Held der Reden (1803-1814)

Titelbeschrijving
Le Héros de la Raison ou la Raconteur docile d’antiquités et de nouvelles, une feuille que traite le plus remarquable d’histoires véritables, aussi d’anciennes que de nouvelles / De Held der Reden of leesgierige oud en nieuwsverteller, waarin over het merkwaardigste van waare historien en gebeurtenissen, zo oude als nieuwe, gehandeld word.

Periodiciteit
Dit maandagse weekblad verscheen voor het eerst in april 1803, volgens de berekening door Sautijn Kluit. Saakes maakt echter pas in zijn Naamlijst van juni 1804 melding van het verschijnen van nr. 1 (p. 48). De laatst bekende aflevering is van 10 januari 1814 (nr. 468). De nummering geeft aan dat er mogelijk in de frequentie hiaten zijn opgetreden.

Bibliografische beschrijving
De afleveringen in folio zijn aan weerszijden bedrukt. Boven het titelblok vindt men als bovenregel: ‘Eendracht, maakt macht’. Onder de titel staan gegevens over frequentie, prijs, nummer en datum.
De tekst zelf is in twee kolommen, door een streep gescheiden; met links de Franse, rechts de Nederlandse tekst.

Boekhistorische gegevens
De colofon van nr. 417 (1 april 1811) geeft: ‘In s’Hage by H.C. Susan en zoon, in de Spuistraat No. 19’. Achter de titel wordt aldaar opgegeven dat het blad alle maandagen met een ‘nommer’ vervolgd zal worden, tegen de prijs van zes duiten (evenwel in andere steden voor 1 stuiver, wegens ‘verandering van de Posterye’). Een uitzondering blijkt nr. 427 (14 juni 1811) dat op een vrijdag verschenen is.
Uit de bewaard gebleven aflevering van 10 januari 1814 blijkt dat het blad toen op maandag en donderdag verscheen, à 6 duiten, en dat het toen uitkwam ‘te Amsterdam by J. de Vogel en Comp. in de Nieuwe Lelystraat, Rotterdam Wyt en Hendriksen, Delft Regeer, en in den Haag by den Drukker dezes [= Susan]’.

Inhoud
Nr. 417 opent met een bericht waaruit de ontwikkelingen in de opzet van de Held der Reden zichtbaar worden. Dit bericht stelt dat het gezelschap ‘Eendracht maakt Macht’ zijn conversatie voortaan zowel in het Frans als in het Nederlands zal laten uitgeven. Naar wie luistert men?
Het gezelschap wordt verondersteld uit zeven personen te bestaan. Twee van hen, met name Christiaan en Hendrik, vertegenwoordigen het zedig godsdienstige. Pieter staat voor het publieke politieke, Wardenirus voor het zwaarmoedig bekommerde, Willem voor de wederleggende en Janus voor het geografisch staatkundige. Maarten, tot slot, is onverschillig maar ook vrolijk eenvoudig.
In de daarop volgende afleveringen beluistert men daarom altijd minstens drie personen uit dit gezelschap, die in samenspraak het voornaamste nieuws doornemen. Heel vaak worden de officiële berichten letterlijk afgedrukt, waardoor het blad veel weg heeft van een echte krant. Als bronnen vindt men vooral de Haagsche Courant genoemd en een Departementaal Dagblad; maar men is blijkbaar in staat ook Engelse bladen te lezen, als de Morning Chronicle (1769-1862). Belangrijke terugkerende gespreksonderwerpen zijn: de gang van zaken rond het oproepen van conscrits, de oorlog in Spanje, de zegeningen van Napoleon en de Franse regering.
In 1814 is men daarentegen zéér anti-Frans; het blad staat vol berichten over de bevrijding en over de zich geleidelijk naar het zuiden verplaatsende gevechten. Van deze houding getuigt ook het gedicht ‘Een Oranje-snuifje, aan Napoleon aangeboden door de Nederlandsche maagd’.
Wegens verdenking van correspondentie met Engeland en de prins van Oranje, en andere problemen, werd drukker H.C. Susan door prefect de Stassart gevangengezet in het verbeterhuis te Amsterdam (in welke periode dit plaatsvond, is niet opgegeven) maar na zeventien dagen vrijgelaten.

Exemplaren
¶ Den Haag, Koninklijke Bibliotheek: 1609 A 6 (nrs. 417-420, 422, 424-425, 427-443, 448-451)
¶ Leiden, Universiteitsbibliotheek: KL.GES 1814 (nr. 468)
¶ Amsterdam, Persmuseum: PM 2820 (nrs. 109, 429, 457).

Literatuur
¶ W.P. Sautijn Kluit, ‘De ’s-Gravenhaagsche courant’ in: Medeelingen Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden 1874-1879, p. 145-146
¶ E. Roche, La censure en Hollande pendant la domination Française […] (La Haye 1923), p. 64.

André Hanou