Herdenker (1766)

Titelbeschrijving
De Herdenker.

Periodiciteit
Van dit weekblad zijn 14 afleveringen bewaard gebleven (echter: de nrs. 13 en 14 verschenen samen als één uitgave), van 31 januari 1766 t/m 15 september 1766. In de Leydse Courant van 8 september 1766 bieden H. en A. Coster de nrs. 13 en 14 te koop aan.

Bibliografische beschrijving
In octavo. Het geraadpleegde exemplaar heeft geen titelpagina. Elke aflevering (behalve het dubbelnummer 13-14) telt 8 bladzijden en begint met titel, nummer- en datumaanduiding. Het geheel is doorgepagineerd van p. 1-112.

Boekhistorische gegevens
De colofon van de eerste aflevering: ‘Deze Vertoogen worden uitgegeeven, te Leyden, by Hendrik Coster, Boekverkoper in de Watersteeg, en in andere Steeden by de voornaamste Boekverkopers’. Hierin treedt geen verandering op.
Coster adverteert in de Leydse Courant van 5 februari 1766 voor nr. 1 van dit blad, dat is

mede te bekomen te Rotterdam by Arrenberg; Delft by E. van der Smout; ’s Gravenhage P. van Thol; Dordrecht A. Blussé; Haarlem Bosch; Amsterdam Tongerloo en Zoon en A. van der Kroe; Harlingen F. van der Plaats; Leeuwaarden H.A. Chalmot; Sneek Zeilstra; groningen J. Crebas; Utrecht G. van der Veer en Middelburg P. Gillissen.

Medewerkers
De nrs. 11-14 (op grond van diens eigen getuigenis), mogelijk ook 7 en 10, zijn toegeschreven aan Joannes LE FRANCQ VAN BERKHEIJ (1729-1812).

Inhoud
Er kunnen soms vele onderwerpen behandeld worden binnen één vertoog van dit blad, zoals een hedendaags columnist dat zou kunnen doen. Soms krijgt iets uitvoeriger belangstelling: nieuwjaar, een feest van de Leidse burgerij, de lente, taalkunde, dokters (deze zijn praatziek en kwistig met medicamenten in foute doseringen).
De Herdenker citeert enige malen met instemming de Denker. Kennelijk spoort de zienswijze van die spectator met zijn eigen visies. Zijn toon is spectatoriaal en christelijk, maar neigt naar het vrolijk-creatieve en humoristische.
Naast het vertoog maakt de Herdenker gebruik van diverse genres. Men kan vinden: een fabel, een ingezonden brief (zoals die door de Zaandamse boerin Tryntje Jansz), poëzie (waarbij één door ‘Cynthia Erre = R’), en, vooral, samenspraken (nrs. 2, 11-14). Die vinden vooral plaats tussen Herdenker en Lucianus, terwijl ook Diogeen soms bij het gesprek betrokken raakt. Zelfs de denker Lucianus wordt niet geheel serieus behandeld: bijvoorbeeld wanneer deze in het studeervertrek van Herdenker denkt dat een (moderne!) kwispedoor eigenlijk een (antieke) inktpot is.

Exemplaren
¶ Leiden, Universiteitsbibliotheek: 1171 F 4
Full text

Literatuur
R.P.L. Arpots, Vrank en Vry. Joannes le Francq van Berkheij (1729-1812) (Nijmegen 1990), p. 202.

André Hanou