Haegse Mercurius (1697-1699)

Titelbeschrijving
Haegse Mercurius, behelsende vermakelijke, satyrique, galante, stigtelijke, politique, academische, emblematique, en andere reflexien; gemaakt op de voorvallen van desen tijd.
De afzonderlijke afleveringen dragen alleen de titel Haegse Mercur:

Periodiciteit
Het blad verscheen tweemaal per week, op woensdag en zaterdag, van 7 augustus 1697 t/m 9 september 1699. Het werd als licentieus werk op instigatie van de kerk verboden, samen met de Nieuwe Oprechte Haegse Mercurius van Cornelis van Bynkershoek.

Bibliografische beschrijving
Alle 219 afleveringen tellen 4 ongenummerde pagina’s in kwarto. Het titelvignet is een vliegende Mercurius. De verzamelband bevat een titelpagina, een titelprent, een verklaring ervan, en een opdracht van de auteur ‘Aen Vrouw Venus’. Prent en verklaring zijn van de hand van François de Kaarsegieter.

Boekhistorische gegevens
De Haegse Mercurius is gedrukt voor de auteur. Drukker is Gilles van Limburg, boekverkoper in de Papestraat te ’s-Gravenhage. Na de verhuizing van de auteur wordt, vanaf 6 mei 1699, als drukker-boekverkoper genoemd: Frederik Helm, gevestigd aan de Nieuwezijds Achterburgwal te Amsterdam.
Er zijn vele (Amsterdamse) nadrukken die andere boekverkopers in het colofon noemen: de reeds genoemde Frederik Helm, Pieter Sceperus, weduwe Joachim van Dijk en Johannes Ratelband (wiens nazaten uiteindelijk voor een integrale tweede druk zullen zorgdragen).
Verkoopadressen zijn Adriaan van der Does te ’s-Gravenhage (herhaaldelijk, vanaf deel 1, nr. 34), en blijkens advertenties in de Oprechte Haerlemse Courant (22 augustus 1697) tevens Cornelis Willigaerts te Dordrecht, Wilhelmus van Kessel te Haarlem, Johannes Speyers te Delft, Andries van Damme te Amsterdam, weduwe Joachim van Dijk te Amsterdam, Izaak van Ruynen te Rotterdam, weduwe Hendrik van Damme te Leiden, en Lucas Kloppenburg te Gouda.
Advertenties voor de Haegse Mercurius verschenen in de Amsterdamse Courant (17 augustus 1697) en de Oprechte Haerlemse Courant (22 augustus 1697). De prijs per aflevering bedroeg 1 stuiver, een halve jaargang ingenaaid kostte 2 gulden en een hele jaargang 4 gulden.
Over de oplage zijn geen gegevens bekend.
De titelprent met bijbehorende uitleg en de opdracht van de auteur aan Venus werden op 17 september 1698 door Van Limburg als afzonderlijk katern te koop aangeboden.

De populariteit van het blad blijkt onder meer uit de talrijke verwijzingen in andere bladen naar de auteur en zijn tijdschrift. Latere satirische auteurs noemen de schrijver expliciet als hun lichtend voorbeeld, zoals Jacob Campo Weyerman en Hermanus van den Burg. Bovendien verschenen er vertalingen van: de Mercure de la Haye (1698) en de Hagiensis Mercurius (1698). Na het overlijden van Doedijns verscheen nog de Haegse Mercurius van den jaere 1708, eveneens bij Gillis van Limburg (1708-1709).
In het kluchtspel Het oude koffyhuis (1712) van Jacobus de Vryer (Jacob van Rijndorp) worden op p. 29 enkele passages uit Doedijns’ Mercurius uit nr. 16 letterlijk geciteerd. Nog in 1735 verscheen er een integrale tweede druk van de Haegse Mercurius, onder de titel Haagsche Mercurius, bij de Amsterdamse firma van de Erven J. Ratelband & Comp. (3 delen in octavo). De spelling is gemoderniseerd en de Latijnse en Franse citaten zijn voorzien van een vertaling door Pieter le Clercq. De prijs bedroeg 3 gulden en 15 stuivers. Hierin zijn ook de hierna opgesomde pamfletten tegen de Haegse Mercurius opgenomen.

Medewerkers
De schrijver is Hendrik DOEDIJNS (ca. 1659-1700), advocaat te Den Haag. Na zijn studie te Leiden (promotie echter te Utrecht) legde hij op 18 oktober 1680 de eed af als advocaat voor het Hof van Holland en West-Friesland. Hij liet zich tot 1697 jaarlijks als zodanig recenseren. Doedijns was ook actief als handelaar in schilderijen. In 1699 verhuisde hij van Den Haag naar Amsterdam. Op 21 maart 1700 werd hij begraven ‘als vryer, komend van de Herengracht over de Leidse gracht in de Nieuwe Kerk te Amsterdam’. De Haegse Mercurius was zijn enige werk.

Inhoud
De auteur leverde satirisch commentaar op de gebeurtenissen van zijn tijd. Hij wilde fouten en malligheden aan de kaak te stellen om daarmee zichzelf en zijn medemens te corrigeren (deel 1, nr. 96). Zijn observaties zijn erotisch, politiek, intellectueel en wereldbeschouwelijk van karakter. Dogmatische orthodoxie was hem een gruwel.
De Haegse Mercurius is geschreven in een oorspronkelijke, rabelaisiaanse stijl, vol onverwachte associaties, neologismen, scabreuze woordspelingen, facetieuze grappen, eindeloze opsommingen, dodelijke verwensingen, onmogelijke curiositeiten. Door met zijn publiek in discussie te treden en zijn proza te larderen met citaten, aforismen en versregels toonde Doedijns zich een voorloper op de latere spectatorschrijvers.
Over zijn lezers liet Doedijns zich weinig uit. Gezien de eruditie die hij in zijn blad tentoonspreidde, moet zijn publiek zich vooral bevonden hebben onder studenten, vrijbuiters, kunstenaars en intellectuelen. Het werd vermoedelijk vooral in koffiehuizen gelezen (deel 2, nr. 55).

Op de Haegse Mercurius verschijnen talloze reacties:
¶ K.J., ’t Hoogwys oordeel van de Haagse Mercuur, over de zondagse tytelprint (1698)
Uitlegging op de zondagse tytelprint van de Haagse Mercuur (1698)
St. Lucasdag van de Haagse Mercur en zyn dolle ossekoppen, gehouden den 18 october over zyn zondagsche tytelprint (1698)
¶ K.J., Puntdichjes voor en tegen de Haagse Mercur (1698)
Posttyding van Parnas (1698)
Onverwinnelyke Haagsche Mercurius verdeedigd (1698)
¶ ’t Waare lof van de zeegenpraalende Haagse Mercurius (1698)
¶ Hollandze Haagsche Mercurius, Leugenachtige tydingen en moordadige toeleg tegen D. Joh. Fried. Mayern in Hamburg. Na de copye gedrukt in Hamburg, by Fredrik Conrad Greflinger, Boekdrukker in de Nieuwstad (1698)
Uittreksel uit een brief, geschreven door een voornaam Heer uit Keulen, aan een Heer tot Utregt, behelzende eenige aanmerkingen op de Haagse Mercurius (1698)
Den Heer tot Keulen, en zyn brief tegen de lasteringen van de Haagze Mercurius verdedigd (1699)
Mercurius in den rouw, of ’tzamenspraak tusschen de geest van Cato en Maecenas, over het goede en quade der Mercuren (1699)
¶ Jacob Verwey, Op den Haagse Mercurius, beschreven door den wydberoemden, en konstlievenden Hr. en Mr. H: Doedyns zalr. Met byvoegzel van desselfs goede hoedanigheden, en dood (1700)
¶ Een late reactie is verwerkt in de klucht van Jacobus de Vryer [=Jacob van Rijndorp], Het oude koffyhuis, of De Haagsche Mercuur gehekelt, door Pasquin, Juvenalis, en Mercurius. Kluchtspel (1712).

Relatie tot andere periodieken
Aanleiding om de pen ter hand te nemen was voor Doedijns het lezen van De corruptis emendandisque studiis oratio, geschreven door de Leidse kerkhistoricus Friedrich Spanheim junior (deel 2, nr. 104). Ofschoon hem geen concreet voorbeeld voor ogen stond (deel 2, nr. 52), noemde Doedijns wel enkele auteurs en periodieken of naslagwerken die hem hebben geïnspireerd: Denis de Sallo met zijn Journal des Savants (1665-heden), Pierre Bayle met zijn Nouvelles de la République des Lettres (1684-1687) en de Dictionnaire historique et critique (1689-1706) en Nicolas de Blegny met zijn Mercure Sçavant (1684) (deel 2, nr. 32).
Doedijns kende de Mercure Galant (1672-1674) van Jean Donneau de Visé, maar was er niet enthousiast over. Ook andere periodieken passeren de revue: de Collection of Letters for the Improvement of Husbandry and Trade (1681-1683) van John Hougton, de London Mercury (1692) van Thomas Brown en de London Gazette die van 1670 tot 1702 geredigeerd werd door Robert Yard (deel 2, nr. 73). Van John Duntons Athenian Mercury (1690-1697) schreef Doedijns dat het blad met de Haegse Mercurius vergeleken kan worden (deel 2, nr. 4).

Doedijns was zeer te spreken over de vertaling van de Haegse Mercurius, de Mercure de la Haye (1698), die in Amsterdam voor de auteur gedrukt werd door Adriaan Braakman (deel 1, nr. 104). De Latijnse vertaling, de Hagiensis Mercurius (1698) die door zijn eigen drukker Gillis van Limburg werd gedrukt, vond hij geleerd, te serieus (deel 2, nr. 22). Doedijns was bijzonder kritisch over de Amsterdamse Mercurius (1698) (deel 1, nrs. 59 en 61). Verder was hij betrekkelijk mild over Cornelis van Bynkershoek, Nieuwe Oprechte Haegse Mercuur, Compleet (1699) (deel 2, nr. 94).

Exemplaren
Den Haag, Koninklijke Bibliotheek 3032 E 20-21. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de exemplaren 3028 D 6 (Koninklijke Bibliotheek) en 1147 B 27 (Leiden, Universiteitsbibliotheek) bevat dit exemplaar geen nadrukken van losse afleveringen.

Literatuur
¶ A.J. Hanou, ‘Alweer een radicaal? Hendrik Doedijns en zijn Haegse Mercurius (1697-1699)’, in: P. Hoftijzer en T. Verbeek (red.), Leven na Descartes. Zeven opstellen over ideeëngeschiedenis in Nederland in de tweede helft van de zeventiende eeuw (Hilversum 2005), p. 69-96
¶ P.J. Smith, ‘Doedijns’ Haegse Mercurius en Rabelais’, in: Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman 15 (1992), p. 1-9
¶ H. Doedijns, De Haegse Mercurius (9 augustus 1697-1 februari 1698), editie R. van Vliet, Leiden 1996
¶ R. Goettsch, ‘De eerste columnist (Hendrik Doedijns en de Haagse Mercurius)’, in: De Gids 145 (1982), p. 359-377
¶ P.J. Buijnsters, ‘Hendrik Doedijns en zijn Haegse Mercurius (1697-1699)’, in: Levende talen 249 (juli 1968), p. 396-406
¶ S. Kalff, ‘De Haegsche Mercurius’, in: Navorscher 61 (1912), p. 49-66.

Rietje van Vliet