Incroyable Babbelaar (1797-1799)

Titelbeschrijving
De Incroyable Babbelaar.

Periodiciteit
Datering is gebaseerd op de catalogus van het Persmuseum (IISG). Hoeveel afleveringen er zijn verschenen, is niet duidelijk. De laatste bekende exemplaren zijn van nr. 17 uit 1799 (volgens desbetreffende bibliotheek) en nr. 18 eveneens uit 1799 (wegens verwijzingen in de tekst).

Bibliografische beschrijving
Iedere aflevering telt 4 pagina’s in kwarto. In het titelblok staan titel, vignet (wapenschild met nar), volgnummer, inhoudsregel en prijs. De inhoudsregel luidt bijvoorbeeld ‘Iets over de Vyanden der vrye Volken’ (nr. 10) of ‘Men haat Oranje, en niet zonder reden’ (nr. 18).

Boekhistorische gegevens
Colofon: ‘Gedrukt t’Amsterdam, by M. van Kolm, in de Tuinstraat’. Martinus van Kolm staat bekend om zijn revolutionaire volksblaadjes. Voor iedere aflevering moesten 3 duiten worden neergeteld.

Inhoud
Nr. 10 is een samenspraak tussen vertegenwoordigers van verschillende politieke groeperingen: Babje, Avarus, Kees en Jaap. Het gesprek handelt over de landing van de Engelsen en Russen bij Den Helder en de strijd in Noord-Holland in augustus-september 1799. De aflevering eindigt met twee oproepen in dichtvorm. De eerste is gericht ‘Aan de Gewapende Burgerwacht te Arnhem, Nymegen, Zutphen, Deventer, Doesburg, en waar de Oranjegezinden zich hebben vertoond’. De tweede is een uitnodiging om ten strijde te trekken ‘tegen de snoode benden van Brittanje’.
Ook nr. 18 heeft betrekking op gebeurtenissen in Noord-Holland. Eerst moet de gewezen Oranje-bestuurder Hendrik van Stralen, bijgenaamd Heintje van Straalen, het ontgelden. Hij speelde een rol bij de landing van de Engelsen in 1799. Daarna worden de stadhouders, sinds Willem I, een voor een in een kwaad daglicht geplaatst. Tot slot gaat het over de moordlust van de Engelsen:

dronken van moordlust, slaan en schoppen zy de Patriotten, plunderen en roven wat zy krygen kunnen – en removeeren dadelyk, zonder ene kosbaare Commissie van onderzoek, de Patriotten uit derzelver Ambten […] (p. 71-72).

Veel revolutionair gebabbel, weinig esprit.

Relatie tot andere periodieken
Aan het einde van de achttiende eeuw verschenen diverse babbelaars, die hun titel ontlenen aan de Tatler. Voorbeelden zijn de Hollandsche Babbelaar, of Zotskap (1795-1796), de Nieuwe Babbelaar, of Oude Bataaf (1795) en de Oude Hollandsche Babbelaar, of Zotskap (1795) en de Bataavsche Babbelaar, of Zotskap (1797-1798). Ze zijn vaak uitgegeven door Van Kolm.

Exemplaren
¶ Amsterdam, Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG): PM 615 (nrs. 1, 2, 4, 5, 8, 18 en 27 uit 1797; nrs. 3 en 7 uit 1799)
¶ Amsterdam, Universiteitsbibliotheek: O 77-676 (nr. 10 uit 1799)
¶ Ithaka, Bibliotheek Cornell University: Kroch Library Rare & Manuscripts, Rare Books DJ3 .U89 no.689 (nr. 17 uit 1799)
¶ Antwerpen, Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience: EHC K 85055 (nr. 18 uit 1799)
¶ Full text nr. 10

Literatuur
¶ Barbara Resink en Jort Verhoeven, ‘De stem van het volk. De Amsterdamsche wijkvergaderingen in de eerste jaren der Bataafsche revolutie’, in: Maandblad Amstelodamum 83 (1995), p. 33-43
¶ W.P. Sautijn Kluit, ‘De reizende Nieuwsbode’, in De Nederlandsche Spectator 1877, overdruk.

Rietje van Vliet