Alexis, Alçestus, en ry van herderinnen’. Dit ‘duet’ eindigt op de tweede pagina van nr. 13 (‘Eynde van ’t tweede gezang’), waarna op de volgende pagina het ‘Derde gezang’ begint. Het derde ‘gezang’ bestaat weer uit lopende tekst.
Het ‘helden-digt’ in de titel geeft al aan dat de Haagse Merkurius in alexandrijnen is geschreven, overigens met uitzondering van de ‘zang’-coupletten (nr. 4) en de ‘Herders, en herderinne-zang’ (nrs. 9-13).

Relatie tot andere periodieken
Duims Haagse Merkurius nr. 2 besluit met een gedicht ‘Aan Jan van Gyzen’, waarin hij suggereert dat Van Gijsen zijn mercuur zou opgeven nu die van hem, Duim, er was: ‘Hoe! zouwd ge om myn Merkuur, nu de uwe laaten smooren?’. Dat lijkt hem onnodig:

laat Jok, en Ernst, elkandren bien de hand;
Vermaak gy met uw Boert, en laat ik het Verstand
Opscherpen, door myn Ernst.

In zijn antwoord, ‘Toegift aan den Schryver der Haagsche Mercurius’, weerspreekt Van Gijsen de suggestie: ‘ik heb ’t Mercuren maken/ om uwentwil mijn Vriend noch nooyt gedacht te staken’ (Amsterdamsche Merkurius, deel 1, nr. 52). Mogelijk was dit in werkelijkheid een soort publiciteitsstuntje.
Verwarrend is de verhouding van de Haagse Merkurius tot de Zeege-zuyl der Hooge Bondgenooten (zie aldaar), eveneens door Duim uitgegeven. De tekst van de twintig afleveringen van Duims Merkurius is identiek aan die van de eerste twaalf afleveringen plus de eerste twee pagina’s van nr. 13 van de Zeege-zuyl. Vermoedelijk is de Zeege-zuyl (gedeeltelijk) een heruitgave van de Merkurius, maar vreemd is wel dat ze gelijktijdig verschenen.

Exemplaren
¶ Gent, Universiteitsbibliotheek (nrs. 1-20)
¶ Full text Voorloper en nrs. 1-20
¶ Goes, Gemeentearchief, Historische bibliotheek (nrs. 1-12)

Bronnen
¶ Jan van Gijsen, Amsterdamsche Merkurius, deel 1, nr. 52 (7 september 1711); deel 2, nr. 6 (19 oktober 1711)

Literatuur
¶ J.K. van der Wulp, Catalogus van de tractaten, pamfletten, enz. over de geschiedenis van Nederland, aanwezig in de bibliotheek van Isaac Meulman, deel 3 (Amsterdam 1868), nrs. 8413, 8414
Catalogus eener verzameling van pamfletten, tractaten en andere stukken […] uitmakende het 2de gedeelte van de bibliotheek ten raadhuize der stad Goes (z.p. z.j.), p. 231, nr. 1860

Anna de Haas