Ismaël (1788-1789)

Titelbeschrijving
Ismaël.

Periodiciteit
De afleveringen verschenen met tussentijds een langdurige interval: van 28 juli 1788 t/m 9 februari 1789 (nrs. 1-9 en 27-29). De nrs. 10-26 zijn nooit verschenen. De nrs. 27-29 dateren van 26 januari 1789, 2 en 9 februari 1789.
In de Haarlemse Courant van 6 augustus 1795 melden de uitgevers over de Ismaël dat er ‘in den Jaare 1788 negen Nommers zyn uitgegeeven, en […] dit hebben laaten steken door vervolginge’. Deze advertentie wordt in haar geheel geciteerd en van commentaar voorzien in nr. 16 van de Janus Verrezen (p. 91).
Het blad werd inderdaad verboden. Het was na nr. 9 (22 september 1788) gestaakt na een woedende reactie van de stad Utrecht op schertsende berichten in nr. 8 over het corrupte Babel (=Utrecht). De Utrechtse wederverkopers Gisbert Timon van Paddenburg en Justus Visch werden per persoon veroordeeld tot een boete van duizend gulden.
Ook in Amsterdam volgde een verbod. Daar werd op 9 oktober 1788, ruim een week na verschijning van nr. 9, een aantal werken verboden, waaronder de Ismaël. Deze lijst verboden boeken is tevens afgedrukt in de Delfsche Courant van 21 oktober 1788. In Haarlem werd het blad, oktober 1788, eveneens verboden.
De Ismaël zelf had echter een ander verhaal. Nr. 27, waar het uitblijven van de nrs. 10-26 wordt toegelicht, meldt dat de redacteur wegens bedlegerigheid (podagra) niet in staat was redactiewerk te verrichten. De artsen waren te onervaren en te beteuterd om de kwaal snel te verhelpen.  

Bibliografische beschrijving
Iedere aflevering telt 8 pagina’s in kwarto. De Ismaël heeft een vergelijkbare opmaak als de Janus (1787), zij het dat het titelblok op de plaats van het titelvignet een grote leegte toont. De schrijver van de Ismaël licht in nr. 1 deze sterniaanse grap toe: de uitgevers zullen te zijner tijd Jacobus Buijs vragen het titelvignet te ontwerpen en Reinier Vinkeles opdracht geven de titelplaat voor zijn rekening te nemen. Voorwaarde is wel dat het werk eerst een jaargang volmaakt en de schrijver in leven blijft (p. 4).
Het titelblok bevat wel volgnummer, datum en het motto ‘Zijn hand zal tegen allen zijn, en de hand van allen tegen hem’ (Genesis 16:12).
Nr. 28 is gedrukt op blauw papier.

Boekhistorische gegevens
Colofon nrs. 2-9: 

Deze Nommers worden wekelijks uitgegeven te Leyden bij B. Onnekink en Meerburg, Amsterdam H. Keijzer en van den Brink [later ook: Wijnands], Brussel de La Croix, Haarlem Bohn en van der Aa, Utrecht J. Visch en G.T. Paddenburg, ’s Hage Klis, Deventer Brouwer, Zwol S. en F. Clement, en verder in andere voornaame Steden.

Colofon nrs. 27-29: de meeste namen zijn verdwenen. De tekst begint nu met ‘Leijden, erve de Does’.
Prijs: 2 stuivers.

Het gerucht dat het blad in Brabant vervaardigd zou zijn, wordt krachtig tegengesproken in de Haagsche Courant van 2 en 4 september 1795.
In de Haarlemse Courant van 6 augustus 1795 bieden Meerburg en Onnekink een herdruk van de Janus aan, samen met de Ismaël, tegen een intekenprijs van ƒ 3 (oplage: 150). Een oproep aan boekverkopers om resterende exemplaren van beide bladen terug te sturen naar het Leidse tweetal, staat in de Hollandsche Courant van 19 augustus 1795. 
In genoemde advertentie in de Haarlemse Courant van 6 augustus 1795 is ook sprake van ‘Vervolgen van Ismaël’. Is dit de herdruk of is dit werkelijk een vervolg? Dat is door het volledig ontbreken van exemplaren van een editie-1795 onbekend. Het lijkt erop dat het vervolg nooit is verschenen; het liet althans lang op zich wachten. In de Haagsche Courant van 2 september 1795 spreekt men van ‘aanstaanden ISMAËL’: een blad dat kennelijk nog niet uit is. In de Janus Verrezen van 5 oktober 1795 (nr. 27) roept de schrijver ongeduldig uit:

Ô Ismaël – ô mijn zoon Ismaël – zekerlijk zijt gij in de woestijne, der doolende Schrijvers, van den rechten weg afgedwaald; waarom zoudt gij anders, volgens uw belofte, uwen Vader [=Janus] niet onder het oog durven komen?

Medewerkers
De schrijver van de Ismaël was dezelfde als die van de ‘oude Janus’ van 1787. Dit suggereert althans de advertentietekst in de Haagsche Courant van 4 september 1795, waarin Meerburg en Onnekink verklaren ‘dat zy elk oogenblik kunnen aantoonen, dat de geschreeve copy en van Janus, en van Ismaël, dezelvde is, en dus de Ismaël ook van die zelvde hand geschreeven en door hun uitgegeeven is’.
Van Wissing (2006) schrijft de Ismaël toe aan Johannes KINKER (1764-1845), dichter, filosoof, advocaat en medewerker van de Janus. Hij staat bekend als non-conformist en liet zich niet verleiden tot enige partijdigheid. Hij was groot voorstander van een verlicht wereldburgerschap, gebaseerd op tolerantie en kosmopolitisme. Vol ironie ging Kinker de gebreken van zijn tijd te lijf. In zijn Post van den Helicon (1788-1789) refereert hij op diverse plaatsen aan de Ismaël (nrs. 19, 21 en 23).

Inhoud
Het blad draagt de naam van Ismaël in de titel, de oudste zoon van Abraham en zijn slavin/draagmoeder Hagar. Genesis 16, waaraan het motto is ontleend, vertelt het verhaal over de geboorte van Ismaël. Om Ismaëls spotternijen stuurde Abraham hen de woestijn in. Ismaël werd een uitstekende boogschutter.
In nr. 1 zet de schrijver zijn voornemens uiteen:

matelooze stijl, en godentaal; boert en ernst; sprookjens en vertogen; fabels en waarheden; oud en nieuw; oorspronglijk en ontleend […] – eindelijk gebeurde en ongebeurde zaken: – droomen – misschien.

De opsomming krijgt gaandeweg bizarre proporties. Alle ‘bedenkelijke takken van kennis en geleerdheid’ zullen aan de orde komen. Succes is verzekerd, vervolgt de schrijver monter, want de concurrent is de mond gesnoerd:

zoo stevige Ruiter van den Neder-Rhijn ligt in het voetzant; – de forsch geknuiste en eeltruggige Kruijer is gedwongen geworden zijnen wagen en helmzeel in den loop de laten; – de gevreesde Batavier heeft de wapens moeten neerleggen; – de gebrilde Beschouwer is het hem zoo nodig hulpmiddel zijnen glazen oogen kwijt geworden; – eindelijk de geestige Klaas Momus, dat levend magazijn aller aartigheden, heeft den schertsende mond voor eeuwig gesloten. (p. 5)

De Ismaël heeft een vergelijkbare opzet als de Janus (1787). Ook worden satirische namen genoemd die ook al in de Janus voorkomen, zoals Jacobus Woordenboek en Ingenuus Coquilus, met wie volgens Van Wissing (2006) respectievelijk worden bedoeld Jacobus Kok, die tussen 1785 en 1789 het twaalfdelige Vaderlandsch woordenboek samenstelde, en de bekende advocaat-bankier Johannes Conradus de Cock.
In de Ismaël is ironie het belangrijkste stijlmiddel van de satire. In een groot aantal berichten worden uitgeweken Nederlandse patriotten in St. Omer, Bethune en Gravelines in het vizier genomen. 
Van Wissing (2003) noemt de laatste drie afleveringen echter tamelijk rancuneus. Er lijken geldkwesties mee te spelen, wellicht zijn er politieke rekeningen die vereffend moeten worden.

Relatie tot andere periodieken
De Ismaël is nauw verwant aan de groep Janus-tijdschriften die na de ‘echte’ Janus (1787) zijn verschenen: Janus Verrezen (1795-1798), Janus Janus-zoon (1800-1801), Heer Janus Janus-Zoon (1801-1802). Nr. 1 van de Ismaël noemt zich de wettige navolger van de Janus en schrijft hierover:

Toen hij [=Ismaël] het eerst te voorschijn treden zou, waren zijne Peters, de noodwendige aandrijvers zijner handelingen en daden, het onderling oneens, met welken naam op het voorhoofd hij zijnen Landslieden onder de oogen moest komen. Een hunner wilde, dat hij den naam Ismaël dragen zoude.

De fabel ‘De slang en de landman’ uit nr. 4 van de Ismaël (p. 27-29) is volgens nr. 87 van de Janus Verrezen (28 november 1796, p. 278) ook afgedrukt in de Courant van Waarheid en Gezond Verstand (1795-1796). De auteur van de Janus Verrezen noemt deze fabel een pendant van de fabel ‘De aap, de kat en de kluisenaar’, die in dit nr. 87 is opgenomen.

Exemplaren
¶ Amsterdam, Universiteitsbibliotheek: Obr. FOL 128 (nrs. 1-9, 27-29)
¶ Full text nrs. 1-9 

Bronnen
¶ Myne Heeren van den Gerechte Ordonneeren de Gildeknegt van het Boekverkoopers Gild, al’ de Pamphlets en Boekjes, [] by de Boekverkoopers op te haalen [] Lyst der Verbodene Boeken of Geschriften. De Gevonde Brieventas met Patriottische Stukken &c. De Uitgeweeke en mishandelde Patriott [] Hoe grooter Hoop, hoe kwaader Koop [] Voor de Hollandsche Emigranten. De Patriot in Eenzaamheid. Staatkundige Fabelen en Vertellingen. Praalbeeld van den Vader des Vaderlands. Smeekschrift aan Neerlands Debora. De Gelukkige Emigranten [] Aan de Batavieren over het Stadhouderschap [] Gevonde Brief tusschen Amersfoort en Utrecht. Onpartijdig onderzoek [] Ismaël. En al’ diergelijke Patriottische Papieren, zo van voorige Jaaren als van het Tegenwoordige. [] Amsterdam 9 October 1788 (Amsterdam 1788)
¶ Utrecht, Het Utrechts Archief, Stadsarchief II, Schepengerecht, inv. nrs. 2214 en 2215. Deze pakken met criminele processtukken bevatten: ‘Stukken, overgelegd door de schout betr. zijnen eisch tegen Gijsbert Timen van Paddenburgh, boekhandelaar, wegens het verkoopen van een schotschrift genaamd Ismaël, 1789’, en: ‘Stukken, overgelegd door den schout, betreffende zijnen eisch tegen Julius Visch, boekhandelaar, wegens het verkoopen van een schotschrift genaamd Ismael, 1789’.

Literatuur
¶ Pieter van Wissing, ‘“De voetstappen van den onsterfelijken Grijsaart”. Janus en zijn opvolgers (1787-1802)’, in: Tijdschrift voor Tijdschriftstudies 2006, p. 6-15 
¶ Pieter van Wissing, Stokebrand Janus 1787. Opkomst en ondergang van een achttiende-eeuws satirisch politiek literair weekblad (Nijmegen 2003), passim
¶ Ton Jongenelen, Van smaad tot erger. Amsterdamse boekverboden 1747-1794 (Amsterdam 1998), p. 61 (nr. 203)
¶ André Hanou, ‘Iets over de auteur(s) van de ‘Janus’ (1787) en de ‘Janus verrezen’ (1795-1798) – deel 1’, in: Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman 14 (1991), p. 47-56 
¶ A.C. Kruseman, Aanteekeneningen betreffende den boekhandel van Noord-Nederland in de 17e en 18e eeuw (Amsterdam 1893), p. 449
¶ W.F. de Jonge, ‘Nog iets over Janus en Ismael’, in: De Nederlandsche Spectator 1 februari 1868, p. 34-35.

Rietje van Vliet