Hollandsche Wysgeer (1759-1763)

Titelbeschrijving
De Hollandsche Wysgeer.

Periodiciteit
In de secundaire literatuur wordt de Hollandsche Wysgeer een tijdschrift genoemd, maar dit berust op een misvatting. Het werk is nooit in afleveringen verschenen. Er werd alleen geadverteerd voor de delen. Ook aan de vertogen, van uiteenlopende lengte en alle genummerd (t/m 365), is te zien dat ze niet afzonderlijk op de markt zijn gebracht (ze beginnen soms midden op de bladzijde). Elie Luzac spreekt in zijn Nederlandsche Letter-Courant van ‘Verhandelingen of losse stukjes’ (deel 2, 6 november 1759, p. 293-295).

Bibliografische beschrijving
Het werk bestaat uit 7 delen in 4 banden: 282, 326, 278, 280, [8] 276, [8] 248, 231 en [29] pagina’s in octavo. De delen bevatten 18 (deels handgekleurde) gravures, waarvan 6 uitslaand. Voorin is steeds een inhoudsopgave opgenomen.
De titelpagina’s zijn gedrukt in rood en zwart met gegraveerd vignet door J.C. Philips. Dit vignet is een cartouche, met daarin een bebaarde heer onder een boom, te midden van een arcadisch landschap. In de verte ontwaart men een Hollandse stad aan een meer/zee. Op de banderol het motto van de boekverkoper ‘Tiliae Sub Tegmine Tutus’ (vert. Veilig onder het bladerdak van de linde).

Achterin deel 7 zijn twee registers opgenomen: een met ‘Naamen des Keizers, Koningen, Vorsten, Prelaaten, Konstenaars, en andere beroemde Perzoonen, die in dit Werk vermeld zyn’ en een register met ‘Naamen der Oude en Heedendaagsche Schryvers, en beroemde Konstenaars, die in dit Werk zyn aangehaald of opgehelderd’.

Boekhistorische gegevens
Impressum: ‘Te Amsterdam, By Dirk onder de Linden, Bybel- en Boekverkooper, in de Kalverstraat, over de Nieuwezyds Kapel’.
Van deel 1 verscheen in 1761 een tweede druk.

Medewerkers
De Hollandsche Wysgeer is geschreven door Egbert BUYS (1723-1769), die zich blijkens latere uitgaven afficheerde als ‘Hofraad en Actueel Commissaris van den Koning van Polen en Keurvorst van Saxen’. Hij schreef onder meer de Algemeene Spectator (1748).
Buys werd in de jaren vijftig op een onverkwikkelijke manier bekend door beschuldigingen van zijn vrouw: hij zou overspel hebben gepleegd, hoeren hebben bezocht, zijn vrouw hebben mishandeld en zich bezondigd hebben aan een frauduleus bankroet. De kwestie werd tot in de kleinste details publiekelijk uitgevochten.

Inhoud
Het werk heeft een hoog Wikipedia-gehalte. De onderwerpen zijn zeer divers: historische thema’s, fysico-theologische verhandelingen, godsdienstige beschouwingen, oosterse vertellingen, zedenkundige en moralistische vertogen, recepten om allerhande geurwatertjes te maken, geografische beschrijvingen, fabels, numismatische observaties, opvoedkundige tips, huis-tuin-en-keukenmiddeltjes tegen ratten of beten van een dolle hond etc.

Relatie tot andere periodieken
Het werk wordt niet onwelwillend besproken in de Nederlandsche Letter-Courant: deel 2 (6 november 1759) en deel 4 (22 augustus 1760). In de laatste bespreking krijgt Onder de Linden wel het advies beter aan te sluiten bij de behoeftes en voorkeuren van het publiek:

in de lyst der stukken de bladzyden te voegen, daarze beginnen: en dit werkje zal vermoedelyk des te meer graagte verwekken en aftrek krygen, naar maate dat de keuze meer zal vallen in de algemeene hedendaagsche liefhebbery. (p. 127) 

De Vaderlandsche Letter-Oeffeningen is kritischer (deel 1, 1759). Over deel 1 en 2 van de Hollandsche Wysgeer wordt gesuggereerd dat het werk een omgevallen boekenkast is. Veel tekst maar van weinig waarde:

De twee deelen behelzen nu 120 Artikels, onder welken ‘er velen gevonden worden, die geen byzondere aenmerking verdienen, terwyl ‘er ook zommigen voorkomen, die lezenswaerdig zyn: het gansche werkje zweemt best na de Adversaria, of aentekenings-boeken van iemand die zeer veel leest; waer in men wel niets behoorde te vinden dan ’t geen van ene byzondere nuttigheid is, maer in welken ook dikwils vele onnodige zaken te boek gesteld worden […]. (p. 145)

De recensent van de Boekzael der Geleerde Werrelt is positief over deel 5 van de Hollandsche Wysgeer. Hij spreekt in termen van ‘ryk in zeer aangenaame en leerzaame Vertellingen’ (deel 98, 1764, p. 411-421).

Exemplaren
¶ Den Haag, Koninklijke Bibliotheek: 366 F 2
¶ Full text deel 1, deel 2, deel 3 en 4deel 5 en 6, en deel 7 

Rietje van Vliet