Hollandschen Weeklykschen Nieuws-Vertelder (1757-1791)

Titelbeschrijving
Titelvarianten:
De Weeklyksche Nieuws-Vertelder
De Hollandsze Weeklyksze Nieuws-Vertelder
De Hollandse Weeklykse Nieuws-Vertelder
Den Hollandschen Weeklykschen Nieuws-Vertelder
De Hollandsche Weeklyksche Nieuws-Vertelder.

Periodiciteit
In de Leydse Courant van 24 februari 1758 wordt melding gemaakt van jaargang 1757 van het weekblad, dat op dat moment nog verscheen onder de titel De Weeklyksche Nieuws-Vertelder. De bewaard gebleven afleveringen uit 1759, 1764 en 1766 zijn niet gedateerd. Van Wissing (2003) stelt dat het blad aanvankelijk onregelmatig verscheen en dat er in 1781 vermoedelijk sprake was van een doorstart, maar voor deze stellingen zijn geen aanwijzingen gevonden.
In mei 1788 werd namens de stedelijke overheid van Amsterdam een bericht rondgestuurd aan alle boekverkopers aldaar met het bevel 

zich te wagten van het doen drukken, uitgeven of verkoopen, van zekere blaadjes, genaamd de Hedendaagsche Prater, de Praatmoer, de Praatvaar, de Nieuwsvertelder, Louw en Krelis, Grietje en Diewertje, de Snapster, Jaap en Teunis, Hendrik en Cornelis, of andere dergelyke blaadjes, waar in eenige Kerkelyke of Politieke bedenkingen voorkomen, of Magistraats-Persoonen of Particulieren beledigd worden (Nieuwe Nederlandsche Jaarboeken).

Dit leidde in juni 1788 tot een gerechtelijk verbod van onder andere de Nieuws-Vertelder. Omdat het verbod niet werd nageleefd, werd het verbod nogmaals op 20-22 september 1788 omgezegd.

Bibliografische beschrijving
Iedere aflevering bevat 4 pagina’s in octavo.

Boekhistorische gegevens
Het blad werd vanaf het begin uitgegeven door de firma Erve de Wed. Jacobus van Egmont, op de Reguliersbreestraat in Amsterdam.
Voor het jaardeel 1763 moest men 16 stuivers neertellen.

Medewerkers
In het vermoedelijk door Klaas Hoefnagel geschreven Alle de Magistraatsgezinde schryvers (1780) wordt ene Berkenkamp aangewezen als de auteur van de Hollandschen Weeklykschen Nieuws-Vertelder:

Ja, een geweezene Letter-Zetters Knegt van de Amsterdamsche Courant-Drukkery […], een Man die zeer Taalkundig in ’t Nederduitsch is. Verders wel onderleid in de Goddelyke Waarheeden, zo dat ‘er verscheide Theologische Stukken van hem in de waereld zyn, die getrokken en gepreezen worden. (p. 28)

Frederik BERKENKAMP (1732-1797) trad in augustus 1755 voor het eerst in het huwelijk. Wanneer hij met de Nieuws-Vertelder begon, is niet bekend; in ieder geval was hij er in 1780 bij betrokken. Hij had toen al een bescheiden reputatie opgebouwd als schrijver. In 1768 was van zijn hand het boekje Vermaaklyk lusthof van zede- en zinnebeelden verschenen, met vijftig emblemata voor kinderen. Bij zijn begrafenis werd aangetekend dat hij van beroep turfdrager was.

Inhoud
Genoemde advertentie in de Leydse Courant van 24 februari 1758 geeft de volgende beschrijving van de inhoud, die wellicht behoort tot de ondertitel van een jaardeel:

vervattende alle merkwaardige Gebeurtenissen, Schaadens, Ongelukken, vreemde Voorvallen &c., in deze en andere Landen en Steden in het voorafgaande Jaar geschied.

Deze beschrijving is in de Leydse Courant van 16 januari 1764 – voor de Hollandse Weeklykse Nieuws-Vertelder over het jaar 1763 – iets gewijzigd maar laat zien dat de inhoudelijke koers dezelfde is:

waar in meest alle Ongelukken, Wonderen, Vreemde en Merkwaardige Gebeurtenissen &c., welke geduurende het gepasseerde Jaar hier en elders zyn geschied.

Deze koers verandert niet. De bestudeerde afleveringen uit de jaren tachtig beginnen met demografische gegevens, voornamelijk uit het Noorderkwartier van Holland. De focus van de nieuwsberichten ligt op het buitenland; een enkele keer wordt Nederlands nieuws gegeven. Tussendoor staan citaten uit brieven, verhalen (bijv. Memorie van den Graaf de Cagliostro, of De Man met het Yzeren Masker) en soms ook dichtstukjes. Het nieuws bevat veel scheepsberichten, maar aan ballonvaarten wordt evenzeer aandacht besteed. In allerlei artikeltjes klinkt nieuws over de Vierde Engelse Oorlog of over de Scheldekwestie. In een enkel geval staat er een advertentie in van de uitgever.
Tot 1786 is er nauwelijks nieuws te beluisteren over patriots-orangistische schermutselingen. Er valt geen onvertogen woord over het bezoek van de stadhouder aan Dieren, dat breed wordt uitgemeten (nr. 1786-24). Wel is er een dichtstukje van de patriotse zeefmaker uit Alkmaar, Jan van Panders, die zijn dichterstalenten ook al had prijsgegeven in de Post van den Neder-Rhijn (nr. 1786-37). Ook van Johannes Hazeu Cornelisz, die als kinderboekenschrijver de geschiedenis is in gegaan, staat een gedicht waarin hij zich in ferm patriotse bewoordingen uitlaat (nr. 1786-42)
Vanaf 16 september 1786 krijgt de Nieuws-Vertelder een duidelijker patriotse signatuur, al blijven de destijds gebruikelijke zwartmakerijen in de berichtgeving achterwege. Het verbod in 1788 doet vermoeden dat het patriotse geluid steeds krachtiger wordt. Jongenelen (1998) spreekt over een explosieve patriotse lading.

Relatie tot andere periodieken
Volgens Hoefnagel was Berkenkamp ook verantwoordelijk voor de satirische parallelblaadjes Louw en Krelis (1763-1788) en Grietje en Diewertje (1781-1787), die eveneens zijn uitgegeven door de Erven Wed. Jacobus van Egmont. Het is om die reden dat het Haagse exemplaar van de Nieuws-Vertelder gedurende een aantal jaargangen in één band is gebundeld met genoemde samenspraakblaadjes.

Exemplaren
¶ Amsterdam, Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG): NIBG (Perscollectie) PM 585 (o.a. nrs. 1764-48, 1766-11 en -13, 1772-35, 1775-48, 1788-34, 1791-41) en IISG ZO 17764 (nr. 1788-3)
¶ Den Haag, Koninklijke Bibliotheek: 526 D 20-25 (jrg. 1781 t/m 1786)
¶ Amsterdam, Universiteitsbibliotheek: Z 2612:1:1-6:1 (jrg. 1781 t/m 1787, sommige incompleet)
¶ Full text 1759-39, 1781, 1782, 1783, 1784, 1785, 1786

Literatuur
¶ Pieter van Wissing, Stokebrand Janus 1787. Opkomst en ondergang van een achttiende-eeuws satirisch politiek-literair weekblad (Nijmegen, 2003), p. 334
¶ Ton Jongenelen, Van smaad tot erger. Amsterdamse boekverboden 1747-1794 (Amsterdam 1998), p. 57 (nr. 185)
¶ Mej. I. H. van Eeghen, ‘Ambachten en beroepen voor almanakjes en kinderprenten van de Erven Stichter 1769-1800’, in: Jaarboek Amstelodamum 74 (1982), p. 104-130, aldaar 111-112
¶ W.P. Sautijn Kluit, ‘Krelis en Louw’, in: De Nederlandsche Spectator 1878, p. 20-21

Rietje van Vliet