Herboore Oudheit (1724-1725)

Titelbeschrijving
De Herboore Oudheit, of Europa in ’t Nieuw, Door t’Zaamenspraaken verhandelt Van Verscheidene zoorten van wyzen, en zotten: Zynde Een opregt mengelmoes Van waarheit, en loogen, van jok, en ernst, en een klaare sleutel, om den donkeren Parnas van W. van Swaanenburg zo digt toe te sluiten, dat zelfs geen Mol kans zal zien om ’er, Pro Patria, door te booren: alles tot tydkortingen der welmeenende beschreeven, Onder de Zinspreuk: Virgilius Zonder Mecaenas.
Deze titel staat vermeld op het titelblad voor de gehele jaargang. Op de afzonderlijke afleveringen en de Franse titelpagina staat: De Herboore Oudheid, of Europa in ’t Nieuw.

Periodiciteit
Het weekblad verscheen op donderdag, van 3 februari 1724 t/m 24 januari 1725 (52 nrs.).

Bibliografische beschrijving
Iedere aflevering telt 8 pagina’s in kwarto. De jaargang is doorlopend gepagineerd van 1 tot en met 418. Feitelijk is dit twee pagina’s te veel. Dit wordt veroorzaakt door een fout in de paginering: na pagina 250 volgt 253 (p. 63 is foutief gepagineerd als 53, 64 als 54, 88 als 80, 257 als 275).
De gebonden jaargang wordt voorafgegaan door één ongepagineerd katern (met als signatuur één asterisk) waarin de Franse titelpagina wordt gevolgd door een ‘Verklaring van de tytelprent’, het titelblad, een ‘Doctoraal advies, over onze weekelykse journaalen, aan den betreurenswaardigen digter, Pro Patria, cum sociis’, een ‘Opdragt, aan mevrouwe de Zotheid, hoofdpatronesse der wereld, en een drie pagina’s tellende ‘Voorreden’.
Tussen de Franse titelpagina en het titelblad is een gravure ingevoegd met rechts onder: ‘J.C. Philips del. et fecit’. Rechts zit de schrijver van De Herboore Oudheit op een stenen blok met het motto: ‘’t is niet anders’. Hij neemt een wereld de maat, die de vorm heeft van een kool.

Boekhistorische gegevens
De Herboore Oudheit werd in Amsterdam gedrukt voor de auteur.
De colofon meldt:

Te Amsterdam, gedrukt voor den Auteur, en werden uitgegeven by Adam Lobé. Rotterdam, A. Willis en N. Korte. ’s Gravenhage, L. Berkoske. Leyden, Janssons van der Aa. Delft, R. Boitet. Haarlem, van Lee. Uitrecht, Besselingh. Alkmaar, van Beyeren. Dordrecht, van Braam. En verders in de Steeden by de Boekverkoopers.

In de loop van het jaar verdwijnen Rotterdam, Leiden en Haarlem uit de lijst.
De prijs van een aflevering was 10 cent.

Medewerkers
Willem van Swaanenburg werd op 16 mei 1679 gedoopt te Zutphen, waar zijn vader, Cornelius, de functie bekleedde van conrector aan de Latijnse school. Zijn moeder, Margareta Voster, is afkomstig uit een familie van Amsterdamse goudsmeden. Zij hertrouwde in 1692, zes jaar na de dood van Cornelius, met Samuel Nethenus, de hofpredikant van de graaf van Isenburg te Birstein. Nethenus was een vertegenwoordiger van het gereformeerd piëtisme.
Over de jeugd van Willem van Swaanenburg is niets bekend. In 1714 duikt hij op als acteur in het gezelschap van Jacob van Rijndorp. Twee jaar later verbleef hij temidden van Gelderse landadel als huisleraar van de kinderen van Hendrik van Laer. In die tijd begon hij met het schrijven van gedichten. Hij vestigde zich als schilder te Antwerpen, waar zijn dochter Sofia in maart 1719 werd aangenomen als lidmaat van de hervormde gemeente De Olijfberg.
Van 1722 tot zijn dood op 18 april 1728 woonde Swaanenburg in de Oude Looiersstraat, destijds aan de rand van Amsterdam. In amper vier jaar verschenen daar vier tijdschriften, losse gelegenheidsgedichten naast een poëziebundel, Parnas, of de zang-godinnen van een schilder (1724), en een bijtend pamflet gericht tegen een separatist uit zijn directe omgeving: Hans Christoffel Ludeman, afgerost door zyn eigen harderstaf (1727).

Inhoud
De Herboore Oudheit sluit aan bij de zogeheten ‘Totengespräche’, een in die tijd populair genre. De eerste afleveringen bestaan uit dialogen tussen Democritus en Heraclitus, Ovidius en Corinna, Socrates en Xantippe, Ovidius en Maro, Saffo en Faön, en Diogenes en Plato. Gaandeweg werd deze vorm losser gehanteerd.
De Herboore Oudheit is een satirisch tijdschrift met een religieuze boodschap: de wereld dwaalt steeds verder af van zijn goddelijke oorsprong. Keer terug! Swaanenburgs boodschap werd door alle bovenstaande gesprekspartners verkondigd. Deze terugkeer heeft een mystiek karakter. In een aantal dialogen wordt beschreven hoe een van de sprekers plotseling zichzelf verliest, versmelt met de ander en de wereld, en zo in een gelaten reflectie de goddelijke werkzaamheid ervaart.
Deze ervaring wordt in duistere termen verwoord, ontleend aan de filosofie van Hermes Trismegistus, alchemie, magie en mystiek. De terminologie keert, in combinatie met een paradoxale logica, terug in Swaanenburgs gedichten die behalve hoogdravend dan ook volstrekt onbegrijpelijk werden gevonden.
De ontvangst van de dichtbundel Parnas, of de zang-godinnen van een schilder (1724) wordt in het weekblad spottend gememoreerd. Toen een kleine dichter uit de buurt, Jan Mol, een ‘atheïstische’ passage wist te vinden in de bundel, waren de rapen gaar voor de vrome Swaanenburg. In nr. 23 zet hij in een monoloog zijn ideeën uiteen, onder verwijzing naar de voorrede van de dichtbundel die als een extra aflevering van De Herboore Oudheit gelezen kan worden. In samenhang vormen beide teksten de beste toegang tot het obscure werk.

Relatie tot andere periodeken
In de eerste aflevering probeert Swaanenburg bij Jacob Campo Weyerman in het gevlij te komen door partij te kiezen tegen Hermanus van den Burg. De laatste had in zijn Bataafsche Proteus Swaanenburgs poëzie belachelijk gemaakt. Weyerman liet zich echter niet paaien.

Exemplaren
¶ Tilburg, Universiteitsbibliotheek: TRE 029 C 04
Full text

Literatuur
¶ F. van Lamoen, ‘Het losgeraakte spiegelbeeld van Willem van Swaanenburg’, in: Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman 28 (2005) 1, p. 13-24
¶ F. van Lamoen, ‘Willem van Swaanenburg’, in: W. van Bunge, H. Krop, B. Leeuwenburgh e.a. (red.), The dictionary of seventeenth and eighteenth-century Dutch philosophers (Bristol 2003), p. 958-959
¶ F. van Lamoen, ‘Est Deus in nobis! Over Swaanenburg en Ludeman’, in: Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman 24 (2001) 1, p. 1-8
¶ F. van Lamoen, ‘Willem van Swaanenburg (1679-1728), Hermes Trismegistus, en de alchemie’, in: De Nieuwe Taalgids 84 (1991) 1, p. 39-52
¶ A. Hanou, S. Janssens, F. van Lamoen e.a. (red.), Een hel vol weelde. Teksten uit het werk van Willem van Swaanenburg (1679-1728) (Assen 1986)
¶ C.M. Geerars, ‘De hermetische filosofie en Willem van Swaanenburg’, in: De Nieuwe Taalgids 62 (1969), p. 177-186
¶ J.P.A. van Alphen, Willem van Swaanenburg achttiende-eeuwer en tijdgenoot (Epe 1966)
¶ E.A. Serrarens, ‘De ratio in ’t gedrang’, in: Tijdschrift voor Taal en Letterkunde 26 (1938), p. 207-220
¶ E.A. Serrarens, ‘Willem van Swaanenburg, een zonderling uit het begin der 18e eeuw’, in: De Gids 100 (1936) 4, p. 201-223.

Frank van Lamoen