Heer Politieke Blixem (1801-1802)

Titelbeschrijving
De Heer Politieke Blixem.

Periodiciteit
Dit maandags weekblad verscheen voor het eerst op 4 mei 1801; de laatste aflevering op 28 juni 1802 (64 nrs.). Ze zijn gebundeld in 2 delen: deel 1 met de nrs. 1-56 en deel 2 met de nrs. 57-64.
Hoe vaak de schrijver, drukker en uitgever last hadden van justitie, is niet bekend. Eén voorval blijkt uit de Besluiten der Eerste Kamer van het Vertegenwoordigend Lichaam, waar op 28 mei 1801 wordt gesproken over nr. 4 van de Heer Politieke Blixem. Hierin was een aanvulling van politicus Jan Hendrik van Swinden op de notulen van Uitvoerend Bewind letterlijk overgenomen: zoiets was zonder autorisatie van de bewindspersonen uitdrukkelijk verboden. Onderzoek naar het lek was nodig! zo meende het Uitvoerend Bewind (zie ook bijv. de Rotterdamse Courant 30 mei 1801).
Het einde van de Heer Politieke Blixem was het gevolg van de sluiting van de drukkerij van Fallée, waar het blad wekelijks van de pers kwam. Het Staatsbewind had namelijk op 17 juni 1802 besloten ‘den Agent van Inwendige Policie te auctoriseeren om de Persen waarop de Nieuwspapieren en Weekbladen worden gedrukt […] bij Provisie te doen versegelen’. Dit was 22 juni een feit. Sautijn Kluit (1867) wijst op de nieuwe letter waarmee nr. 64 is gezet: mogelijk is dit laatste nummer al elders vervaardigd. Dit zal gebeurd zijn op de persen van drukkerij Erven P. Vos uit de Wagenstraat, aan wie Fallée – aldus Kossmann (1937) – later in het jaar nog geld schuldig was. In zijn Leevens-schets memoreert de schrijver dat hij bij de agent werd ontboden. Deze had hem meegedeeld dat het Staatsbewind had verordonneerd hem ‘indien ik voordging met die Weekbladen, om het even onder welken tijtel, te schrijven, buiten het territoir der Republiek te brengen’.
In het slotnummer is de Heer Politieke Blixem die de lezers doorgaans toespreekt, overigens wegens ‘onpasselykheid’ vervangen door Mevrouw Juno.

Bibliografische beschrijving
Iedere aflevering telt 8 pagina’s in octavo. Er zijn ook dubbelnummers en extraordinaire nummers en nummers met bijlagen. Met doorlopende paginering en volgnummers. De gebundelde afleveringen worden vooraf gegaan door een titelpagina, blanco versozijde en een 2 pagina’s tellend ‘Aan den Lezer!’ (gedateerd 3 mei 1802). 
In het titelblok van de afleveringen staat als motto vermeld: ‘Flectere si nequeo superos acheronta movebo’ (vert. Als je geen invloed hebt op de hemel, laat dan de hel losbreken; – Vergilius, Aeneas).

Boekhistorische gegevens
De nrs. 1 t/m 18 zijn uitgegeven in Den Haag door Jean Louis van Laar Mahuet en Comp.; dit is tevens het correspondentieadres (colofon nr. 1). Compagnon en drukker is Bernard Antoine Fallée (impressum titelpagina deel 1).
In de colofons van de nrs. 19 t/m 64 staat Pieter Hendrik Trap te Leiden als de ‘verzender’ vermeld. Fallée blijft de drukker maar neemt wel het correspondentschap over. Aan het einde van nr. 19 kondigt Bosch deze wijziging als volgt aan:

De Compagnieschap tusschen de Burgers VAN LAAR MAHUET en FALLEE in den Haag verbroken zynde, en alleen op naam van FALLEE voordgaande, worden de Correspondenten verzocht hunne stukken te addresseeren aan den Burger FALLEE in den Haag, hebbende men tevens goedgevonden den naam van den Verzender P.H. Trap voordaan onder dit Blad te plaatsen.

Prijs per aflevering: 1½ stuiver (Nieuwe Haagse Nederlandsche Courant 4 mei 1801).

Medewerkers
De auteur maakt zich bekend in diverse advertenties en in zijn ‘Aan den Leezer!’: Bernardus BOSCH (1746-1803), radicaal democraat in hart en nieren (zie ook p. 456). Ooit begonnen als predikant in Diemen, maar nadat zijn positie als voorganger onmogelijk was geworden, maakte hij naam als broodschrijver en later ook politicus.
Als unitaris werd hij na de staatsgreep van januari 1798 voorzitter van de Constituerende Vergadering, maar na de tweede staatsgreep in dat jaar, juni 1798, raakte hij zijn functies kwijt en werd hij gevangen gezet. Toen hij vrij kwam, was zijn politieke rol voorgoed uitgespeeld. Op enig pensioen kon hij niet rekenen; tijdens zijn laatste levensjaren was het armoe troef en moest hij van de pen leven.
Van Wissing (2003) meldt dat Bosch slechts de eerste 58 nrs. heeft geschreven. Gezien de opmerkingen van Bosch in zijn Leevens-schets over het einde van het blad moet dit echter op een misverstand berusten.

Inhoud
Na de tweede staatsgreep in 1798 werd de Staatsregeling in werking gesteld, maar er bleken nog veel losse eindjes aan te zitten. Commissies moesten met voorstellen tot aanpassingen komen. Het leidde tot veel politiek geharrewar dat uitmondde in een derde staatsgreep, september 1801. In deze Haagse crisis lieten de drie overgebleven bewindslieden ‘de Vergaderplaatsen en verdere Vertrekken der beide Kamers sluiten en verzegelen’ en door militairen bewaken. Er komt een veel autoritairder bestuur met aan het hoofd het Staatsbewind. Het Wetgevend Lichaam heeft weinig te zeggen. Uiteindelijk moest het Bataafse volk stemmen over de nieuwe Staatsregeling. Het merendeel was tegen, maar omdat de thuisblijvers als voorstanders werden geteld, werd de Staatsregeling aangenomen.
Dit is de achtergrond waartegen de Heer Politieke Blixem moet worden gelezen. Bosch uit scherpe aanvallen op de commissie die de herziening van de Staatsregeling door het Staatsbewind voorbereidde (zie bijv. nr. 21). Ook het Staatsbewind zelf moest het bij hem ontgelden. Hij blijkt meer dan eens goed geïnformeerd uit de ‘inner circles’.
De Heer Politieke Blixem bestaat uit vaste rubrieken: redactionele bijdragen, berichten, advertenties en zeetijdingen. Soms mengt hij ‘groote waarheden’ met ‘beuzelingen en satyres’ (p. 172) omwille van de leesbaarheid. Het blad heeft door de ingezonden (fictieve?) brieven iets spectatoriaals. De berichten uit stad en platteland, vaak bij tijd en wijle humoristisch, zijn van ‘Mercuur’, door Van Wissing een stadscorrespondent genoemd. Bosch leunt hier, en in de zeetijdingen, sterk op zijn grote voorbeeld: de Janus (1787).
Bosch deinst er niet voor terug om burgers met naam en toenaam aan de kaak te stellen. In nr. 17 is dat het geval met Jacobus Cornelis Clement uit Steenbergen, eerste luitenant der vijfde compagnie jagers gewapende burgermacht. In de Middelburgse Courant van 10 september 1801 protesteert hij heftig tegen alle aantijgingen in de Heer Politieke Blixem. In de Haagsche Courant van 16 oktober 1801 reageert burger H.J. Wichers, ontvanger der contigenten der vrijwillige verkopingen en colleteralle successiën te Groningen, op nr. 18 van het blad. Hij looft een premie van maar liefst 100 zilveren ducatons uit voor degene die hem de ‘den Steller van eene periode’ in de Heer Politieke Blixem kan bekend maken.

Relatie tot andere periodieken
De Heer Politieke Blixem is de voortzetting van De Burger Politieke Blixem (1800-1801) en Janus Janus-zoon (1800-1801), eveneens geschreven door Bernardus Bosch. Hij noemt beide titels in een advertentie in onder meer de Utrechtse Courant van 27 april 1801 en in zijn ‘Aan den Lezer!’. In dat laatste verwijst hij ook naar andere periodieken die ‘Politieke Blixem’ in de titel voeren, maar hij verklaart daarmee geen bemoeienis te hebben gehad. Die andere periodieken zijn onder meer: de Politieke Blixem (1797-1798), de Burger Politieken Blixem, nu Politieke Blixem (1801-1802), de Politieke Blixem (1802), de Oude Echten Politieke Blixem (1802).
In nr. 12 (20 juli 1801) vaart Bosch uit tegen de Haagse orangistische boekverkoper H.C. Susan, die ‘ruim een Jaar zyne Algemeene Schuimspaan of leesgierige Na-Courant, met de bladen van den Heer Politieken Blixemen Burger Blixem [heeft] gevuld, en woordelyk, op eene gepermitteerde wyze, nageschreven’ (p. 96). Behalve plagiaat had de schrijver van de Algemeene Schuimspaan (1800-1802) zich in zijn nr. 52 ook in zeer negatieve zin uitgelaten over Bosch. Deze was een atheïst of deïst, omdat hij in nr. 10 van Heer Politieke Blixem had gezegd ‘dat het tyd word, om niet langer misdaadigers, die den dood verdiend hebben, met onnodige mystieke voorbereidzelen duizend dooden voor af te doen sterven’.

Exemplaren
¶ Leiden, Universiteitsbibliotheek: 1149 A9
¶ Full text

Bronnen
¶ Besluiten der Eerste Kamer van het Vertegenwoordigend Lichaam des Bataafschen Volks deel 34, 2e stuk (mei 1801) (Den Haag, ter ’s Lands Drukkery 1801), p. 724-725
¶ Bernardus Bosch, ‘Leevens-schets’, in: idem, Gedichten van Bernardus Bosch, en Leevens-schets van den Dichter, deel 3 (Leiden 1803), p. 329-330.

Literatuur
¶ Pieter van Wissing, Stokebrand Janus 1787. Opkomst en ondergang van een achttiende-eeuws satirisch politiek literair weekblad (Nijmegen 2003), passim (met name p. 313-316)
¶ H.F.J.M. van den Eerenbeemt, ‘Bernardus Bosch: Nutsfiguur, schrijver en politicus’, in: De Gids 134 (1971), p. 489-497
¶ W.P. Sautijn Kluit, ‘Janus; de Politieke Blixem; en beider gevolg’, in: De Nederlandsche Spectator44 (1867), p. 347-352 
¶ E.F. Kossmann, De boekhandel te ‘s-Gravenhage tot het eind van de 18de eeuwBiographisch woordenboek van boekverkoopers, uitgevers, boekdrukkers, boekbinders enz. (Den Haag 1937), p. 125.

Rietje van Vliet